• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Geen arbeidskorting over ABP-pensioen

26 mei 2020 door Remco Latour

Pensioendossiers en lijfrente

Een pensioen van het ABP telt in ieder geval voor de heffingskortingen als inkomsten uit vroegere arbeid. Men mag over zo’n pensioen daarom de arbeidskorting niet toepassen.

Binnenlands belastingplichtigen en zogeheten kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen mogen hun verschuldigde inkomstenbelasting verminderen met de heffingskorting. Sommige andere buitenlandse belastingplichtigen mogen de arbeidskorting of de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack) toepassen. Is een belastingplichtige anders dan door zijn overlijden niet het hele jaar binnenlands belastingplichtig? Dan vindt een tijdsevenredige vermindering van zijn heffingskorting plaats. Deze vermindering blijft achterwege voor de arbeidskorting en iack.

Verschillende heffingen

De heffingskorting geldt niet alleen voor de inkomstenbelasting, maar ook voor de premies volksverzekeringen. Ook de loonbelasting kent een heffingskorting, maar deze bevat minder bestanddelen. Voor zover iemand niet premieplichtig is voor een volksverzekering, heeft hij evenmin recht op het bijbehorende deel van de heffingskorting. De bedragen die staan vermeld in deze verdieping, zijn in beginsel de bedragen voor personen die alle premies moeten betalen.

Standaardheffingskorting

De zogeheten standaardheffingskorting voor de inkomstenbelasting bevat de volgende onderdelen:

  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting;
  • de jonggehandicaptenkorting;
  • de ouderenkorting;
  • de alleenstaande ouderenkorting; en
  • de korting voor groene beleggingen.

Algemene heffingskorting

In principe heeft iedere belastingplichtige recht op de algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting bedraagt maximaal € 2.711 (bedrag 2020). Heeft de belastingplichtige een box 1-inkomen van meer dan € 20.711? Dan daalt zijn algemene heffingskorting met 5,672% van het deel van het belastbare box 1-inkomen dat de € 20.711 overschrijdt.

Arbeidskorting

De arbeidskorting geldt voor belastingplichtigen met arbeidsinkomen. In beginsel berekent de fiscus de arbeidskorting op A + B + C – D. Daarbij geldt dat:

  • A = 2,812% van het arbeidsinkomen, maar maximaal € 279 (bedrag 2020).
  • B = 28,812% van het arbeidsinkomen voor zover dat meer bedraagt dan € 9.921. B is hooguit € 3.316 (bedrag 2020).
  • C = 1,656% van het arbeidsinkomen voor zover dat meer bedraagt dan € 21.430. C kan echter niet meer bedragen dan € 224 (bedrag 2020).
  • D = 6% van het arbeidsinkomen voor zover dat meer bedraagt dan € 34.954. D bedraagt maximaal € 3.819 (bedrag 2020).

ABP-pensioen

Voor Hof Den Bosch had een man de uitkering die hij van Stichting Pensioenfonds ABP ontving in zijn aangifte aangegeven als loon of uitkering Ziektewet. Daardoor was de arbeidskorting over dit inkomensbestanddeel toegepast. Het hof oordeelt echter dat dit niet terecht is. De uitkering is geen uitgestelde vergoeding voor tegenwoordige arbeid. De man kreeg de uitkering vanwege de vroegere dienstbetrekking die hij had bij een werkgever. De stelling van de man dat ook pensioen was opgebouwd tijdens een periode waarin hij geen arbeid had verricht, doet daar niets aan af.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

Heeft de belastingplichtige een arbeidsinkomen van meer dan € 5.072 (bedrag 2020) of mag hij de zelfstandigenaftrek toepassen? En staat gedurende minimaal zes maanden van het kalenderjaar een kind, dat aan het begin van het jaar nog geen twaalf jaar oud was, bij hem ingeschreven? Dan heeft de belastingplichtige in principe recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack). In het geval van een fiscaal partnerschap krijgt alleen degene met het laagste inkomen de iack. Bij gelijke inkomen, krijgt de oudste partner de iack. De iack bedraagt 11,45% van het deel van het arbeidsinkomen, dat de € 5.072 overschrijdt. De iack bedraagt maximaal € 2.881.

Jonggehandicaptenkorting

Wie recht heeft op een uitkering of arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, heeft ook recht op een heffingskorting. Dit is de jonggehandicaptenkorting. Deze heffingskorting bedraagt € 749 (bedrag 2020). Wie al recht heeft op de ouderenkorting, mag niet ook nog eens de jonggehandicaptenkorting toepassen.  

(Alleenstaande) ouderenkorting

Wie aan het einde van het belastingjaar (of van zijn belastingplicht) volgens de AOW de pensioengerechtigde leeftijd, heeft recht op de ouderenkorting. De ouderenkorting bedraagt in 2020 € 1.622. Voor zover het verzamelinkomen meer bedraagt dan € 37.372, vindt een vermindering van de ouderenkorting plaats met 15% van het verzamelinkomen. Wie in principe recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden, heeft daarnaast recht op de alleenstaande ouderenkorting van € 436 (bedrag 2020). De bedragen van de (alleenstaande) ouderenkorting worden niet aangepast aan het eventueel niet-verzekerd zijn voor de AOW.

Korting voor groene beleggingen

Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling in box 3 van € 59.477 (bedrag 2020) per fiscale partner. Daarnaast hebben die fiscale partners nog recht op een heffingskorting voor groene beleggingen van 0,7% van het vrijgestelde bedrag. Hierbij vindt geen correctie plaats voor het eventueel niet-verzekerd zijn voor de AOW.

Wet: art. 2.7, 5.13, 8.7, 8.10, 8.11, 8.14a, 8.16a, 8.17, 8.17a en 8.19 Wet IB 2001

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 14 april 2020 (gepubliceerd 25 mei 2020), ECLI:NL:GHSHE:2020:1569, 19/00711

Filed Under: Arbeid & loon, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Telefonische hulp bij aangifte van Belastingdienst
Volgende artikel
A-G: schenkbelasting geen onderdeel verkrijgingsprijs ab

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

zzp wet dba schijnzelfstandigheid

Een betaalbare basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen

Het kabinet wil een betaalbare basisverzekering invoeren die zelfstandigen bij arbeidsongeschiktheid een minimuminkomen garandeert. Volgens de huidige berekeningen bedraagt de premie maximaal € 171 bruto per maand. Zelfstandigen met een particuliere verzekering of een bv vallen buiten deze regeling.

schijnzelfstandigheid; opheffen handhaningsmoratorium

Kabinet schrapt deel zzp-wet

Het kabinet wil de onrust rond nieuwe wetgeving voor zelfstandigen verminderen. Daarom wordt een deel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) geschrapt en wordt gewerkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet.

dga-salaris

Evaluatie gebruikelijkloonregeling

Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding om het normbedrag generiek te verhogen of te differentiëren. Staatssecretaris Eerenberg licht de uitkomsten van het vervolgonderzoek over de gebruikelijkloonregeling toe. De gebruikelijkloonregeling verplicht een dga om een zakelijk arbeidsinkomen in aanmerking te nemen en daarover loonheffing in box 1 te betalen. Het gebruikelijk loon is het... lees verder

salaris

3e uitgave cijferbijlage Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft in de bijlage met de tarieven, bedragen en percentages loonheffingen vanaf 1 januari 2026 tabel 15 (Loonkostenvoordelen) aangepast.

salaris

Gebruikelijk loon dga volgt meest verdienende werknemer

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het gebruikelijk loon van een dga terecht heeft vastgesteld op het loon van de best verdienende werknemer.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×