• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Kabinet zoekt breed draagvlak voor aanpassing box 3

15 september 2026 door redactie

Het kabinet wil zo snel mogelijk tot concrete en breed gedragen voorstellen voor box 3 komen, maar ziet dat de steun voor aanpassingen en de dekking daarvan sterk uiteenloopt. Minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg leggen vier scenario’s voor en vragen om uitstel van de behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3.

De aanpassing van het huidige box 3-stelsel is volgens het kabinet een complex vraagstuk. Sinds de invoering in 2001 wordt belasting geheven op basis van forfaits. Door arresten van de Hoge Raad moeten belastingplichtigen met een lager werkelijk rendement dan het forfaitaire rendement de mogelijkheid krijgen dit aannemelijk te maken. Het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijs kent echter belangrijke nadelen en leidt tot een forse jaarlijkse budgettaire derving.

Met de Wet werkelijk rendement box 3 kan vanaf 2028 structureel belasting worden geheven over het werkelijke rendement. Kosten en verliezen kunnen worden verrekend en voor onroerende zaken geldt een vermogenswinstbelasting, waardoor waardeontwikkeling pas bij realisatie wordt belast. Tijdens de parlementaire behandeling is echter kritiek geuit op met name de vermogensaanwassystematiek en de mogelijke gevolgen voor het investeringsklimaat.

Daarnaast wil het kabinet het nieuwe stelsel doorontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek. Daarbij ontstaat een budgettair dilemma: een vermogenswinstbelasting leidt in de eerste jaren tot forse derving doordat belasting pas bij realisatie wordt geheven, terwijl ook het langer voortzetten van de tegenbewijsregeling geld kost.

Vier mogelijke routes

Het kabinet beschrijft vier scenario’s. Scenario 1 bevat verbeteringen aan het bestaande wetsvoorstel, waaronder een carry-back, een lagere belastingdruk en verbeteringen voor mensen die te maken hebben met levensgebeurtenissen zoals huwelijk of scheiding. Ook kan duurzaam beleggen worden gestimuleerd en is een wetsvoorstel uitgewerkt om de behandeling van start- en scale-ups te verbeteren. De fundamentele bezwaren tegen een vermogensaanwasbelasting worden hiermee niet weggenomen.

In scenario 2 wordt de Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 2028 als tussenstap ingevoerd, waarna in 2030 een volledige vermogenswinstbelasting kan volgen. Scenario 3 trekt het wetsvoorstel juist in. Het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijs blijft dan tot 2030 bestaan. Deze route kent de hoogste cumulatieve budgettaire derving.

Scenario 4 breidt de vermogenswinstbelasting al vanaf 2028 uit naar alle financiële instrumenten. Daarmee valt circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 onder een vermogenswinstbelasting. Deze snelle route doet volgens het kabinet echter een groot beroep op het doenvermogen van belastingplichtigen en heeft ingrijpende gevolgen voor de uitvoerbaarheid en handhaving.

Breed politiek draagvlak nodig

Alle oplossingsrichtingen gaan gepaard met een aanzienlijke budgettaire derving die volgens de begrotingsregels moet worden gedekt. Ook ieder jaar dat de tegenbewijsregeling langer blijft bestaan, heeft budgettaire gevolgen.

Het kabinet benadrukt daarom dat een wijziging van box 3 om een zorgvuldige afweging en breed politiek draagvlak vraagt. Het wil met de Kamer bespreken waar overeenstemming kan worden gevonden en wat nodig is voor een breed gedragen voorstel. De Eerste Kamer wordt gevraagd de behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig aan te houden.

Bron: Kamerbrief voortgang box 3, Ministerie van Financien, 16 september 2026

Filed Under: Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Twijfel over facturen blokkeert aftrek voorbelasting

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

ECLI:NL:RBGEL:2026:6917 Rechtbank Gelderland, 11-09-2026, ARN 23/4675 en 25/3227

Balanscontinuïteit. Vereiste aangifte. Belanghebbende drijft samen met zijn broer een vennootschap onder firma. Het eindvermogen en de voorraadwaardering per 31 december 2018 sluiten niet aan bij het beginvermogen en de voorraadwaardering per 1 januari 2019. Belanghebbende heeft geen aangifte IB/PVV 2019 in de zin van de wet gedaan. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende... lees verder

declaraties

Twijfel over facturen blokkeert aftrek voorbelasting

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een bv onvoldoende aannemelijk maakt dat zij recht heeft op de volledige aftrek van voorbelasting. De inspecteur heeft de niet-onderbouwde voorbelasting daarom terecht nageheven.

Hospice

Hospiceprestatie niet vrijgesteld van btw

Hof Den Haag oordeelt dat de prestatie van een low care hospice één ondeelbare hospiceprestatie vormt. De prestatie is niet vrijgesteld van btw, waardoor het hospice recht heeft op aftrek van de btw op de bouwkosten.

gift aan stichting

Standpunt herroepelijke schuldigerkenning uit vrijgevigheid en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze een herroepelijke schuldigerkenning uit vrijgevigheid in de tegenbewijsregeling box 3 in aanmerking wordt genomen.

vastgoed buitenland

Standpunt buitenlandse collectieve beleggingsinstelling in relatie tot het Unierecht

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord of het Unierecht zich verzet tegen de toepassing van artikel 4, derde lid, onderdeel b, Wet op de dividendbelasting 1965 op grond waarvan de inhoudingsvrijstelling buiten toepassing blijft op een buitenlandse collectieve beleggingsinstelling die een vergelijkbare functie vervult als een fiscale beleggingsinstelling.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Cursus Contracteren en managen van AI-systemen | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing | PE Accreditatie

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×