• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

BOR-arresten: Hoge Raad fluit staatssecretaris terug!

4 juni 2020 door Almer de Beer

kledingzaak

De ‘bezitseis’ in de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet (hierna: BOR) moet voorkomen dat belastingplichtigen op oneigenlijke wijze gebruik maken van de BOR. De staatssecretaris van Financiën was van mening dat de bezitseis ook zag op de uitbreiding van de onderneming door overname. Gelukkig heeft de Hoge Raad hier in zijn arresten van 29 mei 2020 een stokje voor gestoken.

Met de bezitseis heeft de wetgever invulling willen geven aan de doelstelling van de BOR: het uitsluitend faciliëren van reële bedrijfsopvolgingen, alsmede het voorkomen van misbruik. Van misbruik is sprake indien kort voor schenken of overlijden belast beleggingsvermogen wordt omgezet vrijgesteld ondernemingsvermogen.

Ondernemingseis

Een onderdeel van de bezitseis is de ‘ondernemingseis’. Deze houdt in dat de vennootschap (of het concern) gedurende de bezitsperiode van vijf jaar (schenken) of één jaar (overlijden) dezelfde materiële onderneming moet hebben gedreven. De staatssecretaris van Financiën was van mening dat de bezitseis ook van toepassing was op de uitbreiding van de onderneming.

Dit standpunt kon tot onredelijke uitkomsten leiden indien de overname van de onderneming (in de vorm een activa-passiva-transactie dan wel overname van aandelen in een werkmaatschappij) was gefinancierd uit de ‘overnamekas’. Een overnamekas kwalificeert in de regel namelijk als ondernemingsvermogen voor de BOR. Het toepassen van de bezitseis op de overgenomen onderneming heeft dan het (merkwaardige) gevolg dat vrijgesteld ondernemingsvermogen (overnamekas) ‘transformeert’ in belast ondernemingsvermogen. Vanuit BOR-perspectief konden belastingplichtigen zich door een overname dus behoorlijk in de vingers snijden!

Arresten 29 mei 2020

De Hoge Raad heeft in zijn arresten van 29 mei 2020 korte metten gemaakt met het standpunt van de staatssecretaris van Financiën. Voor een samenvatting van de arresten, zie ‘Ondernemingseis BOF geldt per deelneming‘ en ‘HR: 5-jaarstermijn BOR geldt niet voor losse activa en passiva’ Kort en bondig zegt de Hoge Raad dat uit de wettekst niet valt af te leiden dat de bezitseis ook van toepassing is op de uitbreiding van de onderneming. De uitbreiding van een onderneming betekent dus niet dat belastingplichtigen een deel van de BOR-grondslag gedurende vijf respectievelijk één jaar kwijtraken. Voor de bedrijfsopvolgingspraktijk zijn dit dan ook belangwekkende arresten.

Addertje onder het gras

Er zit nog wel een klein addertje onder het gras. De Hoge Raad maakt namelijk een uitzondering voor de situatie dat de overgenomen onderneming niet opgaat in de onderneming van de overnemer, maar als een zelfstandige (objectieve) onderneming moet worden gezien. Dan geldt de bezitseis namelijk wel voor de overgenomen onderneming.

Of sprake is van een zelfstandige objectieve onderneming is afhankelijk van de feitelijke situatie. De wijze van organisatie, de aard van de activiteiten, alsmede de verwerking in de boekhouding zijn daarbij belangrijke factoren. In zijn algemeenheid merk ik op dat als de overgenomen ondernemingsactiviteiten qua aard overeenkomen met de aard van de bestaande ondernemingsactiviteiten, de overgenomen onderneming ‘opgaat’ in de bestaande objectieve onderneming. Denk hierbij aan een grote kledingketen die een kledingfiliaal overneemt. Zou de kledingketen daarentegen een fietsenwinkel overnemen dan is de fietsenwinkel een aparte objectieve onderneming vanwege de uiteenlopende aard van de activiteiten. Hiervoor geldt dan een afzonderlijke bezitseis. Het is nog even afwachten of de Belastingdienst via de ‘objectieve onderneming’ toch nog zijn gelijk zal proberen te halen.

Mr. Almer M.A. de Beer is werkzaam bij het bureau vaktechniek fiscaal, Grant Thornton.

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
NOW-subsidie telt niet mee als omzet bij vaststelling hoogte NOW-subsidie
Volgende artikel
Vergrijpboete ondanks gebrek aan belastingschade

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Erven en schenken

Verdiepingscursus Aangifte erfbelasting

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Verdiepingscursus Internationale estate planning

Leergang Erfrecht

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×