• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Fiscus heeft meer tijd bij onderhandelingen

20 februari 2012 door Giniraynha Poulina

Een inspecteur die ruim twee jaar erover deed om een navorderingsaanslag op te leggen over buitenlandse inkomsten handelde voldoende voortvarend. De inspecteur en belastingplichtige hadden steeds de intentie om een vaststellingsovereenkomst te sluiten en er vond voortdurend overleg en correspondentie plaats.

Als een inspecteur een navorderingsaanslag wil opleggen over buitenlandse inkomsten mag hij een langere navorderingstermijn toepassen. Hij mag echter de termijn die noodzakelijk is voor het verkrijgen van de inlichtingen niet overschrijden en moet met redelijke voortvarendheid de navorderingsaanslag voorbereiden en vaststellen. Een periode van ruim twee jaar voor het opleggen van een aanslag hoefde volgens rechtbank Breda niet onredelijk lang te zijn. De rechtbank baseerde dit op het feit dat de partijen steeds de intentie hebben gehad om een vaststellingsovereenkomst met elkaar te sluiten. Dit bleek uit verschillende (telefonische) besprekingen en correspondentie tussen de belastingplichtige en de inspecteur.

 

Volgens de rechtbank zou het niet gepast zijn geweest en zelfs getuigen van onbehoorlijk bestuur om een aanslag op te leggen zonder dat over de cijfers overeenstemming zou zijn bereikt. Aan de inspecteur moest immers enige tijd worden gegund om de verstrekte gegevens met de benodigde zorgvuldigheid te kunnen beoordelen. Dat de inspecteur twee jaar nodig had voor het opleggen van de navorderingsaanslag, nam gezien de feiten en omstandigheden niet weg dat de inspecteur daarbij voldoende voortvarend handelde. Bovendien had de belastingplichtige zelf ook bijgedragen aan het tijdsverloop.

 

Wet: artikel 16 AWR

Meer informatie: Rechtbank Breda, 12 januari 2012 (gepubliceerd 15 februari 2012), LJN: BV5304

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Een privépaardenstal is geen woning
Volgende artikel
Aangifte btw-suppletie vanaf 1 april via verplicht formulier

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

souvenir

Schaduwboekhouding maakt omkering bewijslast terecht

Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de in een schoudertas aangetroffen schaduwboekhouding rechtmatig is verkregen. Dit rechtvaardigt omkering en verzwaring van de bewijslast en een redelijke schatting van de omzet over heel 2018.

ministerie financien

Wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2027 ingediend

Het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2027 is ingediend bij de Tweede Kamer.

Ontbonden stichting blijft bestaan bij aanwezige baten

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een ontbonden stichting niet is opgehouden te bestaan als achteraf nog baten blijken te bestaan en het vermogen niet is vereffend. De Vpb-aanslagen zijn daarom tijdig en rechtsgeldig bekendgemaakt.

contant geld

Besluit mbt boetes overtreding verbod op contante betalingen vanaf € 3.000

Dit besluit wijzigt het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 en het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000. Het besluit regelt met name de handhaving en sanctionering van dit verbod.

Hoge Raad

Rechter mag proceskostenvergoeding fors matigen zonder toelichting

De Hoge Raad oordeelt dat de rechter ruime vrijheid heeft om proceskostenvergoedingen te matigen. De rechter hoeft de omvang van die matiging niet afzonderlijk te motiveren.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Opleidingen

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×