• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

De meldingsregeling fiscale bestuurdersaansprakelijkheid in de 21e eeuw

13 februari 2017 door Ferry Piek

In de jaren '80 van de vorige eeuw is de fiscale bestuurdersaansprakelijkheid als tweede anti-misbruikwet ingevoerd. Het doel van deze aansprakelijkheid was het aanpakken van evidente wanbestuurders. Desalniettemin moeten ook (of zelfs met name) niet-wanbestuurders beducht zijn voor deze vérgaande aansprakelijkheid, omdat het niet, niet tijdig of anderszins niet rechtsgeldig melden van betalingsonmacht voldoende wordt geacht voor persoonlijke aansprakelijkheid. Op grond van de meldingsregeling geldt dan namelijk het uiterst moeilijk weerlegbare bewijsvermoeden dat sprake is van verwijtbaar kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Deze meldingsregeling is in het leven geroepen om de ontvanger in een zo vroeg mogelijk stadium van informatie te voorzien zodat hij kan bepalen of sprake is van wanbestuur. Aan de hand hiervan kunnen dan zo spoedig mogelijk maatregelen worden getroffen om verder oplopen van de belastingschulden te voorkomen en verhaalsmogelijkheden veilig te stellen. Gezien de stand van de automatisering en navenante informatievoorziening destijds bij de Belastingdienst, viel hier wel een lans voor te breken.

 

Meldingsplicht

De meldingsregeling houdt in dat de bestuurder van een rechtspersoon verplicht is de betalingsonmacht van de rechtspersoon ter zake van de loon- en omzetbelasting schriftelijk te melden aan de ontvanger en wel onverwijld nadat die betalingsonmacht is gebleken. De betalingsonmacht dient in beginsel uiterlijk te worden gemeld binnen twee weken na de dag waarop de belasting op aangifte had moeten worden afgedragen.

 

Als niet conform de meldingsregeling is gemeld, treedt van rechtswege het bewijsvermoeden van verwijtbaar kennelijk onbehoorlijk bestuur in werking. Aan dit bewijsvermoeden koppelt de wet een tegenbewijsuitsluiting. Tot weerlegging van het wettelijk vermoeden wordt slechts toegelaten de bestuurder die aannemelijk maakt dat het niet aan hem is te wijten dat niet tijdig is gemeld door de vennootschap. Zelfs als geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur en de bestuurder zulks kan bewijzen, kan dit hem niet baten als hij niet eerst kan aantonen dat het niet tijdig of rechtsgeldig melden niet aan hem te wijten is.

 

Deze meldingsregeling heeft in de praktijk tot gevolg dat de vraag of sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur vrijwel niet aan de orde komt.

 

Verval meldingsplicht

De Hoge Raad heeft dan ook al vrij snel de scherpste kantjes van de meldingsregeling afgeslepen. Het in dezen doorslaggevende arrest dateert van 1991. In dat arrest (HR 4 december 1991, VN 1992/83) oordeelde de Hoge Raad dat een expliciete melding van betalingsonmacht niet is vereist als de ontvanger wetenschap heeft of zou moeten hebben van de financiële omstandigheden van belastingschuldige. In een dergelijk geval acht de Hoge Raad de meldingsplicht vervallen (HR 13 juli 1994, VN 1994/2718).

 

De vraag wanneer de ontvanger weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat sprake kan zijn van betalingsonmacht is in de aansprakelijkheidspraktijk aldus van doorslaggevend belang, maar wordt in de lagere rechtspraak allerminst eenduidig beantwoord. Verval van de meldingsplicht wordt bovendien doorgaans pas in een betrekkelijk laat stadium aangenomen.

 

Meldingsregeling en automatisering

De vraag die doorslaggevend zou moeten zijn is evenwel of de huidige stand van de automatisering en informatievoorziening van de Belastingdienst de meldingsregeling nog wel als zodanig legitimeert. Het is in het huidige tijdsgewricht immers onvoorstelbaar dat de ontvanger daadwerkelijk afhankelijk zou zijn van een archaïsch meldingssyteem van persoonlijk in te vullen en per post aan hem te verzenden formulieren. De Belastingdienst is op het allereerste moment al op de hoogte van betalingsproblemen door de geautomatiseerde signalering dat niet tijdig op aangifte is afgedragen. Het aangifte-, afdracht- en naheffingssysteem is volledig geautomatiseerd.

