• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

A-G: weigering btw-nultarief is geen ‘criminal charge’

14 mei 2024 door Remco Latour

inschrijven buitenlandse auto

Advocaat-generaal Wattel concludeert dat het weigeren van het btw-nultarief geen strafrechtelijke maatregel is. Dat verlicht de bewijslast voor de fiscus.

Een holding en haar 100%-dochtervennootschap vormen een fiscale eenheid (FE) voor de omzetbelasting. Deze FE handelt in auto’s. Zij heeft in 2015 en 2016 auto’s verkocht aan ogenschijnlijk Hongaarse afnemers. Uit een boekenonderzoek blijkt dat de auto’s in werkelijkheid naar Berlijn zijn gegaan. De verkoopfacturen hebben dus niet de werkelijke afnemers van de auto’s vermeld. De Belastingdienst weigert daarom het nultarief op de intracommunautaire transacties en legt de FE naheffingsaanslagen omzetbelasting en vergrijpboetes op. De FE betwist de weigering van de toepassing van het nultarief. Ook wijst de FE erop dat het controlerapport van de fiscus twee verklaringen citeert van de (indirecte) dga van de FE. De dga is gewezen op zijn recht om te zwijgen maar niet op zijn recht op rechtsbijstand. De FE ziet hierin een schending van het Europees recht. Daardoor moeten de verklaringen buiten beschouwing blijven bij de beoordeling of de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd.

Proces kan eerlijk zijn geweest

In de cassatieprocedure stelt de FE dat de verklaringen van haar dga niet alleen van bewijs voor de boetegronden moeten worden uitgesloten, maar ook van bewijs voor de naheffing. De FE merkt namelijk de weigering van het nultarief eveneens aan als ‘criminal charge’. Advocaat-generaal (A-G) Wattel ziet de weigering van het nultarief niet als een ‘criminal charge’, maar als een middel tot correcte btw-heffing. Ook het Europese Hof voor de rechten van de mens vindt correcte btw-heffing belangrijk. De eisen met betrekking tot een eerlijk proces hebben een wat zwakkere werking in procedures die buiten de harde kern van het strafrecht vallen. Ook een fiscaal-administratieve boete valt buiten die harde strafrechtkern, aldus de A-G. De A-G acht mogelijk dat in deze zaak de procedure in zijn algemeen toch als eerlijk is te bestempelen. Daarbij is van belang dat de belastingadviseur van de dga aanwezig was bij de tweede verklaring.

Bewijsmateriaal niet zo snel onbruikbaar

Wie stelt te zijn geschaad in zijn verdedigingsbelang, zal volgens de A-G nader moeten motiveren hoe daardoor in zijn algemeen geen sprake meer is van een eerlijk proces. In de voorafgaande procedure voor hof Arnhem-Leeuwarden (NTFR 2022/3592) is dit niet gebeurd. Verder behandelt de A-G de vraag wanneer bewijsmateriaal in een procedure zoals deze onbruikbaar is. Dat is pas het geval als de fiscus het bewijsmateriaal zelf heeft verkregen met schending van de beginselen van behoorlijk bestuur of binnen het strafrecht heeft verkregen op een bepaalde wijze. Deze wijze moet zo zeer indruisen tegen wat men mag verwachten van een overheid die behoorlijk handelt, dat men het gebruik van dat bewijsmiddel onder alle omstandigheden moet uitsluiten. De A-G adviseert de Hoge Raad om de zaak eerst terug te verwijzen naar de feitenrechter voor nieuw onderzoek naar de feiten en beoordeling in het licht van de correcte rechtskundige maatstaven.

Verdrag: art. 6 EVRM

Handvest: art. 47 Handvest van de grondrechten van de EU

Wet: art. 9, tweede lid, onderdeel b en Tabel II onderdeel a sub 6 Wet OB 1968

Bron: Parket bij de Hoge Raad 26 april 2024 (gepubliceerd 10 mei 2024), ECLI:NL:PHR:2024:457, 23/03385

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Jaarverslag 2023 Raad voor de rechtspraak
Volgende artikel
Houd rekening met opties bij berekening BPM

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

verlblijfskosten eigen rijders

Geen btw-aftrek voor facturen na derdenbeslag bij bv

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een transport-bv geen recht heeft op aftrek van voorbelasting op facturen van een gelieerde bv. De inspecteur maakt aannemelijk dat de bv deels niet de afnemer is en dat deels geen prestaties zijn verricht.

pensioenwet

A-G: premiebetaling pensioenfonds vraagt om prejudiciële btw-vraag

A-G Ettema adviseert de Hoge Raad om het geding te schorsen en het Hof van Justitie te vragen of een pensioenpremie vooraf is betaald als pensioenrechten niet afhankelijk mogen zijn van betaling.

vat in the digital age

NOB: Aanvullende verleggingsregeling ViDA kan eenvoudiger

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs plaatst kanttekeningen bij de voorgestelde aanvullende verleggingsregeling en de invoeringsdatum van de vereenvoudigde ABC-levering. Volgens de NOB kunnen onderdelen van het wetsvoorstel eenvoudiger en duidelijker worden vormgegeven. De NOB waardeert dat de plannen al in een vroeg stadium worden gedeeld, zodat ondernemers zich tijdig kunnen voorbereiden op de wijzigingen die... lees verder

Standpunt levering onder bezwarende titel en goedkeuring samenloopvrijstelling bij fusie

De Kennisgroep overdrachtsbelasting beantwoordt in samenwerking met de Kennisgroep omzetbelasting de vraag of bij de overgang van een goed in het kader van een vereenvoudigde zusterfusie sprake is van een levering van een goed onder bezwarende titel. Daarnaast beantwoordt de Kennisgroep overdrachtsbelasting zelfstandig of de in paragraaf 2.2.2 van het Besluit samenloopvrijstelling opgenomen goedkeuring van... lees verder

waterbassin

Standpunt waterbassin en toepassing cultuurgrondvrijstelling

De Kennisgroep overdrachtsbelasting geeft antwoord op de vraag of de verkrijging van een waterbassin of de ondergrond daarvan onder de cultuurgrondvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel q, WBR valt.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Nationaal Btw Congres 2026

Masterclass Overdrachtsbelasting

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

AGENDA

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Online cursus Samenhang testament, statuten & aandeelhoudersovereenkomst bij bedrijfsopvolging

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Aangifte erfbelasting

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Masterclass Fiscaliteiten in de Eigenwoningregeling

Verdiepingscursus Erven en schenken

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×