• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Uitoefening versus inbaarheid van optierechten

9 mei 2019 door remco latour - edith de bourgraaf

Nakomende voordelen op optierechten die vóór 1 januari 2005 zijn toegekend aan werknemers zijn alleen te belasten als de uitoefening van het optierecht plaatsvindt binnen drie jaren na het toekennen van de optierechten. Hierbij moet men uitgaan van het civielrechtelijk uitoefenmoment, terwijl het fiscaal genietingsmoment afhankelijk is van het moment waarop het optievoordeel inbaar wordt. Dit blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarop drs. Edith de Bourgraaf haar commentaar geeft.

Een man kreeg bij zijn indiensttreding op 26 december 2006 optierechten op zesduizend aandelen toegekend. Begin 2005 ontstond een arbeidsconflict tussen de man en zijn werkgever. Op 15 juni 2005 ontbond het bedrijf de arbeidsovereenkomst. De man had op 6 juni 2005 al aangekondigd dat hij zijn optierechten wilde uitoefenen. De werkgever wilde niet meewerken aan dit verzoek. Na diverse gerechtelijke procedures verklaarde de rechter op 16 maart 2010 dat de man recht had op uitoefening van de optierechten. Op 5 oktober 2012 oordeelde de rechter dat het bedrijf de man bijna € 4,7 miljoen moest betalen voor de verzekering van de opties. Vervolgens ontstond een geschil met de fiscus over het moment waarop de man het voordeel uit de opties had genoten. Onder de toenmalige wetgeving mocht de Belastingdienst namelijk heffen over een nakomend voordeel op een optie die binnen drie jaren na het overeenkomen van dat recht was uitgeoefend. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat men hierbij moet aansluiten op het civielrechtelijk uitoefenmoment. Dit moment heeft plaatsgevonden op 6 juni 2015. De fiscus mag dus heffen over voordeel uit de uitoefening van het optierecht minus het bedrag dat al bij toekenning van de optierechten was belast. Omdat het optievoordeel echter pas inbaar werd op 5 oktober 2012, is het optievoordeel belast in 2012. De rechtbank ziet hierin geen strijdigheid met de wet.

 

Commentaar drs. Edith de Bourgraaf

Taxence vroeg Edith de Bourgraaf om een kort commentaar.

De fiscale wetgeving kent geen afzonderlijke definitie voor het uitoefenmoment waardoor wordt aangesloten bij het civiele recht. Dit betekent dat de opties binnen drie jaar na toekenning zijn uitgeoefend waardoor de aanvullende heffing van toepassing is. Voor het genietingsmoment van de aanvullende heffing is artikel 13a Wet LB van toepassing.

Loon wordt geacht te zijn genoten op het eerste van de volgende tijdstippen waarop het:

  • betaald wordt;
  • verrekend wordt;
  • ter beschikking gesteld wordt;
  • rentedragend wordt; dan wel
  • vorderbaar en inbaar wordt.

Ondanks dat het civielrechtelijke uitoefenmoment van de aandelenopties heeft plaatsgevonden in 2005, is het voordeel pas aan belanghebbende uitbetaald in 2012 na diverse gerechtelijke procedures. Doordat het voordeel niet vorderbaar en inbaar was, is het genietingsmoment in 2012. Dit is in lijn met HR 22 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1269. Sinds 1 januari 2005 is niet langer het aandelenoptierecht belast, maar het werkelijke voordeel dat de werknemer behaald bij uitoefening of vervreemding van dit recht. Ook onder de huidige regeling kan onder omstandigheden een verschil bestaan tussen het uitoefenmoment en het genietingsmoment.

 

Wet: art. 10a, derde lid, onderdeel a en 13a Wet LB 1964 (per 31 december 2004)

Meer informatie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 maart 2019 (gepubliceerd 30 april 2019), ECLI:NL:RBZWB:2019:1141

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Invloed MLI op MKB-praktijk groter dan wellicht verwacht
Volgende artikel
Elk jaar 50 miljard verlies door btw-fraude

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Nieuwe versie Handboek Loonheffingen oktober 2026

De Belastingdienst heeft de oktoberversie van het Handboek Loonheffingen 2026 gepubliceerd. Ten opzichte van de versie van maart zijn diverse onderdelen aangepast en verduidelijkt.

Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027 gepubliceerd

De Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027 wijzigt verschillende fiscale wetten voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De wet bevat onder meer wijzigingen in de algemene bestedingsbelasting (ABB), inkomsten- en loonbelasting en belastinginvordering.

vrachtwagen verblijfskosten eigen rijders

Gebruikelijk loon terecht via loonheffing nageheven

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur het niet in de inkomstenbelasting gecorrigeerde gebruikelijk loon alsnog via de loonheffingen mag naheffen. De vergrijpboete wordt wel verlaagd van € 6.027 naar € 1.500.

payrollbedrijven

Internetconsultatie over aanvullende eisen voor uitlenen personeel

Het kabinet wil de eisen voor bedrijven die personeel uitlenen uitbreiden. Onder de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wordt gelijkwaardige beloning een voorwaarde voor het verkrijgen en behouden van een toelating. De wijziging is in internetconsultatie gegaan en moet naar verwachting op 1 juli 2027 ingaan.

Afkoop aandelenrecht uit 2003 van € 1,9 miljoen niet belast in 2017

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een betaling van bijna € 1,9 miljoen ziet op aandelenrechten die al in 2003 tot en met 2005 onvoorwaardelijk zijn geworden. De betaling is daarom niet in 2017 belast als inkomen uit werk en woning.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

AGENDA

Online cursus Auto van de zaak | PE Accreditatie

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×