 

Als het systeem van de Belastingdienst volledig automatisch kan vaststellen dat niet op aangifte is afgedragen om vervolgens eigenstandig een naheffingsaanslag uit te spugen, valt niet in te zien waarom die informatie niet op datzelfde moment aan de ontvanger bekend kan zijn. Eenzelfde signaal aan de ontvanger van niet tijdige afdracht op aangifte moet toch betrekkelijk eenvoudig ‘in te programmeren’ zijn. Mij dunkt dat de ontvanger aldus als geen ander op het vroegst mogelijke tijdstip kan beschikken over de informatie benodigd om verder oplopen van hoge onverhaalbare belastingschulden te voorkomen.

 

21e eeuw

De vraag is dan ook, waarom hij dat niet doet. Wellicht omdat hij er tot nog toe mee weg komt, recentelijk nog bij rechtbank Den Haag (1 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14995). De ontvanger beriep zich daar op het feit dat hij, juist door de volledige automatisering, niet eerder zicht kón hebben op de betalingsproblemen dan naar aanleiding van het verzoek om een betalingsregeling van de vennootschap zelf. De rechtbank volgt hem hierin; de financiële problemen van de onderneming werden de ontvanger niet eerder duidelijk “als gevolg van de geautomatiseerde werkwijze”.

 

Afgezien van het feit dat omissies of het uitblijven van verbeteringen in de automatisering voor rekening en risico van de Belastingdienst dienen te komen, spant de rechtbank hier het paard nogal achter de wagen. De ontvanger erkent dat alle benodigde informatie vroegtijdig bij de Belastingdienst aanwezig is, maar omdat hij bij de automatisering niet is ‘ingekopieerd’, is hij afhankelijk van een meldingssysteem uit de vorige eeuw.  

 

Het wordt, kortom, hoog tijd dat ook de ontvanger de 21e eeuw binnenstapt of hiertoe door de rechtspraak wordt gedwongen.

 

PE-Pitstop

De valkuilen en mogelijkheden van de adviseur bij dreiging van aansprakelijkheid komen uitgebreid en op praktische wijze aan bod tijdens de PE-Pitstop Actualiteiten fiscale aansprakelijkheid op 26 april 2016.

> Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Blogs, Formeel belastingrecht

Reageer
Vorige artikel
Naar een nieuwe regeling voor de personenvennootschappen
Volgende artikel
Box 3 voor de klachtencommissie KIFID

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Opinie | Schijnevenredigheid

Op 19 december 2025 verscheen een btw-arrest van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad onder meer ingaat op de evenredigheid van de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast. In zijn NTFR Opinie verdedigt Romano Graves de stelling dat de overwegingen van de Hoge Raad zo zouden kunnen worden geïnterpreteerd, dat de Hoge... lees verder

Belastingrente Vpb fors teruggeschroefd, maar blijft pijnpunt

De Hoge Raad schaft de 8%‑belastingrente in de VPB af. Dit heeft grote gevolgen voor massaal bezwaar, toekomstige rentepercentages en box 3‑compensatie.

Bedrijf op curacao, feitelijke leiding in Nederland

Inspecteur mag verzoek om verliesbeschikking niet afwijzen na aanslagtermijn

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur ten onrechte weigert verliesbeschikkingen vast te stellen. Ook als de aanslagtermijn en de reguliere navorderingstermijn zijn verstreken, kan de inspecteur nog een voor bezwaar vatbare verliesbeschikking afgeven.

anoniem melden notarissen

Onderzoek naar gebruik RAM-spreadsheets bij Belastingdienst

Het is onaannemelijk dat het gebruik van de onderzochte Risico Analyse Model (RAM)-spreadsheets heeft geleid tot ongelijke behandeling of onterechte nadelige financiële gevolgen bij de selectie van aangiften inkomstenbelasting. Staatssecretaris Heijnen ziet daarom geen reden tot herstel.

UBO-register privacy

Besluit toegang banken tot Basisregistratie Personen in consultatie

Het ministerie van Binnenlandse Zaken is een internetconsultatie gestart over het besluit om banken toegang te geven tot de Basisregistratie Personen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×