• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Bedenktijd voor werknemer vertraagt heffingsmoment vergoeding

6 januari 2012 door webredactie

Een arbeidsvergoeding is in beginsel belast in het jaar waarin het opeisbaar is. De Hoge Raad heeft duidelijk gemaakt dat de werknemer het heffingsmoment kan uitstellen door gebruik te maken van zijn bedenktijd.

In deze zaak ging het om een werknemer die recht had op een ontslagvergoeding van zijn voormalige werkgever. Beide partijen werden het in 2002 eens over de hoogte van de ontslagvergoeding. Maar voordat de werkgever dit bedrag kon betalen, moest de werknemer eerst beslissen of hij de geldsom zelf wilde ontvangen of dat de werkgever de ontslagvergoeding moest storten als een stamrecht. Eind 2003 koos hij voor uitbetaling van de vergoeding. De werkgever had toen nog enige tijd nodig om dit administratief te verwerken. Daardoor ontving de werknemer de vergoeding in januari 2004. Volgens de werknemer was de ontslagvergoeding belast in 2002, omdat hij toen al een opeisbare vordering had. Maar de Hoge Raad oordeelde dat geen directe betaling had plaatsgevonden omdat de werknemer mocht en wilde nadenken over het eventuele gebruik van de ontslagvergoeding als storting voor een lijfrentepolis. Pas toen hij had gekozen voor uitbetaling, kreeg de werkgever een betalingsverplichting. Omdat de werkgever enige tijd mocht uitrekenen voor de administratieve verwerking, was de vordering pas in 2004 echt opeisbaar.

 

Wet: artikel 3.146, eerste lid Wet IB 2001

Meer informatie: Hoge Raad, 11 november 2011, LJN: BQ2930

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Stijging wettelijk minimumloon
Volgende artikel
Wel of geen erfbelastingheffing op vruchtgebruik? De staatssecretaris geeft antwoord

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

schijnzelfstandigheid; opheffen handhaningsmoratorium

Kabinet schrapt deel zzp-wet

Het kabinet wil de onrust rond nieuwe wetgeving voor zelfstandigen verminderen. Daarom wordt een deel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) geschrapt en wordt gewerkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet.

dga-salaris

Evaluatie gebruikelijkloonregeling

Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding om het normbedrag generiek te verhogen of te differentiëren. Staatssecretaris Eerenberg licht de uitkomsten van het vervolgonderzoek over de gebruikelijkloonregeling toe. De gebruikelijkloonregeling verplicht een dga om een zakelijk arbeidsinkomen in aanmerking te nemen en daarover loonheffing in box 1 te betalen. Het gebruikelijk loon is het... lees verder

salaris

3e uitgave cijferbijlage Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft in de bijlage met de tarieven, bedragen en percentages loonheffingen vanaf 1 januari 2026 tabel 15 (Loonkostenvoordelen) aangepast.

salaris

Gebruikelijk loon dga volgt meest verdienende werknemer

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het gebruikelijk loon van een dga terecht heeft vastgesteld op het loon van de best verdienende werknemer.

minimumjeugdlonen per 1 januari 2024

Besluit premie arbeidsinschakeling geen loon in 2026

Dit besluit bevestigt dat een in 2026 betaalde premie arbeidsinschakeling aan bijstandsgerechtigde jongeren onder de 27 jaar niet tot het loon voor de loonbelasting behoort. Hiermee wordt vooruitgelopen op de per 1 januari 2027 in werking tredende wijziging van de Participatiewet.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×