• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Onderscheid tussen zus en partner erflater niet discriminatoir

6 februari 2017 door Giniraynha Poulina

Het onderscheid dat in de Successiewet 1956 wordt gemaakt tussen enerzijds een zus als verkrijger en anderzijds de partner als verkrijger, is niet aan te merken als discriminatie in de zin van de EVRM. Zo oordeelde Rechtbank Den Haag.

In 2013 kwam de broer van belanghebbende te overlijden. De echtgenote van de erflater was de enige erfgenaam. Aan belanghebbende was een legaat van ruim € 750.000 toegekend. De inspecteur legde de aanslag op conform de door de notaris van de echtgenote ingediende aangifte. Daarbij was rekening gehouden met de partnervrijstelling van (toen) € 616.880 en de vrijstelling voor overige verkrijgers van € 2.057. Belanghebbende was van mening dat het onderscheid dat gemaakt wordt tussen de partner en overige verkrijgers in strijd is met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Volgens de rechter waren belanghebbende en de echtgenote van de erflater niet als gelijke gevallen aan te merken. Belanghebbende was, anders dan de echtgenote, geen erfgename van erflater. Aangezien erflater ten tijde van zijn overlijden gehuwd was, zou belanghebbende zonder het testament waarin zij was aangewezen als legataris ij geen enkele aanspraak kunnen maken op de nalatenschap. De echtgenote zou echter ook zonder testament, de erfgename zijn van de erflater. Het enkel zijn van legataris is dus een geheel andere positie dan het zijn van erfgenaam. Belanghebbende wist evenmin aannemelijk te maken dat de belastingheffing in dit geval moest worden beschouwd als een individuele en buitensporige last. De rechter verklaarde haar beroep dan ook ongegrond.

 

Wet: artikel 32 SW 1956

Meer informatie: Rechtbank Den Haag, 6 december 2016 (gepubliceerd op 31 januari 2017), ECLI:NL:RBDHA:2016:14943

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Ontvanger mag kiezen wie hij aansprakelijk stelt
Volgende artikel
Belastingdienst schaft BAPI- en FOS-kanalen af

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Erven en schenken

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×