• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Dividendbelasting: tijdelijke lastpak voor private equity

3 september 2018 door dennis langkemper

Coöperaties zijn populaire investeringsplatformen voor Nederlandse private equity en venture capital- fondsen. De invoering van de nieuwe regels ten aanzien van houdstercoöperaties per 1 januari 2018 zorgt echter voor de nodige onzekerheid.

Vooral vanwege de deelnemingsvrijstelling voor de Vpb-plichtige investeerders zijn coöperaties populair. Deze is altijd van toepassing, ongeacht de grootte van het belang dat door de investeerder in de coöperatie wordt gehouden. Kleine Vpb-plichtige investeerders kunnen dus rechtstreeks in het fonds investeren en hoeven niet met B.V.'s te stapelen om aan de 5%-grens te komen.

Nieuwe regels

Een ander voordeel zou de afwezigheid van dividendbelasting op winstuitkeringen kunnen zijn. Voor Nederlandse investeerders hooguit een liquiditeitsvoordeel, voor buitenlandse investeerders mogelijk een fiscaal voordeel. De invoering van de nieuwe regels ten aanzien van houdstercoöperaties per 1 januari 2018 zorgt in verband hiermee echter voor de nodige onzekerheid. Dat zit zo. Een houdstercoöperatie kan onder omstandigheden worden verplicht om dividendbelasting in te houden ten aanzien van winstuitkeringen aan (een deel van) haar leden. Een coöperatie wordt aangemerkt als een houdstercoöperatie als deze zich doorgaans hoofdzakelijk (m.a.w. voor tenminste 70%) bezighoudt met het houden van deelnemingen. Gesteld zou kunnen worden dat een coöperatie in de functie van investeringsplatform van een private equity-fonds feitelijk niet veel anders doet en dus als houdstercoöperatie moet worden aangemerkt. In de memorie van toelichting bij de nieuwe wet is weliswaar opgemerkt dat het voorstelbaar is dat een coöperatie die gebruikt wordt in een private equity-structuur onder omstandigheden niet als houdstercoöperatie hoeft te worden aangemerkt op basis van bepaalde overige factoren, zoals werknemers, kantoorruimte en actieve betrokkenheid bij de onderneming van de deelnemingen. De vraag is echter of de praktijk iets heeft aan deze toezegging. De genoemde factoren kan de beheerder van het fonds makkelijk hardmaken, maar op het niveau van de coöperatie zelf, spelen deze factoren doorgaans geen rol van betekenis.

Escape?

Is er dan een andere escape? De inhoudingsplicht voor de dividendbelasting strekt zich alleen uit tot kwalificerende lidmaatschapsrechten, oftewel lidmaatschapsrechten die recht geven op tenminste 5% van de jaarwinst of liquidatieopbrengst. Deze regel lijkt behulpzaam in de praktijk. Immers, de kleine investeerders in een Nederlands private equity-fonds zijn niet zelden particuliere beleggers die geen recht hebben op toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor deelnemingssituaties. Maar zoals wel vaker mogen we in het Nederlandse fiscale moeras niet te vroeg juichen. Bij de bepaling van de 5% grens wordt namelijk rekening gehouden met het verbondenheidsbegrip van artikel 10a Wet VPB en daar komt het fenomeen van de in 2017 geïntroduceerde 'samenwerkende groep' om de hoek kijken. Volgens de memorie van toelichting ontstaat er inhoudingsplicht bij houdstercoöperaties in geval van een door een samenwerkende groep 'gecoördineerde investering' die leidt tot een belang van 5% of meer. Uit de hiervoor genoemde memorie van toelichting (en die bij artikel 10a VPB), zou kunnen worden afgeleid dat de wetgever van mening is dat een investering in een fonds altijd gecoördineerd plaatsvindt,  hetgeen zou betekenen dat alle investeerders in een private equity-fonds met elkaar een samenwerkende groep vormen. Dit leidt dan tot de conclusie dat ten aanzien van iedere investeerder er een inhoudingsplicht van dividendbelasting is, tenzij de investeerder een vrijstelling kan toepassen.

Alom onzekerheid dus. De belastingdienst vindt het zelf ook lastig en neemt liever geen algemeen standpunt in. Wat nu te doen als de investeerder geen vrijstelling kan toepassen? Bij twijfel niet oversteken? Of met gekruiste vingers geen dividendbelasting inhouden en hopen dat het zo’n vaart niet zal lopen gezien de aangekondigde afschaffing van de dividendbelasting in 2020? De Nederlandse private equity-praktijk zou erg gebaat zijn bij duidelijkheid over dit onderwerp gedurende deze overgangsperiode!

Meer weten?

Dinsdag 15 mei verzorgt Dennis Langkemper samen met Jeroen Knol de PE-Pitstop Private equity en informal investing.  > Meer informatie en aanmelden..

Filed Under: Blogs, Estate Planning, Financiële planning, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Privacystructuren: open C.V. of open FGR?
Volgende artikel
Voorkom lijfrenteproblemen: breng geruisloos in!

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

rente Vpb

Renteaftrek terecht beperkt ondanks marktconforme voorwaarden

De Hoge Raad bevestigt dat art. 10a Wet Vpb 1969 ook na recente EU-rechtspraak de volledige aftrek van rente kan weigeren. Dat geldt zelfs als de lening tegen marktconforme voorwaarden is afgesloten, zolang sprake is van een volstrekt kunstmatige constructie.

startersregeling

Nieuwe definitie startups en scale-ups in box 3 krijgt eigen wetsvoorstel

Het kabinet werkt aan een verbeterde definitie van startups en scale-ups in box 3, die beter aansluit bij de specifieke kenmerken van deze ondernemingen. Staatssecretaris Heijnen informeert de Kamer over de voortgang en de keuze om deze definitie via een afzonderlijk wetsvoorstel te regelen.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

kantoor Londen

Britse verzekeringsmaatschappij krijgt geen teruggaaf dividendbelasting

Het hof oordeelt dat een Britse unit-linked verzekeraar geen recht heeft op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. De verzekeraar is volgens het hof niet de opbrengstgerechtigde en ook niet de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden.

Antwoorden op vragen over het artikel ‘Spaarders en woningbeleggers kunnen vermogenstaks eenvoudig ontwijken’

Staatssecretaris Heijnen beantwoordt Kamervragen over het bericht dat spaarders en woningbeleggers de vermogenstaks eenvoudig kunnen ontwijken In de Kamervragen wordt verwezen naar mediaberichten waarin twee routes worden geschetst: het naar voren halen van rente-uitkeringen (bijvoorbeeld door opzegging van een spaarrekening zodat rente in december in plaats van januari wordt uitgekeerd) en het naar voren halen... lees verder

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Opleidingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Opleidingen

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Webinar voorjaarsnota & vooruitblik Belastingplan 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×