• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Ook voordelen uit voorwaardelijke aandelenopties uitgezonderd van pseudo-eindheffing

5 januari 2017 door Marieke Jansen

De uitzondering van artikel 32bb lid 7 Wet LB 1964 maakt volgens de Hoge Raad geen onderscheid tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke aandelenoptierechten. Het moment van ‘toekenning’ is het moment van totstandkoming van de overeenkomst waarin het (on)voorwaardelijke recht is toegekend.

In de jaren 2007 tot en met 2010 kende een werkgever aan enkele werknemers voorwaardelijke aandelenoptierechten toe. In 2011 werden deze onvoorwaardelijk en oefenden de werknemers ze uit. In dat jaar en het daaropvolgende jaar zijn de dienstbetrekkingen van de werknemers beëindigd. De inspecteur legde vervolgens naheffingsaanslagen op waarbij hij de in 2011 behaalde voordelen van de uitgeoefende optierechten tot de vertrekvergoeding rekende. Volgens de inspecteur konden de voordelen niet buiten beschouwing blijven op grond van artikel 32bb lid 7 Wet LB 1964 (oud, huidig lid 6), omdat dat lid alleen zou zien op aandelenoptierechten die al vóór het jaar voorafgaande aan het vertrekjaar onvoorwaardelijk waren geworden.

Hoge Raad: wat is ‘toegekend’?

De Hoge Raad oordeelde dat voor toepassing van de uitzondering van artikel 32bb lid 7 twee elementen van belang zijn, die afzonderlijk van elkaar moeten worden beoordeeld:

1. het moet gaan om een aandelenoptierecht als bedoeld in artikel 10a Wet LB 1964, en

2. het aandelenoptierecht moet zijn toegekend in een eerder jaar dan het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking van de werknemer werd beëindigd.

De Hoge Raad merkte vervolgens op dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van een aandelenoptierecht in de zin van artikel 10a Wet LB 1964, niet van belang is of in de desbetreffende overeenkomst voorwaarden zijn verbonden aan de uitoefening van het aandelenoptierecht. Verder blijkt uit de parlementaire geschiedenis dat de wetgever met het begrip ‘toegekend’ doelde op de totstandkoming van de overeenkomst waarin het (al dan niet voorwaardelijke) recht is neergelegd om de aandelen te verwerven. Dit is in overeenstemming met de tekst van artikel 32bb lid 7 Wet LB 1964. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën daarom ongegrond.

Reactie dr. Frank Werger

Taxence vroeg dr. Frank Werger (loonheffingenspecialist bij Global Employer Services, Deloitte) om een reactie op deze uitspraak. “Op zich is het aardig dat de Belastingdienst stelt dat voorwaardelijke rechten de loonpoort van artikel 10 Wet LB nog niet door zijn en dus niet meegenomen moeten worden bij de toepassing van de uitsluitingsbepaling van artikel 32bb lid 7 Wet LB. Echter, de tekst van de wet is glashelder en ook de parlementaire toelichting sluit aan bij de letterlijke lezing van de wettekst. Het gaat om het moment van toekennen van de rechten; en daarbij speelt het al dan niet voorwaardelijk zijn van een recht geen rol. De uitkomst van dit arrest komt voor mij dan ook niet als een verrassing.

Wat ik wel stuitend vind is dat bij een dergelijk onsympathieke heffing als die van artikel 32bb Wet LB spijkers op laag water zijn gezocht en erger nog dat tot aan de Hoge Raad moest worden doorgeprocedeerd om gelijk te krijgen.”

Wet: artikel 10a lid 1 en lid 6 en artikel 32bb lid 7 Wet LB 1964 oud (huidig artikel 32bb lid 6)

Meer informatie: Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2897

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Fiscus kan teruggegeven btw niet navorderen na Van der Steen-arrest
Volgende artikel
Vorming voorziening voor negatieve renteswap niet mogelijk

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

dga-salaris

Gepensioneerde dga ontkomt niet aan gebruikelijk loon

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de dga geen feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die een lager gebruikelijk loon dan het normbedrag van € 47.000 rechtvaardigen. Dat hij met pensioen is en de bedrijfsactiviteiten zijn afgebouwd, is daarvoor onvoldoende.

thuiswerken

Standpunt budget arbovoorzieningen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen in het geval de werkgever een (maximaal) budget ter beschikking stelt voor de aanschaf van arbovoorzieningen door de werknemer.

loonkloof

Wijziging Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en Regeling loonbelastingen premietabellen 1990

Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990. De belangrijkste wijzigingen betreffen de introductie van een eindheffing voor de eenmalige WIA-vergoeding wegens een onjuist dagloon en de aanpassing van de samenvoegbepaling voor socialezekerheidsuitkeringen die via de werkgever worden uitbetaald.

jongeren; studenten

Standpunt vrijstelling scholingskosten studietoelagen kinderen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen naar aanleiding van de vraag of een werkgever de gerichte vrijstelling voor scholingskosten kan toepassen op een studietoelage aan het kind van de werknemer.

dga; directeur; geld lenen; bv

Standpunt gebruikelijk loon niet reële overeenkomst van opdracht bij toepassing doorbetaaldloonregeling

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de doorbetaaldloonregeling en de gebruikelijkloonregeling als sprake is van een niet reële overeenkomst van opdracht. Het standpunt KG:204:2022:21 wordt hierbij ingetrokken.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Pitstop Actualiteiten Loonheffing

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

AGENDA

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×