• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Hefboommechanisme nodig voor lucratief belang

26 oktober 2021 door Remco Latour

Voor de aanwezigheid van een lucratief belang moet een disproportioneel rendement voortvloeien uit een hefboommechanisme, zo concludeert Advocaat-generaal Niessen.

Een man was in 2014 werkzaam als een Chief Financial Officer (CFO) van een groep vennootschappen. Deze groep was al in 2013 in financieel zwaar weer gekomen. In oktober 2013 had een herstructurering en herfinanciering van de tophoudstervennootschap plaatsgevonden. Daarbij was onder meer een Management Participatie Plan (MPP) opgesteld. Op 22 april 2014 vond een certificering van aandelen plaats. Diezelfde dag kocht de CFO van de stichting administratiekantoor (STAK) de certificaten van de gewone aandelen voor een bedrag van € 630.000 inclusief agio. Op grond van de certificaathoudersovereenkomst was op de CFO als enige MPP-deelnemer een exitclausule van toepassing. Deze clausule zou zelfs tot uitkering kunnen leiden als geen verkoop van de onderneming zou plaatsvinden. Ook bevatte de overeenkomst een anti-verwateringsclausule om het belang van de CFO te beschermen. In december 2014 daalde de waarde van de certificaten naar € 1. De man waardeerde daarom zijn certificaten af.

Voorwaarden lucratief belang

De CFO wilde deze waardedaling opgeven als negatieve inkomsten uit een lucratief belang. De Belastingdienst betwiste dat sprake was van een lucratief belang. Maar Hof Arnhem-Leeuwarden stelde de CFO in het gelijk. Zie NTFR 2021/208. Daarop ging de staatssecretaris van Financiën in cassatie. Advocaat-generaal (A-G) Niessen noemt twee cumulatieve voorwaarden voor de aanwezigheid van een lucratief belang:

  • De belastingplichtige moet vermogensbestanddelen (kwalificerende aandelen, rechten of vorderingen) hebben verkregen die mede dienen als beloning voor het verrichten van bepaalde werkzaamheden; en
  • De desbetreffende vermogensbestanddelen moeten voldoen aan bepaalde objectieve criteria.

Aangepast 10%-criterium

Het hof heeft geoordeeld dat aan de objectieve criteria is voldaan. Hier was sprake van een relatief zeer omvangrijke funding van de tophoudster met cumulatief preferent aandelenkapitaal. Dit moest de CFO in staat stellen om een disproportioneel hoog rendement te behalen. Daarbij is zelfs het relatieve hoge risico van de investering in aanmerking genomen. Maar de A-G is het met de staatssecretaris van Financiën eens dat het disproportionele rendement moet zijn veroorzaakt door een hefboommechanisme. Dat hefboommechanisme moet een bepaalde omvang hebben. Bij rechten die economisch vergelijkbaar zijn met de kwalificerende aandelen geldt een aangepast 10%-criterium. Het hof heeft daar volgens de A-G ten onrechte geen rekening mee gehouden. De A-G adviseert de Hoge Raad daarom om het cassatieberoep van de staatssecretaris gegrond te verklaren.

Wet: art. 3.92b IB 2001

Bron: Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2021 (gepubliceerd 22 oktober 2021), ECLI:NL:PHR:2021:926, 20/4077

Online cursus Lucratieve belangen en participatieregelingen

Lucratieve belangen zijn participaties in het vermogen van ondernemingen waarbij die participatie mede beoogd aan die onderneming geleverde werkzaamheden te belonen. Deze heffing is ingevoerd in een tijd dat managers van durfkapitalisten door middel van het ‘mee-investeren’, grote, toentertijd belastingvrije vermogenswinsten konden boeken in betrekkelijk korte tijd op hun participaties en met zeer beperkte financiële risico’s.

Na het volgen van de cursus:

  • weet u wanneer een participatie een lucratief belang kan vormen;
  • kunt u verschillende soorten van participaties herkennen en duiden;
  • begrijpt uw welke fiscale risico’s (en kansen) aan een lucratief belang verbonden zijn; en
  • bent u beter in staat uw klanten en collega’s hierin te begeleiden.
Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Reactie Vijlbrief op motie loket familiebedrijven Belastingdienst
Volgende artikel
Tijdvak omzetbelasting

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

opstal waarde woning eigenwoningregeling

Onderlinge verdeling eigen woning wijzigen bij navordering

De Hoge Raad oordeelt dat een belastingplichtige en zijn partner een aanvankelijk gekozen onderlinge verdeling van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel mogen wijzigen zolang de navorderingsaanslagen van beiden nog niet onherroepelijk vaststaan. Die mogelijkheid geldt niet alleen voor het inkomensbestanddeel waarop de navordering ziet.

bedrag ineens pensioen

Standpunt pensioenvrijstelling Vpb

In samenwerking met de Kennisgroep pensioenen heeft de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen de vraag beantwoord of een voorwaarde van een minimumleeftijd of van een minimum loonbedrag voor deelname aan een pensioenregeling voor een buitenlands pensioenlichaam in de weg staat aan de toepassing van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969.

Vragen en antwoorden formulier Opgaaf werkelijk rendement geactualiseerd

Op het Forum Fiscaal Dienstverleners is een nieuwe versie geplaatst van het Vraag en antwoorden formulier Opgaaf werkelijk rendement.

bedrag ineens pensioen

Nieuw V&A 26-006 Invaren ongehuwd ouderdomspensioen

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft V&A 26-006 gepubliceerd waarin twee vragen over het invaren van een opgebouwd ongehuwd ouderdomspensioen worden behandeld.

box 3

Standpunt voorkomingsartikel in Verdrag Nederland – België 2001

De kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft een standpunt ingenomen over de berekening van de voorkoming van dubbele belasting onder het belastingverdrag tussen Nederland en België. Meer specifiek over de vraag of een schuld die verband houdt met een in België gelegen onroerende zaak, maar niet is verzekerd met een recht van hypotheek, in aanmerking wordt genomen bij de berekening.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Future Fit Professionals

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×