• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Gewijzigd KGS Total Return on Equity Swap en artikelen 10c en 25 Wet Vpb 1969

2 mei 2024 door Anne-Marie Noordenbos

beleggingsrisico

Dit standpunt behandelt de vraag over een Total Return on Equity Swap en de toepassing van de artikelen 10c en 25 Wet Vpb 1969 in dat verband. Vraag 2 ziet op de toepassing van artikel 25 Wet Vpb 1969. De toelichting en beschouwing bij het antwoord op vraag 2 zijn aangepast vanwege het arrest van de Hoge Raad van 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:49. Deze wijzigingen hebben geen gevolgen voor het antwoord op deze vraag, dat antwoord blijft nee.

De feiten van de casus zijn als volgt:

  • X NV is een in Nederland gevestigde beursgenoteerde vennootschap.
  • Y BV is een met X NV gevoegde dochtermaatschappij die de TRES aangaat op de aandelen van X NV.
  • Y BV sluit de TRES af met een buitenlandse financiële dienstverlener, Z.
  • De TRES heeft globaal drie verplichtingen c.q. geldstromen tot gevolg. Het is een derivaat waarbij tussen Y BV en Z wordt overeengekomen dat gedurende de looptijd van het contract de waardeontwikkeling van een bepaalde hoeveelheid aandelen in X NV, alsmede de tegenwaarde van op die aandelen uitbetaalde netto dividenden ten goede komt aan c.q. ten laste komt van Y BV. Daartegenover staat dat Y BV aan Z een periodieke vergoeding betaalt.
  • Y BV gaat de onderhavige TRES niet aan ter nakoming van aandelen- of optieverplichtingen jegens werknemers.
  • De houder van de TRES heeft recht op de geldswaarde van de waardestijging van de afgesproken hoeveelheid aandelen, maar moet bij een waardedaling een bedrag gelijk aan die waardedaling vergoeden.
  • De TRES heeft in beginsel een vaste looptijd en bevat de mogelijkheid tot vervroegde beëindiging. Tevens is verlenging mogelijk waarbij partijen opnieuw de voorwaarden overeenkomen.
  • Z koopt de contractueel vastgelegde hoeveelheid aandelen X NV in de markt. Z is gehouden om de aandelen X NV in ieder geval in bezit te hebben in de periode van de ex-dividenddatum tot de dividend vaststellingsdatum (‘record date’).
  • De TRES verplicht Z op geen enkele wijze om de aandelen X NV te leveren aan X NV of Y BV.
  • Z houdt op geen enkel moment 5% of meer van het nominale geplaatste kapitaal van X NV.

De Kennisgroep dividendbelasting en bronbelasting heeft tegelijkertijd de vraag voorgelegd gekregen of de TRES kwalificeert als een inkoop van aandelen zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, Wet op de dividendbelasting 1965. Het standpunt op die vraag is te vinden onder nummer KG:024:2022:16.

Vragen

  1. Valt een Total Return on Equity Swap (hierna: TRES), aangegaan door een gevoegde dochtermaatschappij met financiële dienstverlener Z, in het kader waarvan Z tijdelijk aandelen in de moedermaatschappij koopt, voor de fiscale eenheid onder artikel 10c Wet Vpb 1969?
  2. Heeft de fiscale eenheid ex artikel 25 Wet Vpb 1969 recht op verrekening van de dividendbelasting die is ingehouden op de dividenden welke zijn uitgekeerd op de aandelen die door Z uit hoofde van de TRES zijn gekocht?
  3. Zijn de vergoedingen die de dochtermaatschappij voor de TRES aan Z betaalt voor de fiscale eenheid aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting?

Antwoorden

  1. Ja. De TRES valt onder artikel 10c Wet Vpb 1969.
  2. Nee. Er is geen plaats voor verrekening van dividendbelasting ex artikel 25 Wet Vpb 1969, aangezien de fiscale eenheid niet als aandeelhouder gerechtigd is tot de opbrengst en ook niet als bezitter van een dividendbewijs of een soortgelijk recht op de vruchten van het aandeel. De dividendbelasting is daarom niet ten laste van haar ingehouden.
  3. Nee. De vergoedingen voor de TRES komen niet in aftrek van de winst, maar verminderen als onderdeel van de kostprijs van de TRES het krachtens artikel 10c Wet Vpb 1969 buiten aanmerking blijvende voordeel uit hoofde van de TRES.

Bron: Belastingdienst, 2 mei 2024

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Denk aan raamovereenkomst gewoonlijk telewerken bij grensarbeid
Volgende artikel
NOB zet vraagtekens bij wetsvoorstel Aanpassing voorwaarden kavelruilvrijstelling

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

dga-salaris

Hof rekent consultancygelden ten onrechte dubbel toe

De Hoge Raad oordeelt dat dezelfde consultancygelden niet volledig tegelijk winst van vennootschappen én inkomen van de verdachte kunnen zijn. Het hof moet opnieuw beoordelen wie de gelden fiscaal heeft genoten.

platformfictie

Standpunt aftrekbaarheid van Digital Services Tax

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft een vraag beantwoord over de aftrekbaarheid van in het buitenland geheven digitaledienstenbelasting (Digital Services Tax) die is vormgegeven volgens het richtlijnvoorstel van de Europese Commissie betreffende het gemeenschappelijke stelsel van een digitaledienstenbelasting op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten.

Standpunt kwalificatie licentievergoeding voor gebruik van illustraties, handelsnaam en logo’s

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord of de vergoedingen die een belastingplichtige ontvangt voor door haar verstrekte licenties voor het gebruik van illustraties, een handelsnaam en logo’s kwalificeren als royalty’s in de zin van het Belastingverdrag Nederland – Australië 1976.

Standpunt kwalificatie Cambodjaanse (Private of Public) Limited Company

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Cambodjaanse (Private of Public) Limited Company vergelijkbaar is.

ministerie financien

Internetconsultatie Eindejaarsbesluit 2026

Het ministerie van Financiën is een internetconsultatie gestart over het Eindejaarsbesluit 2026

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

AGENDA

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×