• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Fiscus handelde voortvarend bij sluiten van VSO

13 juni 2014 door Giniraynha Poulina

Een belastingplichtige heeft ten tijde van de ondertekening van een vaststellingsovereenkomst zekerheid over zowel de hoogte van het te betalen bedrag als de wijze waarop het te betalen bedrag van hem wordt gevorderd. Daarom geldt dat moment als toetsingsmoment voor de beoordeling van de vraag of de fiscus de navorderingsaanslag voortvarend heeft vastgesteld.

Een belastingplichtige nam het standpunt in dat de inspecteur een navorderingsaanslag inkomstenbelasting niet voldoende voortvarend had vastgesteld. De inspecteur had die belastingplichtige precies 1 maand na ontvangst van een ‘Verklaring vrijwillige verbetering buitenland vermogen’ verzocht om nader informatie. Na ontvangst van schriftelijk reacties op 13 juni 2010 en 22 augustus 2010 stuurde de inspecteur op 10 november 2010 een vaststellingsovereenkomst (vso) naar de belastingplichtige met een overzicht van de gemaakte afspraken. De vso was op 10 december 2010 ondertekend door de belastingplichtige, maar pas op 22 december 2011 was met de ontvangst van een betalingsherinnering de navorderingsaanslag bij de belastingplichtige bekend geworden. De vraag was welk moment als toetsingsmoment moest dienen voor de beantwoording van de vraag of de inspecteur voldoende voortvarend te werk was gegaan. Volgens de belastingplichtige was dat het moment waarop de navorderingsaanslag aan hem was bekend gemaakt. Het hof besliste dat de dag waarop de vso tot stand was gekomen, namelijk 10 december 2010, als toetsingsmoment moest dienen. Omdat het hof was uitgegaan van die dag kon niet worden gezegd dat de inspecteur de navorderingsaanslag niet voortvarend had voorbereid en vastgesteld.

 

Wet: artikel 16, lid 4, AWR

Meer informatie: Gerechtshof Den Haag, 2 mei 2014 (gepubliceerd op 5 juni 2014), ECLI:NL:GHDHA:2014:1680

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Bedrijfsongebruikelijke resultaten weglaten bij pro rata berekening
Volgende artikel
Erfpachter moet ook OZB betalen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

souvenir

Schaduwboekhouding maakt omkering bewijslast terecht

Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de in een schoudertas aangetroffen schaduwboekhouding rechtmatig is verkregen. Dit rechtvaardigt omkering en verzwaring van de bewijslast en een redelijke schatting van de omzet over heel 2018.

ministerie financien

Wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2027 ingediend

Het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2027 is ingediend bij de Tweede Kamer.

Ontbonden stichting blijft bestaan bij aanwezige baten

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een ontbonden stichting niet is opgehouden te bestaan als achteraf nog baten blijken te bestaan en het vermogen niet is vereffend. De Vpb-aanslagen zijn daarom tijdig en rechtsgeldig bekendgemaakt.

contant geld

Besluit mbt boetes overtreding verbod op contante betalingen vanaf € 3.000

Dit besluit wijzigt het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 en het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000. Het besluit regelt met name de handhaving en sanctionering van dit verbod.

Hoge Raad

Rechter mag proceskostenvergoeding fors matigen zonder toelichting

De Hoge Raad oordeelt dat de rechter ruime vrijheid heeft om proceskostenvergoedingen te matigen. De rechter hoeft de omvang van die matiging niet afzonderlijk te motiveren.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Opleidingen

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×