• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BZ5430, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 11/00049

25 maart 2013 door redactie

Belanghebbende stelt kansspelautomaten waarvan zij juridisch eigenaar is ter beschikking aan zustervennootschappen tegen een vaste vergoeding per maand. Met ingang van 1 juli 2008 is belanghebbende kansspelbelasting verschuldigd over het bruto spelresultaat, dat is het verschil tussen de ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen. Het bruto spelresultaat komt ten goede aan de zustervennootschappen. De heffing van kansspelbelasting met ingang van 1 januari 2008 is niet in strijd met het legaliteitsbeginsel. Het voor belanghebbende geldende belastbaar feit en het belastbaar voorwerp zijn op juiste wijze in de Wet op de kansspelbelasting omschreven. De omstandigheid dat belanghebbende niet zelf het bruto spelresultaat ontvangt, is niet van belang. Voorts is geen sprake van strijd met artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM en het EU-recht. Ook is de heffing van kansspelbelasting niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Op het niveau van de regelgeving, zoals deze met ingang van 1 juli 2008 geldt, is sprake van een redelijke verdeling tussen het algemeen belang en de bescherming van de individuele rechten (fair share). Op het individuele niveau is geen sprake van een buitensporige last. Het Hof verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigt, met verbetering van gronden, de uitspraak van de Rechtbank.

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BZ5430

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BZ5390, Gerechtshof 's-Gravenhage, BK-11/00657
Volgende artikel
LJN: BZ5343, Gerechtshof 's-Gravenhage, BK-11/00234

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Btw-herziening op vastgoeddiensten vanaf 2026

Vanaf 1 januari 2026 geldt een nieuwe herzieningsregeling voor investeringsdiensten bij verbouwings- en onderhoudsprojecten aan onroerende zaken. Ondernemers moeten de aftrek van voorbelasting dan vijf jaar volgen en zo nodig corrigeren. In deze Tax Talks focusuitzending bespreken mr. Carola van Vilsteren en presentator mr. Richard Bierlaagh wanneer btw moet worden terugbetaald en wanneer juist extra aftrek mogelijk is.

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

onzakelijke lening

Lening via eigen bv met te lange looptijd geen eigenwoningschuld

Rechtbank Gelderland oordeelt dat twee leningen van een dga bij zijn eigen bv niet kwalificeren als eigenwoningschuld. Doordat in de contracten opnieuw een looptijd van 360 maanden is afgesproken, wordt de maximale termijn van art. 3.119c Wet IB 2001 overschreden.

Standpunt kwalificatie Ierse DAC

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Ierse Designated activity company limited by shares vergelijkbaar is.

ECLI:NL:RBGEL:2026:995 Rechtbank Gelderland, 11-02-2026, AWB 25_145

Inkomstenbelasting. Vanuit de bank naar de eigen B.V. overgesloten geldleningen (die vrij kort daarna volledig zijn afgelost) vormen geen eigenwoningschuld in de zin van artikel 3.119c van de Wet IB 2001. De leningen voldoen niet aan het vereiste dat de totale looptijd van de lening maximaal 360 maanden mag bedragen. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:995&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×