• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Borgstelling wel zakelijk, maar verlies niet aftrekbaar

28 april 2021 door Michel Halters

betaald ouderschapsverlof

Gaat een dga een borgstelling aan voor een lening van zijn bv aan de bank? Maar beschikt de dga niet over enig vermogen waaruit hij de bank kan betalen als de bank hem aanspreekt? Dan kan hij geen voorziening vormen en is het aan de bank verschuldigde bedrag niet aftrekbaar.

Een dga bezat middellijk een belang in een houdstervennootschap. Die houdstervennootschap had diverse bv’s. De houdstervennootschap en dochtervennootschappen waren opgericht om door heel Nederland centra te vestigen, met als doel zorg te bieden aan aanstaande ouders totdat hun kinderen vier jaar oud zijn. Verschillende commerciële partijen waren geïnteresseerd en bereid om te ‘participeren’. Ook de bank was bereid om een flink bedrag te financieren. Daarvoor eiste de bank wel dat de dga voor de schulden van de vennootschap borg stond. In de overeenkomst van borgstelling tussen de dga en de houdstervennootschap kwamen de dga en de houdstervennootschap overeen dat de vennootschap 7% rente moest betalen over het bedrag van de borgstelling. Er werden geen zekerheden bedongen. De houdstervennootschap heeft de vergoeding nooit betaald. Op 21 december 2016 vroeg de dga het faillissement aan van de houdstervennootschap. Op 15 februari 2017 sprak de bank de dga aan voor € 150.000. Dat bedrag is niet betaald.

De procedure bij het hof

In geschil bij Hof Arnhem-Leeuwarden is of de borgstelling door de dga voor de houdstervennootschap zakelijk is. Ook is in geschil of de inspecteur terecht heeft geweigerd om de aan de bank verschuldigde borgstellingsvergoeding in aftrek toe te laten.

Zakelijke borgstelling

De inspecteur vond de borgstelling door de dga voor zijn houdstervennootschap onzakelijk, want die borgstelling is uit aandeelhoudersmotieven aangegaan. Het hof is het hier niet mee eens. De onderneming bevond zich in de startfase. Daar horen hoge aanloopkosten bij en de nodige liquiditeitsproblemen en risico’s. Het cliëntenbestand en omzetpotentie groeide bovendien zeer snel. Ook commerciële bedrijven zijn bereid geweest geld te steken in de onderneming, omdat zij potentie zagen in het businessmodel evenals de bank die bereid was een financiering te verstrekken. Dat betekent dat er mogelijk wel een derde is te vinden die onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden als de dga bereid is tegen een winstonafhankelijke vergoeding een borgstelling te verstrekken aan de houdstervennootschap. Daardoor is de borgstelling niet in de aandeelhouderssfeer gelegen.

Geen redelijke mate van zekerheid van betaling op balansdatum

Toch is het bedrag de bank van € 150.000 waarvoor de bank de dga in 2017 aanspreekt niet aftrekbaar. De dga heeft zelf op 21 december 2016 het faillissement van de houdstervennootschap aangevraagd. Daarmee heeft hij de stekker uit zijn eigen inkomstenbron getrokken. De dga heeft ook toegegeven dat hij geen inkomen en vermogen meer heeft , waaruit hij de betaling aan de bank kan voldoen. Daarom kan de dga geen voorziening vormen voor de betaling aan de bank van € 150.000. Er is namelijk op 31 december 2016 (de balansdatum) geen redelijke mate van zekerheid dat hij een toekomstige uitgave zal doen vanwege de borgstelling.

Wet: art. 3.92 Wet IB 2001

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 13 april 2021 (gepubliceerd 23 april 2021), ECLI:NL:GHARL:2021:3501, 20/00485

Filed Under: BV & DGA, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Vooraankondiging arresten Hoge Raad 30 april 2021
Volgende artikel
Zeventien maal is scheepsrecht: Hof schrapt advocaat Bharatsingh van tableau

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

wet excessief lenen

Dividendbesluit in 2020 blokkeert oude box 2-verrekening

Hof Den Haag oordeelt dat een dividenduitdeling van € 1,75 miljoen pas in 2020 is genoten, omdat pas toen rechtsgeldig tot uitkering is besloten. De aandeelhouder kan de uitdeling niet met terugwerkende kracht toerekenen aan eerdere jaren om verdamping van box 2-verliezen te voorkomen.

vastgoed buitenland

Schuldoverneming voor kinderen verhoogt box 2-verlies niet

Een dga die schulden van zijn bv aan zijn kinderen overneemt en vervolgens prijsgeeft, doet daarmee geen informele kapitaalstorting. Volgens Hof ’s-Hertogenbosch handelt hij vooral vanuit het privébelang van zijn kinderen en niet als aandeelhouder.

wettelijke termijn bij overlijden begunstigde

Vaststelling doorberekende kosten STAK verschuift naar 1 november

Het Besluit doorberekening kosten stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen wordt gewijzigd. De jaarlijkse uiterste datum waarop de minister van Financiën de bij betrokken vennootschappen in rekening te brengen beheerkosten vaststelt, verschuift van 1 mei naar 1 november.

dga-salaris

Niet-ingehouden loonheffing verlaagt belastbaar inkomen

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat niet-ingehouden loonheffing niet tot het belastbaar inkomen van een dga behoort als de inspecteur niet aannemelijk maakt dat dit bedrag op een andere manier aan hem ten goede is gekomen.

Standpunt over creëren schuldvordering bij afsplitsing

De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of het bij een afsplitsing creëren van een schuldvordering, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat, leidt tot een regulier voordeel in de zin van artikel 4.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Gebruikelijk loon 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

AGENDA

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen | PE Accreditatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×