• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Eis mantelzorgcompliment in strijd met EVRM

20 maart 2013 door Marieke Jansen

Als in 2009 geen mantelzorgcompliment is afgegeven en de ouder in 2010 is overleden, kan toch de partnervrijstelling voor de erfbelasting worden toegepast. Volgens de rechter is dit het geval als niet met terugwerkende kracht een indicatiebesluit en mantelzorgcompliment kon worden afgegeven.

Een partner heeft een partnervrijstelling van € 616.880 voor de erfbelasting. Sinds 1 januari 2010 kunnen inwonende mantelzorgers (zijnde bloedverwant in eerste graad) deze vrijstelling ook nog claimen, maar alleen als zij het mantelzorgcompliment hebben ontvangen in het jaar voorafgaand aan het overlijden. Voor 2010 bestond deze eis nog niet.

Het ontzeggen van de partnervrijstelling kan in gevallen tot een dusdanig groot nadeel leiden, dat sprake is van strijd met het eerste protocol bij het EVRM. Dit oordeelde Rechtbank Arnhem in een zaak die een mantelzorger aanspande na het overlijden van haar moeder in 2010. Voor het jaar 2009 was voor de moeder geen aanvraag om een indicatie voor AWBZ-zorg gedaan en had de inwonende verzorgster geen mantelzorgcompliment ontvangen. Met terugwerkende kracht alsnog de indicatie en de uitkering aanvragen bleek formeel niet mogelijk. Omdat niet voldaan werd aan de vereisten, wees de fiscus toepassing van de partnervrijstelling in de aangifte af. Volgens de rechter had de wetgever zich niet gerealiseerd dat bij inwonende kinderen die mantelzorg verleenden, indicatiestelling achterwege kon blijven. In dit geval was het ontzeggen van de partnervrijstelling daarom niet gerechtvaardigd.

 

Wet: artikel 1a en 32 SW, artikel 19a WMO, artikel 1 Eerste protocol EVRM

Meer informatie: Rechtbank Arnhem, 28 februari 2013 (gepubliceerd 18 maart 2013), LJN: BZ2247

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Uit ambt ontzette notaris vrolijk verder als kandidaat
Volgende artikel
Belastingvoordeel voor cultuurgiften met jaar verlengd

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Aangifte erfbelasting

Stoomcursus Estate planning praktisch ingezet

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×