• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: CA0364, Rechtbank ‘s-Gravenhage, Awb 12/39705

17 mei 2013 door redactie

Verblijfsvergunning regulier. Verblijf bij kind. Gezinsleven. 8 EVRM. Belangenafweging. Belangen kind . De rechtbank is van oordeel dat verweerder uit de feiten in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat aan het gezinsleven door eiseres feitelijk geen invulling (meer) wordt gegeven. De rechtbank hecht eraan daarbij te vermelden dat sprake is van een uitzonderlijke zaak, waarbij de contacten tussen eiseres en haar dochter door BJZ als niet wenselijk, want schadelijk voor het kind, worden beschouwd. Het standpunt van BJZ is in de verschillende uitspraken van de civiele rechter met betrekking tot de omgangsregeling en het ouderlijk gezag overgenomen. Ter wille van het welzijn van de dochter van eiseres zijn beide ouders van het ouderlijk gezag ontheven. Derhalve staat in rechte vast dat contacten tussen eiseres en de dochter niet in het belang zijn van de dochter. Voor zover eiseres dan ook heeft betoogd dat het bestreden besluit strijdig is met artikel 8 van het EVRM verwerpt de rechtbank deze beroepsgrond. Het gezinsleven dat eiseres op grond van de biologische band heeft met haar dochter is geen gezinsleven dat door artikel 8 van het EVRM dient te worden beschermd. Niet gezegd kan worden dat verweerder in deze een onjuiste of onvolledige belangenafweging heeft gemaakt. Het feit dat omgang tussen eiseres en haar dochter moet worden geacht schadelijk te zijn voor de dochter is dermate zwaarwegend dat reeds daarom aan artikel 8 van het EVRM geen bescherming kan worden ontleend.

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=CA0364

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: CA0241, Hoge Raad, 12/05103
Volgende artikel
LJN: CA0243, Hoge Raad, 13/00335

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Leer de voordelen van overdracht van een onderneming via cv Het financieren van een bedrijfsovername kan op verschillende manieren plaatsvinden. Doorgaans worden de benodigde middelen als geldlening verstrekt door de bank en/of de ondernemer die zijn onderneming overdraagt. De overdracht van de onderneming via een commanditaire vennootschap (cv) komt veel minder voor ondanks dat deze... lees verder

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Wegwijs in het woud van regels en rechtspraak van de ‘inbreng’ en ‘terugkeer’ Veel ondernemers starten hun onderneming vanuit de rechtsvorm van de eenmanszaak of een samenwerkingsverband, zoals een maatschap of vennootschap onder firma. Bij expansie van de onderneming komt de ondernemer al snel voor de vraag te staan of de rechtsvorm van de besloten... lees verder

Late verrekening lijfrente na scheiding blijft belast

Een bedrag dat een vrouw ruim twintig jaar na haar echtscheiding ontvangt ter verrekening van verzwegen lijfrentepolissen, is belast in box 1. Het lange tijdsverloop en het feit dat de lijfrente al volledig is uitgekeerd, maken dat niet anders.

pensioen uit Belgie

Nederland mag volledig heffen over Belgisch pensioen

Nederland heeft als woonstaat het exclusieve heffingsrecht over een Belgisch pensioen en een Belgische verzekeringsuitkering. De in België ingehouden bedrijfsvoorheffing geeft daarom geen recht op Nederlandse voorkoming van dubbele belasting.

ECLI:NL:RBMNE:2026:6721 Rechtbank Midden-Nederland, 01-10-2026, UTR 25/2249

WOZ. Gegrond. De heffingsambtenaar zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:6721&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×