• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Wob-verzoek aanpak internationale payrollcontructies

9 april 2019 door Michel Halters

In de laaggeschoolde arbeidsintensieve sectoren is het aantrekkelijk om gebruik te maken van de mogelijkheden van grensoverschrijdend werken. Hierdoor kunnen werkgevers de mogelijkheden gebruiken die belastingverdragen en internationale socialezekerheidsregelingen bieden. Daarbij gebruiken veel werkgevers echter een papieren werkelijkheid om de gewenste situatie te creëren.

Er is een Wob-verzoek gedaan voor inzage in de 'informatie met betrekking tot het (landelijk) beleid van de Belastingdienst met betrekking tot de beoordeling c.q. aanpak van internationale payrollconstructies'. In dat kader is een memo gepubliceerd. Dat memo beschrijft de meest voorkomende verschijningsvormen van misbruik of oneigenlijk gebruik van grensoverschrijdend werken en de gevolgen hiervan voor de belasting- en premieopbrengsten.

Het memo beschrijft de volgende verschijningsvormen:

  • De Nederlandse werkgever die het personeel naar een in het buitenland gevestigde rechtspersoon verplaatst en de Nederlandse werkgever die dit personeel vervolgens weer inleent. Deze variant komt vooral in de binnenvaart voor, door het verplaatsen van de exploitant naar (vaak) Luxemburg.
  • Inhuur van buitenlandse zzp’ers in plaats van gebruik van eigen Nederlandse werknemers door de Nederlandse werkgever. Dit komt vooral voor in de land- en tuinbouw. Als er echter daadwerkelijk naar feiten en omstandigheden wordt gekeken, dan blijkt dat de ingeleende zelfstandigen, meestal gewoon in dienstbetrekking werkzaam zijn.
  • Het inlenen van in het buitenland wonende arbeidskrachten door een in Nederland gevestigde inlener via een in het buitenland gevestigde uitlener. De uitzendkrachten zijn hierbij vaak afkomstig uit landen waar de premiedruk veel lager is, bijvoorbeeld Portugal. Daarbij speelt mee dat de uitzendkrachten vaak niet afkomstig zijn uit het land waar de uitlener is gevestigd. Dit maakt het allemaal heel ondoorzichtig.
  • Gebruik van afwijkende grondslagen in verschillende landen. In Nederland voldoet de inlener aan alle verplichtingen. In het land waar de arbeidskracht verzekerd is voor de sociale voorzieningen wordt een veel lagere grondslag aangegeven, waardoor het andere land premie-opbrengsten en/of belasting misloopt.

 

Deze constructies hebben gevolgen voor de heffing van met name Nederlandse sociale zekerheidspremies. Voor de inkomstenbelasting zijn de gevolgen minder, omdat het verschuldigde tarief hooguit rond de 14% ligt. Het probleem voor de loonbelasting is dat de buitenlandse uitlener zich niet in Nederland aanmeldt en er dan ook ten onrechte geen Nederlandse loonbelasting wordt afgedragen. Door verlegging van de loonbelasting naar de werknemers, zijn de laatsten uiteindelijk de dupe hiervan.

 

Het tussenschuiven van of inlenen via buitenlandse vennootschappen leidt tot verlegging van de plaats van dienst en verschuldigdheid van de btw naar de afnemer in Nederland. Dit leidt alleen tot een lagere btw druk als partijen de inleendienst laten lopen via een vaste inrichting in Nederland (of juist hoofdhuis in Nederland en de vaste inrichting in een andere staat). Via een dergelijke constructie vindt meestal geen heffing van de btw tussen hoofdhuis en vaste inrichting vaak plaats. Vooral in vrijgestelde sectoren kan dit een opzet zijn om de btw druk te verlagen.

Verder is op grond van het Wob-verzoek inzage gegeven in de aanpak van (schijn-)constructies in de transportsector door de Belastingdienst.

 

Meer informatie: Besluit Wob-verzoek Belastingdienst over beleid beoordeling cq aanpak internationale payrollconstructies, 4 april 2019

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Brexit: deal or not a deal, that is the question
Volgende artikel
Vordering op ex-echtgenoot dankzij uitsluitingsclausule

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

arbeidsrecht

30%-regeling vervalt door nulurencontract zonder vast loon

De 30%-regeling wordt geweigerd omdat bij aanvang van het dienstverband geen vast loon is overeengekomen. Een later vast contract herstelt dit gebrek niet.

dga-salaris

Standpunt Te boekstelling lucratief belang

De Kennisgroep ROW heeft de vraag beantwoord of het opgeofferd bedrag in de zin van artikel 3.95b, eerste lid, Wet IB 2001 wordt verhoogd met het loonvoordeel dat de werknemer geniet, als zijn werkgever de loonbelasting voor zijn rekening neemt.

woon-werkverkeer en btw

Werkgevers: alleen gerichte compensatie voor hoge brandstofprijzen

Werkgevers maken zich grote zorgen over de impact van de gestegen brandstofprijzen op zowel hun bedrijfsvoering als hun medewerkers. Deze kostenstijging komt bovenop andere toenemende lasten, zoals hogere lonen, en zet de financiële ruimte verder onder druk. Volgens werkgevers horen eventuele hogere vergoedingen thuis aan de cao-tafel en moeten deze gericht worden ingezet.

ministerie financien

Reactie op bericht over boetes ambtenaren toeslagenaffaire

Staatssecretaris Eerenberg reageert op berichtgeving over boetes voor ambtenaren in de toeslagenaffaire.

erflater

Statutair bestuurders coöperatie in dienstbetrekking door formeel gezag

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de statutair bestuurders van een melkveehoudercoöperatie in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staan; de formele gezagsverhouding is doorslaggevend.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Fiscale AI-dag

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×