• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Hoofdzakelijkheidseis vrijwilligersaftrek ziet op arbeid

30 oktober 2015 door Remco Latour

Een sociaal belang behartigende instelling (sbbi) kan een extra fictief bedrag aan loonkosten aftrekken. Daarvoor geldt als voorwaarde dat de winst hoofdzakelijk (70% of meer) moet zijn behaald met behulp van arbeid door vrijwilligers. Rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat dit hoofdzakelijkheidscriterium ziet op de hoeveelheid verrichte arbeid.

In de zaak voor de rechtbank had een kringloopwinkel in het jaar 2012 gebruik gemaakt van elf betaalde krachten en 34 vrijwilligers. Voor de fictieve aftrek is een vrijwilliger een natuurlijk persoon die gratis of tegen een loon, dat minstens 30% lager is dan een loon dat gebruikelijk is, in het economische verkeer arbeid verricht. De fictieve aftrek bedraagt overigens het verschil tussen het bedrag dat de sbbi zou moeten betalen als de vrijwilligersvergoeding gelijk was geweest aan het minimumloon en de werkelijke kosten.

 

Gewerkte uren als maatstaf

De rechtbank oordeelde dat voor het hoofdzakelijkheidscriterium men moest kijken naar de gewerkte uren. In dit geval hadden de betaalde krachten 13.896 uur gewerkt en de vrijwilligers 8.410 uur. De winst was dus maar voor 37,7% in plaats van de vereiste 70% behaald met vrijwilligerswerk. De kringloopwinkel mocht daarom geen fictief bedrag aan loonkosten aftrekken.

 

Wet: artikel 9, eerste lid, onderdeel h Wet Vpb 1969

Meer informatie: Rechtbank Gelderland, 27 oktober 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:6570

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws, Vpb & Div.bel, Winst uit onderneming

Reageer
Vorige artikel
Nieuw besluit over belastbaar feit overdrachtsbelasting
Volgende artikel
Zakelijke cursus ondanks verwerven nieuwe bevoegdheid

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

vastgoed buitenland

Beleidsbesluit earningsstrippingmaatregel 2026

Het Beleidsbesluit earningsstrippingmaatregel 2026 actualiseert het beleid voor de toepassing van artikel 15b Wet Vpb 1969. Het besluit vervangt het Beleidsbesluit earningsstrippingmaatregel 2025.

euro stapel

Landen dringen aan op EU-voorstel overwinst, Brussel wil dat niet

Zes EU-lidstaten dringen aan op een EU-breed voorstel voor een belasting op bedrijven die enorme winst hebben gemaakt door de hoge energieprijzen, maar de Europese Commissie komt voorlopig niet met een plan daarvoor. Dat zei Eurocommissaris Valdis Dombrovskis voorafgaand aan overleg met EU-ministers van Economie en Financiën in Dublin.

Geen aftrek zonder bewijs voor managementvergoeding

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een bv een prestatievergoeding van € 700.000 niet van haar winst mag aftrekken. De bv maakt niet aannemelijk dat tegenover de betaling daadwerkelijk werkzaamheden of andere zakelijke prestaties staan.

WBSO wordt aangepast na evaluatie, tarieven blijven gelijk

Het kabinet wil de WBSO toekomstbestendiger maken door administratieve lasten te verminderen en de afbakening van programmatuurontwikkeling in relatie tot AI te heroverwegen. De WBSO-tarieven en schijfgrens blijven in 2027 ongewijzigd.

vastgoed buitenland

Standpunt buitenlandse collectieve beleggingsinstelling in relatie tot het Unierecht

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord of het Unierecht zich verzet tegen de toepassing van artikel 4, derde lid, onderdeel b, Wet op de dividendbelasting 1965 op grond waarvan de inhoudingsvrijstelling buiten toepassing blijft op een buitenlandse collectieve beleggingsinstelling die een vergelijkbare functie vervult als een fiscale beleggingsinstelling.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Tax accounting

Opleidingen

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×