De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze een herroepelijke schuldigerkenning uit vrijgevigheid in de tegenbewijsregeling box 3 in aanmerking wordt genomen.
Schenker schenkt bij notariële akte een bedrag van € 50.000 aan diens meerderjarig kind onder schuldigerkenning. In de akte is opgenomen dat over het schuldig gebleven bedrag jaarlijks een rente van 6% wordt betaald en dat het kind het schuldig erkende bedrag kan opeisen na het overlijden van de schenker. Verder heeft de schenker bedongen dat hij de schenking eenzijdig kan herroepen. In een later jaar wordt deze schenking ook daadwerkelijk door de schenker herroepen.
Vraag
Op welke wijze wordt een notarieel vastgelegde herroepelijke rentedragende schuldigerkenning uit vrijgevigheid, opeisbaar na overlijden van de schenker, in de tegenbewijsregeling box 3 in aanmerking genomen?
Antwoord
Zowel in het jaar waarin de herroepelijke schuldigerkenning uit vrijgevigheid wordt overeengekomen als in het jaar waarin deze schenking wordt herroepen, is geen sprake van vermogensaanwas voor de schenker en de begiftigde. Enkel de betaalde rente wordt bij de schenker in aanmerking genomen als negatief regulier voordeel en bij de begiftigde in aanmerking genomen als regulier voordeel. Het rentepercentage van 6% wordt bij een dergelijke schuldigerkenning uit vrijgevigheid als een zakelijke rente aangemerkt, waardoor geen zakelijkheidscorrectie nodig is en de vordering en schuld op de nominale waarde kunnen worden gewaardeerd.




Geef een reactie