• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

‘Ophef over arrest Europese Hof onterecht’

16 augustus 2019 door Hans van den Hurk

‘De Europese rechter rekent af met Nederland als doorstroomland.’ Een bijzondere conclusie van het FD aldus Hans van den Hurk. Er zijn helemaal geen bakens verzet.

Het Financieele Dagblad publiceerde 26 april een artikel over een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. De uitspraak is al twee maanden oud en zou slecht nieuws zijn voor Nederland. De telefoon op de Zuidas staat sindsdien roodgloeiend.

De zaak voor het Europese Hof was aangespannen omdat een Deense vennootschap wilde weten of zij een dividend zonder inhouding van bronbelasting kon uitkeren aan een Luxemburgse vennootschap.

In de betreffende zaken gaat het over situaties van ontduiking en ontwijking waarbij het Hof van Justitie spreekt over wholly artificial. Deze termen refereren aan het Cadbury Schweppes-argument (structuren zijn geoorloofd, uitgezonderd situaties van ontwijking en ontduiking). Deze zaken zien alleen op situaties van zogenaamde brievenbusfirma’s die wholly artificial zijn. Mijn inziens heeft het HvJ dus geen nieuwe criteria gesteld.

In het artikel in het FD wordt ook gesproken over ingrijpende gevolgen voor ongeveer 15.000 brievenbusfirma’s. In Nederland gaat het maar om een beperkt aantal brievenbusfirma’s.

De relatie met Nederland is dan op zijn minst gezegd 'gezocht' en politiek ingestoken. Wie anders concludeert, heeft het arrest niet goed gelezen.

Filed Under: Blogs, Internationaal & Europees recht

Reageer
Vorige artikel
Blog | Quick fixes btw
Volgende artikel
Interne financieringen: houd het zakelijk

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

cryptohandel MiCA

EC stelt Nederland in gebreke vanwege vertraging Wet gegevensuitwisseling cryptoactiva

Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en lasten van DAC8.

Opinie | Een EU-zege voor de evenredigheid, nu Nederland nog …

In deze NTFR/NDFR Opinie bespreekt Fons Ravelli het arrest Commissie v. België (C-524/23) dat volgens hem merkwaardige gevolgen heeft voor artikel 8b Wet Vpb 1969. Daarnaast betoogt hij dat door de uitleg die het HvJ in die zaak geeft aan het EU-evenredigheidsbeginsel, meerdere Nederlandse antimisbruikbepalingen vermoedelijk strijdig zijn met EU-recht.

Opinie | What’s coming tomorrow: trouble and sorrow?

In deze NTFR Opinie wijst mr. Fred van Horzen op het risico dat de Side-by-Side Veilige Haven het einde van de Pijler 2-richtlijn en de Wet minimumbelasting 2024 kan betekenen, met uitzondering van de kwalificerende binnenlandse bijheffing. Lees de hele NTFR/NDFR Opinie gratis via NDFR NDFR Thema’s & Tools Kom als adviseur sneller tot een... lees verder

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×