• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BZ9660, Rechtbank ‘s-Gravenhage, SGR 12/11265

7 mei 2013 door redactie

Invorderingsrente. Belanghebbende. Proceskosten. Schadevergoeding. Eiseres en B BV behoren tot een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting waarvan eiseres de moedermaatschappij is. Per brief deelt de ontvanger aan eiseres mee dat hij een aan haar verleende teruggaaf vennootschapsbelasting heeft verrekend met een aan B BV opgelegde aanslag kansspelbelasting en de ter zake van die aanslag in rekening te brengen invorderingsrente. De brief bevat een rechtsmiddelverwijzing en eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking invorderingsrente. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een voor bezwaar vatbare beschikking en dat de invorderingsrente feitelijk ten laste komt van B BV. Daarmee is de invorderingsrente overeenkomstig de wettelijke voorwaarden, rechtsgeldig aan B BV in rekening is gebracht. De onjuiste adressering aan eiseres levert op zich geen grond op voor vernietiging van de beschikking. Verweerder had het bezwaar daarom niet ongegrond, maar niet-ontvankelijk moeten verklaren omdat het niet is ingediend door de belanghebbende tot wie de beschikking zich richt. Omdat het beroep alleen daarom gegrond wordt verklaard wijst de rechtbank het verzoek om integrale vergoeding van proceskosten en schadevergoeding af.

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BZ9660

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BZ9573, Rechtbank 's-Gravenhage, SGR 12/7792 en SGR 12/7793
Volgende artikel
LJN: BZ9553, Rechtbank 's-Gravenhage, SGR 12/3723

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Leer de voordelen van overdracht van een onderneming via cv Het financieren van een bedrijfsovername kan op verschillende manieren plaatsvinden. Doorgaans worden de benodigde middelen als geldlening verstrekt door de bank en/of de ondernemer die zijn onderneming overdraagt. De overdracht van de onderneming via een commanditaire vennootschap (cv) komt veel minder voor ondanks dat deze... lees verder

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Wegwijs in het woud van regels en rechtspraak van de ‘inbreng’ en ‘terugkeer’ Veel ondernemers starten hun onderneming vanuit de rechtsvorm van de eenmanszaak of een samenwerkingsverband, zoals een maatschap of vennootschap onder firma. Bij expansie van de onderneming komt de ondernemer al snel voor de vraag te staan of de rechtsvorm van de besloten... lees verder

Late verrekening lijfrente na scheiding blijft belast

Een bedrag dat een vrouw ruim twintig jaar na haar echtscheiding ontvangt ter verrekening van verzwegen lijfrentepolissen, is belast in box 1. Het lange tijdsverloop en het feit dat de lijfrente al volledig is uitgekeerd, maken dat niet anders.

pensioen uit Belgie

Nederland mag volledig heffen over Belgisch pensioen

Nederland heeft als woonstaat het exclusieve heffingsrecht over een Belgisch pensioen en een Belgische verzekeringsuitkering. De in België ingehouden bedrijfsvoorheffing geeft daarom geen recht op Nederlandse voorkoming van dubbele belasting.

ECLI:NL:RBMNE:2026:6721 Rechtbank Midden-Nederland, 01-10-2026, UTR 25/2249

WOZ. Gegrond. De heffingsambtenaar zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6721&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×