• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Autobestuurder mag door ander betaalde BPM aftrekken

4 september 2012 door Remco Latour

Als een autobestuurder met een niet-geregistreerde auto op de Nederlandse weg rijdt, moet hij in beginsel BPM afdragen. Als kort daarop een ander dezelfde auto laat registreren en daarbij BPM betaalt, kan de bestuurder volgens Hof Arnhem deze BPM in mindering brengen op het bedrag dat hij zelf moet betalen.

Registratie

De belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) is in beginsel verschuldigd bij de registratie van personenauto’s, motorrijwielen en bestelauto’s in het Nederlands kentekenregister. De heffing van BPM is gekoppeld aan het gebruik van het Nederlandse wegennet. In de meeste gevallen vindt de heffing alleen plaats bij de eerste registratie. Bij een wijziging in de tenaamstelling vindt in beginsel geen nieuwe heffing van BPM plaats.

 

Andere belastbare feiten

Naast de registratie in het kentekenregister zijn er nog andere momenten waarop men BPM is verschuldigd. Dit is namelijk het geval als:

  • iemand gebruik maakt van de openbare weg in Nederland met een bestelauto die hij tot personenauto heeft omgebouwd of laten ombouwen;
  • een inwoner van Nederland een niet-geregistreerde personenauto of motorrijwiel gebruikt op de openbare weg in Nederland. Voor bestelauto’s geldt dit alleen als de bestelauto in gebruik is genomen op of na 1 juli 2005;
  • iemand aanvankelijk recht had op een vrijstelling of teruggaaf van BPM in verband met de ondernemersregeling of de gehandicaptenregeling, maar niet langer voldoet aan de voorwaarden van de desbetreffende regeling;
  • de eigenaar van een personenauto eerst recht had op een teruggaaf van BPM op grond van de regeling taxivervoer of openbaar vervoer, maar niet meer aan de voorwaarden voldoet;
  • een inwoner van Nederland langer dan 14 dagen in Nederland wil rijden met een personenauto, motor of bestelauto met een buitenlands kenteken die hij in het buitenland heeft geleend, gehuurd of geleased. Als de periode volgens in het huur- of leasecontract hoogstens vier jaar is, is hij alleen BPM verschuldigd over de huur- of leaseperiode;
  • de kentekenhouder heeft de motor van zijn personenauto binnen 3 jaar na inschrijving in het kentekenregister in een zodanige staat gebracht, dat de CO2-uitstoot hoger is dan de CO2-uitstoot waarover belasting is betaald.

 

Belastingplichtige

Als het gaat om een geregistreerde personenauto, motorrijwiel of bestelauto wijst de wet degene op wiens naam het kenteken wordt gesteld aan als de belastingplichtige. Onder normale omstandigheden is het de dealer, autoverkoper of importeur die de registratie regelt en de BPM voldoet. In sommige gevallen is het de koper die de BPM moet betalen. Zo is bij BPM-heffing in verband met een niet-geregistreerde personenauto, motorrijwiel of bestelauto degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft de BPM verschuldigd.

 

Dubbele belasting

De Wet BPM 1992 sluit niet uit dat met betrekking tot dezelfde auto twee belastbare feiten plaatsvinden. Zo had in de volgende zaak de fiscus geconstateerd dat de belanghebbende in september 2007 gebruik had gemaakt van de Nederlandse openbare weg met een niet-geregistreerde auto. De Belastingdienst legde hem daarom een naheffingsaanslag BPM op. Tegen de tijd dat de man deze aanslag kreeg opgelegd, bleek een bv inmiddels BPM te hebben betaald in verband met de registratie van dezelfde auto. Belanghebbende stelde daarom dat hij niet meer hoefde te betalen dan het verschil tussen het bedrag van zijn naheffingsaanslag en het bedrag dat de bv had betaald. Het geschil belandde voor de Hoge Raad. De Raad benadrukte dat een dubbele heffing in strijd is met het uitgangspunt van de wet dat de fiscus maar één keer BPM heft over dezelfde auto. De Hoge Raad verwees de zaak door naar Hof Arnhem. Het hof oordeelde dat de fiscus het bedrag van de aan de belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag moest verminderen met het bedrag dat de bv aan BPM had betaald.

 

Wet: artikel 1, eerste en tweede lid Wet BPM 1992

Meer informatie: Hof Arnhem, 14 augustus 2012 (gepubliceerd 24 augustus 2012), LJN: BX5621

Filed Under: Auto, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Ondernemer hoeft soms geen btw over strijkgeld te betalen
Volgende artikel
Binnen 3 jaar doorverkopen scheelt overdrachtsbelasting

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Besluit beëindiging goedkeuring motorrijtuigenbelasting als quasi doorlopende post bij leasing

Dit besluit beëindigt een jarenlang toegepast beleidsstandpunt over de btw-behandeling van de motorrijtuigenbelasting (MRB) bij leaseovereenkomsten. Met ingang van 1 januari 2027 kan de door een lessor aan een lessee doorberekende MRB niet langer buiten de btw-heffing blijven op grond van een beleidsmatige goedkeuring.

oldtimer MRB

Drie standpunten Kennisgroep auto ingetrokken vanwege opname in Kaderbesluit mrb

De Kennisgroep auto heeft een drietal standpunten ingetrokken. De reden is dat de strekking van deze standpunten inmiddels is opgenomen in het Kaderbesluit mrb.

Bpm-aangiften met taxatierapport vaker gecontroleerd

De Belastingdienst gaat aangiften voor de belasting van personenauto's en motorrijwielen (bpm) die zijn gebaseerd op een taxatierapport voortaan extra controleren.

Pseudo-eindheffing auto: handel vóór 2027

Werkgevers krijgen vanaf 2027 te maken met een pseudo-eindheffing van 12% per jaar over de cataloguswaarde van elke niet-volledig elektrische personenauto van de zaak. Door het overgangsrecht, dat aanknoopt bij het loonheffingennummer, is snel handelen geboden: auto's die uiterlijk 31 december 2026 ter beschikking zijn gesteld blijven buiten de heffing.

Veranderingen motorrijtuigenbelasting per 1 juli 2026

Sinds 1 juli 2026 gelden nieuwe regels voor de motorrijtuigenbelasting (mrb). Voor een aantal motorrijtuigen zijn de tarieven gewijzigd en verschillende bijzondere regelingen zijn vervallen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Auto van de zaak

AGENDA

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×