• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Btw-vrijstelling behouden na wisseling van invoerende afnemer

25 juni 2018 door Remco Latour

Als een btw-ondernemer melding maakt van invoer van goederen die hij wil leveren aan een afnemer, maar naderhand de goederen levert aan een andere afnemer, betekent dat niet per definitie dat de btw-vrijstelling bij invoer vervalt.

De invoer van goederen die worden verzonden naar een andere lidstaat is vrijgesteld van btw als de leverancier een intracommunautaire levering verricht. Dit betekent dat de afnemer opgaaf van een intracommunautaire verwerving moet doen. Maar stel dat na de invoer de omstandigheden zo wijzigen, dat de leverancier de goederen levert aan een andere afnemer dan de afnemer van wie hij het btw-nummer in zijn aangifte van invoer heeft opgegeven. Komt dan de btw-vrijstelling automatisch te vervallen? Het Hof van Justitie van de EU oordeelt dat de btw-vrijstelling in zo’n situatie in stand kan blijven mits:

  • de importeur alle gegevens over de identiteit van de nieuwe afnemer meedeelt aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van invoer; en
  • men vaststelt dat daadwerkelijk is voldaan aan de materiële voorwaarden voor vrijstelling van de daaropvolgende intracommunautaire levering.

 

Wet: artt. 1, onderdeel d,  21, onderdeel d en Tabel II, onderdeel a, post 6 Wet OB 1968

Meer informatie: Hof van Justitie van de EU, 20 juni 2018, nr. C-108/17

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Reikwijdte beleidsbesluit huwelijk en schenkbelasting
Volgende artikel
Bezwaar box 3-heffing 2017 valt niet onder procedure massaal bezwaar

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Wet betaalbare huur

Onvoorziene omstandigheden rechtvaardigen alsnog 2%-tarief overdrachtsbelasting

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een man toch recht heeft op het 2%-tarief overdrachtsbelasting voor een woning die hij nooit als hoofdverblijf gebruikt. De combinatie van financiële druk en mentale problemen vormt een onvoorziene omstandigheid na de verkrijging.

A1 verklaring werknemers

Standpunt kwalificatie Frans Fonds Commun de Placement

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Frans Fonds Commun de Placement vergelijkbaar is.

Akkoord Nederland en Australië over arbitrage MLI

Nederland en Australië hebben een akkoord bereikt over de toepassing van het arbitrageproces zoals voorzien in Deel VI van het Multilateraal Verdrag ter uitvoering van belastingverdragsmaatregelen om belastingontwijking en -ontduiking te voorkomen.

HvJ EU begrenst heffing overdrachtsbelasting bij vastgoedherstructurering

De heffing van Portugese overdrachtsbelasting (IMT) bij de inbreng van aandelen in een nieuw opgerichte kapitaalvennootschap is in strijd met de Europese richtlijn indirecte belastingen op kapitaalbijeenbrenging. Dit geldt ook als de ingebrachte aandelen betrekking hebben op vennootschappen die onroerend goed bezitten.

Wijziging Besluit Ondernemingsfaciliteiten: verruiming voortzettingseis binnen concern

Met dit besluit wijzigt de staatssecretaris van Financiën het Besluit Ondernemingsfaciliteiten. De wijziging herstelt een onbedoelde beperking die was ontstaan bij de actualisatie van het besluit per 17 oktober 2024 en verruimt de toepassing van twee vrijstellingen in de overdrachtsbelasting.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Opleidingen

Masterclass Overdrachtsbelasting

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

AGENDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×