• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Toepassing concernregeling vereist juridisch belang

12 september 2018 door Laura Jentink

Als een werkgever binnen de werkkostenregeling op grond van de concernregeling vrije ruimte wil overnemen van een zustervennootschap, moet men het begrip zustermaatschappij juridisch uitleggen. Rechtbank Noord-Holland vindt alleen het bestaan van materiële belangen op de peildatum onvoldoende voor het bestaan van een concern en het toepassen van de concernregeling.

Een uitgever overschrijdt in 2015 de vrije ruimte van de werkkostenregeling en wil daarom samen met een zustervennootschap die nog vrije ruimte overheeft de concernregeling toepassen. Een buitenlandse aandeelhouder houdt alle gewone aandelen in de uitgever. Deze aandelen vertegenwoordigen ongeveer 59% van het geplaatste aandelenkapitaal. Een preferente aandeelhouder houdt het overige geplaatste kapitaal. De buitenlandse aandeelhouder heeft de aandelen in de zustervennootschap op 16 februari 2015 verkregen. Het eerste bod op deze aandelen dateert van 30 juni 2014 en op 1 september 2014 is dat bod geaccepteerd.

In geschil is of de zustervennootschap per 1 januari 2015 is aan te merken als een inhoudingsplichtige die gezamenlijk met de uitgever in concernverband opereert en daarom van de concernregeling mag toepassen. In de wet is opgenomen dat een inhoudingsplichtige gezamenlijk met een andere inhoudingsplichtige in concernverband opereert, indien gedurende het gehele kalenderjaar:

  • de inhoudingsplichtige voor ten minste 95% belang heeft in die andere inhoudingsplichtige;
  • die andere inhoudingsplichtige voor ten minste 95% belang heeft in de inhoudingsplichtige; of
  • een derde voor ten minste 95% belang heeft in de inhoudingsplichtige, terwijl deze derde tevens voor ten minste 95% belang heeft in die andere inhoudingsplichtige.

Uit de wetsgeschiedenis is af te leiden dat de juridische en economische eigendom voor de toepassing van de concernregeling doorslaggevend zijn. Daarbij moet men aansluiten bij het nominaal gestort kapitaal. Gezien de wettekst en de wetsgeschiedenis kan de uitgever geen aanspraak maken op toepassing van de concernregeling.

 

Praktisch belang uitspraak

Deze uitspraak is de eerste waarin toepassing van de concernregeling onder de werkkostenregeling centraal staat. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de concernregeling eenvoudig uitvoerbaar moet zijn. De uitgever meende dat zij al vanaf 1 januari 2015 gezamenlijk met haar zustervennootschap in concernverband opereerde omdat de buitenlandse aandeelhouder vanaf 30 juni 2014 (materieel) belang had in de zustervennootschap. De waardeontwikkeling daarvan kwam vanaf dat moment voor rekening van de buitenlandse aandeelhouder. In andere situaties is dat voldoende om van 'belang' te kunnen spreken. Uit de uitspraak blijkt dat de Rechtbank het uitgangspunt van een eenvoudig uitvoerbare regeling volgt en voor de invulling van de regeling teruggrijpt op de wetsgeschiedenis. Overigens meende de uitgever dat ook is voldaan aan het vereiste dat het belang ten minste 95% bedraagt. Volgens haar is de positie van de preferente aandeelhouder gelijk te stellen aan die van een schuldeiser en moeten de aandelen die door de preferente aandeelhouder worden gehouden bij het bepalen van het belang daarom buiten beschouwing blijven. Omdat op 1 januari 2015 nog geen sprake was van een belang van de buitenlandse vennootschap in de zustervennootschap, heeft de rechtbank deze tweede stelling niet meer hoeven te beantwoorden.

 

Wet: art. 32 van de Wet op de loonbelasting 1964

 

Meer informatie: Rechtbank Noord-Holland 31 januari 2018 (gepubliceerd 6 september 2018), ECLI:NL:RBNHO:2018:545

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Klemvaste houten bank maakt van bestelauto personenauto
Volgende artikel
RDW-keuringsstation doet postbus van fiscus weg

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

ziekenhuis-belastingdienst

Standpunt over vergoedingen coassistent

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de vergoedingen die een coassistent ontvangt.

taxi Uber

Uber-chauffeurs geen werknemers door zwaarwegend ondernemerschap

Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat Uber-chauffeurs in deze procedure geen arbeidsovereenkomst hebben. Hun sterke ondernemerschap weegt zwaarder dan aanwijzingen voor werknemerschap, waardoor de cao Taxivervoer niet van toepassing is.

loon tijdens ziekte

Documenten openbaar over cassatie uitspraak arbeidskorting

Er zijn documenten openbaar gemaakt betreffende de uitspraak van het Gerechtshof over arbeidskorting en de besluitvorming cassatie in te stellen. Specifiek tijdens de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 november 2025.

arbeidsrecht

2e uitgave bijlage Nieuwsbrief Loonheffingen 2026

De Belastingdienst heeft een tweede, aangepaste uitgave gepubliceerd van de bijlage met tarieven, bedragen en percentages loonheffingen per 1 januari 2026. In deze versie zijn enkele fouten hersteld en is een extra toelichting toegevoegd.

dga-salaris

Standpunt voorwaarden doorbetaaldloonregeling in AB-verhoudingen

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de voorwaarden waaronder de doorbetaaldloonregeling in aanmerkelijk belang-verhoudingen mag worden toegepast. Het standpunt KG:204:2022:6 wordt hierbij ingetrokken.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×