• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Hoe moet een gebruiksrecht op een nagelaten woning worden gewaardeerd?

17 februari 2012 door Wencke van Dijk

Wanneer een woning vererft, kunnen nog wel eens problemen ontstaan bij de waardering. Uit een uitspraak van het hof bleek dat geen rekening meer mag worden gehouden met de waarde in de verhuurde staat wanneer het gebruiksrecht van de woning is gelegateerd.

Het ging in deze zaak om een moeder die overleed in 2007. Haar dochters erfden een paar panden van haar. Tijdens haar leven had moeder deze panden verhuurd. In haar testament had zij aan de huurders van de panden een levenslang gebruiksrecht gelegateerd. Dit hield in dat de huurders vanaf het overlijden van moeder in de panden mochten blijven wonen zonder dat zij daarvoor nog huur moesten betalen. Volgens de inspecteur moesten de dochters de panden voor de volle waarde in de aangifte erfbelasting opnemen. De dochters vonden dat ze de (lagere) waarde in verhuurde staat mochten opnemen.

Het hof oordeelde dat de vroegere huurders vanaf het moment van overlijden een recht van gebruik en bewoning hadden verkregen. Het maakte hiervoor niet uit dat de huurders het legaat pas na een tijdje hadden aanvaard en ook nog huur hadden betaald. De dochters hadden dus (slechts) de blote eigendom van de panden geërfd. Voor de waardering van de blote eigendom mochten de dochters geen rekening (meer) houden met de verhuur aan derden, nu hier volgens het hof al direct vanaf het overlijden van moeder geen sprake meer van was. De inspecteur had bij zijn waardering al rekening gehouden met de blote eigendom. Hij kreeg van het hof dus gelijk dat hij geen verdere aftrek had toegepast vanwege de verhuur aan derden. 

Meer informatie: Hof Arnhem, 31 januari 2012, LJN: BV3567

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
‘Duizenden banen verloren bij btw-verhoging onderhoudssector’
Volgende artikel
Onderscheid woning en niet-woning voor toepassing OZB-tarief

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Specialisatieopleiding Estate Planning

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Samenhang testament, statuten & aandeelhoudersovereenkomst bij bedrijfsopvolging

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

AGENDA

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Cursus Contracteren en managen van AI-systemen | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing | PE Accreditatie

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×