De Hoge Raad oordeelt dat de beperking van de verliesverrekening na een belangrijke aandeelhouderswijziging ook geldt voor latente verliezen. Het is niet vereist dat het verlies vóór de belangenwijziging al fiscaal is gerealiseerd of bij beschikking is vastgesteld.
Een bv bezit dertien verhuurde kantoorpanden en een bedrijfshal. Op 23 december 2015 worden de aandelen in de bv overgedragen aan derden. De fiscale boekwaarde van het vastgoed bedraagt dan € 89,8 miljoen, terwijl voor het vastgoed een transactieprijs van € 72,5 miljoen is overeengekomen. In 2017 draagt de bv drie panden over aan dochtervennootschappen. Daarbij realiseert zij een boekverlies van ongeveer € 4,3 miljoen. De inspecteur staat aftrek van dit verlies niet toe vanwege de beperking van de verliesverrekening van artikel 20a Wet Vpb 1969. In geschil is of deze bepaling ook ziet op verliezen die op het moment van de belangenwijziging al latent aanwezig waren, maar pas daarna worden gerealiseerd.
Ook latente verliezen getroffen
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 20a Wet Vpb 1969 voortbouwt op de oude regeling die verliesverrekening beperkte wanneer de band met de vroegere aandeelhouders en activiteiten in sterke mate verloren is gegaan. Uit een eerder arrest volgt dat die beperking ook ziet op verliezen die fiscaal pas na de belangenwijziging worden gerealiseerd, maar voortvloeien uit feiten en omstandigheden van vóór die wijziging. Deze lijn geldt ook voor artikel 20a Wet Vpb 1969. Latente verliezen die vóór de belangenwijziging zijn ontstaan, kunnen daardoor niet worden verrekend met winsten van latere jaren die niet meer ten goede komen aan de vroegere aandeelhouders.
Verliesbeschikking maakt dit niet anders
Dat de inspecteur sinds 1995 het verlies van een jaar bij beschikking vaststelt, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de tekst en wetsgeschiedenis van artikel 20b Wet Vpb 1969 blijkt niet dat de invoering van deze verliesvaststellingsbeschikking gevolgen heeft voor de behandeling van latente verliezen bij een belangenwijziging. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de bv daarom ongegrond.
Wet: art. 20a en art. 20b Wet Vpb 1969
Bron: Hoge Raad, 11-09-2026, ECLI:NL:HR:2026:1431, 23/02715 | NDFR





Geef een reactie