• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Objectief te verwachten voordeel vaak twistpunt met fiscus

5 oktober 2021 door Remco Latour

Voor de vraag of opbrengsten belast en kosten aftrekbaar zijn, is van belang of sprake is van een bron van inkomen. Geregeld ontstaan daarover geschillen met de fiscus. Vooral met betrekking tot het objectief te verwachten voordeel.

Kostenaftrek

Voordat een natuurlijk persoon kosten met betrekking tot zijn IB-onderneming of overige werkzaamheid kan aftrekken, moet natuurlijk wel sprake zijn van een onderneming of werkzaamheid. En daarvoor is weer vereist dat sprake is van een bron van inkomen. De Belastingdienst heeft een handreiking gegeven voor wanneer sprake is van een bron van inkomen. Zie ook: ‘Handreiking bron van inkomen Belastingdienst’ . In ieder geval moet bij een bron van inkomen uit arbeid cumulatief zijn voldaan aan de volgende drie voorwaarden:

  • De belastingplichtige neemt deel aan het economische verkeer. Dat betekent dat de activiteit tegen een vergoeding en buiten de privésfeer moet plaatsvinden.
  • De belastingplichtige moet het subjectieve oogmerk hebben om winst te behalen.
  • Men mag objectief gezien en in alle redelijkheid verwachten dat de activiteit (op lange termijn) een voordeel gaat opleveren.

Boek schrijven en uitbrengen

In de praktijk komt het geregeld voor dat een belastingplichtige kosten van een activiteit wil aftrekken, terwijl de inspecteur stelt dat geen bron van inkomen is. Vaak komt het geschil neer op de vraag of objectief gezien een voordeel is te verwachten. Zo had een man eind 2014 een boek uitgebracht in eigen beheer. Hij werkte in 2015 aan het verbeteren van zijn boek. Zo maakte hij kosten voor het wijzigen van afbeeldingen en vertalingen naar het Engels en het Duits. Uiteindelijk zijn twee exemplaren van het boek verkocht. Volgens de Belastingdienst en Hof Den Bosch was het schrijven en uitbrengen van dit boek geen bron van inkomen. Vanwege de negatieve resultaten in de jaren 2013 tot en met 2015 en de geringe omzet in 2016 was objectief gezien geen voordeel te verwachten.

Geen ongelijke behandeling

De man stelt nog dat het bronvereiste kleine ondernemers in een branche waarin hij opereert door de extreme concurrentie ongelijk behandelt ten opzichte van grote ondernemers. Grote  ondernemers kunnen immers veel meer media-aandacht krijgen of creëren, aldus de man. Verder meent hij dat de fiscus hem ongelijk behandelt ten opzichte van kleine ondernemers die in een branche opereren waarin geen sprake is van extreme concurrentie. Maar het hof verwerpt deze argumenten. Ook van grote uitgeverijen eist de fiscus dat sprake is van een redelijkerwijs te verwachten voordeel. Daardoor is geen sprake van een ongelijke behandeling

Aanloopverliezen

Maar zelfs als wel sprake is van een bron van inkomen, zal een ondernemer vaak niet meteen winst maken als hij zijn onderneming start. Het is zelfs goed mogelijk dat hij al flinke kosten heeft moeten maken voordat sprake was van een onderneming. Zonder nadere regeling zouden deze kosten niet aftrekbaar zijn, omdat zij niet zijn gemaakt in het kader van een activiteit die een bron van inkomen vormt. Toch kan een startende ondernemer onder voorwaarden deze aanloopverliezen aftrekken. Daarbij bestaan de aanloopverliezen uit de kosten en lasten die zijn gemaakt in de eerste vijf jaren vóór het ontstaan van de onderneming. Deze kosten en lasten moeten ook verband houden met het starten van de onderneming. Aanloopverliezen zijn aftrekbaar in het eerste jaar waarin de belastingplichtige als ondernemer winst geniet voor zover:

  • in de periode van vijf jaar vóór het ontstaan van de onderneming geen opbrengsten tegenvoer de kosten hebben gestaan; en
  • de kosten niet op een andere manier in mindering op het belastbaar inkomen uit werk en woning zijn gebracht of waren te brengen.

Netwerkactiviteiten als bron van inkomen?

Maar soms stelt de inspecteur dat een activiteit een bron van inkomen vormt, terwijl de belastingplichtige dit bestrijdt. Zo zag een andere zaak voor Hof Den Bosch op een man die zich in het kader van een eenmanszaak bezig hield met het adviseren in, ontwikkelen en uitvoeren van (bedrijfs-) presentaties, seminars en trainingen. Daarnaast ontving de man inkomsten van een bedrijf dat voedingssupplementen verkocht via tussenpersonen. De man had nieuwe sub-verkopers geworven binnen een zogeheten member-get-member-systeem. De man had zelf eveneens producten van het bedrijf verkocht. Zijn genoten inkomsten bestonden uit de eigen verkoopopbrengsten en wervingspremies voor nieuwe sub-verkopers. Ook ontving hij commissies over verkopen van aangebrachte sub-verkopers uit het member-get-member-systeem. Volgens de Belastingdienst waren deze commissie-opbrengsten ook een bron van inkomen, terwijl de man dat betwistte.

Inspanning mag gering zijn

De inspecteur stelde voor het hof dat alleen met inspanning van de man het netwerk van sub-distributeurs was op te bouwen en te onderhouden. Deze inspanningen de man vormen een verklarende factor voor de positieve resultaten. Dat de hoogte van de commissie-opbrengsten onzeker is, deed daar niets aan af. Omdat de man weinig kosten maar wel positieve resultaten had, was hier sprake van een bron van inkomen. Het hof komt tot hetzelfde oordeel en stelt nog dat de inspanningen niet groot hoeven te zijn om tot voordeel te leiden. Van belang is dat een voordeel is te verwachten. Het hof merkt verder op dat de Belastingdienst per geval toetst of wordt voldaan aan de voorwaarden van een bron van inkomen. Hierin zit geen willekeur.

Wet: art. 3.10 Wet IB 2001

Regeling: art. 5 Uitv reg IB 2001

Bronnen: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 9 september (gepubliceerd 30 september 2021), ECLI:NL:GHSHE:2021:2832, 20/00715 en Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 17 september (gepubliceerd 28 september 2021), ECLI:NL:GHSHE:2021:2886, 20/00494

Filed Under: IB-ondernemer, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Oplopen r-c-vordering met loon wijst op onzakelijkheid
Volgende artikel
Drie jaar 100% hypotheekrenteaftrek door opgewekt vertrouwen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

uitbreiding steun ondernemers

Geen verrekening zelfstandigenaftrek zonder eerdere claim

Het hof oordeelt dat een ondernemer in 2019 geen niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek uit 2011 kan verrekenen. Omdat in de aangifte over 2011 geen zelfstandigenaftrek is geclaimd en de aanslag onherroepelijk vaststaat, ontbreekt een verrekenbaar bedrag.

zeeschip

Regeling met technische wijzigingen Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

In deze regeling wordt een tweetal omissies hersteld met betrekking tot de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (URIB 2001). De wijzigingen zien op de uitzondering op het zogenoemde vlagvereiste in de tonnageregeling. 

Brief ‘geen bron’ niet voor bezwaar vatbaar; verlies 2020 vervalt

Hof Den Haag oordeelt dat je niet tegen de standpuntbrief kunt procederen en dat het verlies 2020 uit de eenmanszaak niet aftrekbaar is wegens ontbrekende objectieve winstverwachting.

vlogger winst inkomen

Standpunt aftrekbaarheid aangeschafte en vertoonde goederen in unboxing video’s

De Kennisgroep winstbepaling heeft een standpunt ingenomen over de (beperkte) aftrekbaarheid van aangeschafte en vertoonde goederen in zogenoemde unboxing video’s.

fiscale woonplaats

Woonruimte in bedrijfspand maakt man in 2015 binnenlands belastingplichtig

Het hof ziet de man in 2015 als inwoner van Nederland door de woonruimte in het bedrijfspand; box 3 daalt, maar box 1 stijgt door resultaat uit overige werkzaamheden.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Webinar voorjaarsnota & vooruitblik Belastingplan 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×