• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Het belang van aanhorigheden

4 december 2018 door Michel Halters

Het begrip aanhorigheid speelt een rol bij de eigenwoningregeling en bij de afschrijving op bedrijfsmiddelen. Voor toepassing van het lage tarief overdrachtsbelasting van een onroerende zaak moet sprake zijn van een aanhorigheid van de eigen woning.

Definitie aanhorigheid

De Hoge Raad (HR 16 juli 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5412) noemt drie essentiële kenmerken om te kunnen spreken van een aanhorigheid. Een onroerende zaak is aanhorig aan een andere onroerende zaak, als de aanhorige onroerende zaak bij de andere onroerende zaak in gebruik is, als de aanhorige onroerende zaak behoort bij die andere onroerende zaak en als laatste, als de aanhorige onroerende zaak dienstbaar is aan de andere onroerende zaak.

 

Belang aanhorigheid

Het belang een onroerende zaak als aanhorigheid aan te merken speelt bij eigenwoningbezitters vanwege de toepassing van het eigenwoningforfait. Wordt de aanhorigheid gefinancierd, dan is de rente aftrekbaar voor zover het gaat om een eigen woning. Is sprake van een aanhorigheid, dan hoeft de waarde niet afzonderlijk in box 3 aangegeven te worden, de aanhorigheid maakt dan deel uit van het eigenwoningforfait. Is geen sprake van een aanhorigheid, dan moet de waarde van de onroerende zaak onder voorwaarden tot de rendementsgrondslag van box 3 gerekend worden. Dit leidt in beginsel tot een hogere belastingheffing. Als een exploitant kan afschrijven, geldt vaak een afschrijvingsbeperking tot 100% of 50% van de WOZ-waarde. Als iets geen aanhorigheid is, kan daarop volledig worden afgeschreven. Gaat het wel om een aanhorigheid, dan volgt de aanhorigheid het afschrijvingsregime van de desbetreffende onroerende zaak. Voor de overdrachtsbelasting geldt dat aanhorigheden van een eigen woning onder het lage 2%-tarief vallen.

 

Garageboxen, tuinhuis

Een garage bij de woning is onder voorwaarden een aanhorigheid. Het is niet noodzakelijk dat de garage is aangebouwd aan een woning. Als een woningeigenaar eerst een garagebox heeft en hij koopt later een aantal naastgelegen garageboxen er ook bij, dan kunnen ook die latere bijgekochte garageboxen behoren tot de eigen woning en daarmee onder het eigenwoningforfait vallen. Dit blijkt uit de uitspraak van Rechtbank Arnhem van 24 februari 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP5624.

Een geruchtmakende uitspraak is die van Rechtbank Noord-Holland van 30 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:4343. Zie hierover uitgebreid: ‘Caravanstalling of Airbnb? Het kan allemaal onbelast?’ Hierin oordeelde de rechtbank dat een tuinhuisje een aanhorigheid was van de eigen woning. Tijdelijke verhuur van een tuinhuis, een gedeelte van de eigen woning is onbelast, tijdelijke verhuur van een woning is alleen belast als de volledige (eigen) woning wordt verhuurd. Daarvan was in casu geen sprake.

 

Percelen grond

Gronden bij een eigen woning zijn ook vaak aanleiding tot discussies met de Belastingdienst om deze al dan niet tot de eigen woning te mogen rekenen. Om percelen grond bij een eigen woning als aanhorigheid te kwalificeren moeten de percelen voldoen aan de voorwaarden die de Hoge Raad in zijn arrest van 16 juli 1993 heeft gegeven. Vaak voldoen naast of bij een woning gelegen percelen niet aan de voorwaarden om te kwalificeren als aanhorigheid. Dit blijkt onder meer uit de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden 23 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:656. De woningeigenaar in deze casus wilde de gronden gebruiken voor de exploitatie van een camping. Daarmee voldoen de gronden niet aan de voorwaarden om als aanhorigheid bij de eigen woning te horen. Dit betekent ook dat bij verkoop van die gronden het hoge 6% tarief in de overdrachtsbelasting van toepassing is in plaats van het lage 2%-tarief voor woningen.

 

Bouwwerken en mestsilo’s

In de agrarische sector is nogal eens discussie over de vraag of opstallen aanhorigheden van de zijn of tot de in gebruik zijnde onroerende zaken zijn die tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Het belang is de mogelijkheid op de aanhorigheden af te kunnen schrijven. Is geen sprake van een aanhorigheid dan kan worden afgeschreven. In de uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 maart 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:2025 ging het om exploitanten van een melkveehouderij. Zij wilden dat de bouwwerken en de erfverharding geen aanhorigheden waren, zodat ze daarover konden afschrijven. De rechtbank oordeelde dat voornoemde bouwwerken vanwege hun functie en ligging tot de bedrijfsgebouwen behoren, daarbij in gebruik zijn en daaraan dienstbaar zijn. Daarmee zijn de bouwwerken aan te merken als aanhorigheden. Er was geen afschrijving mogelijk. In dezelfde zin Rechtbank Gelderland in zijn uitspraken van 10 juli 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:3007 en 10 augustus 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:3515 .

 

Accommodatie voor paarden

Een man woonde in een huis met zijn echtgenote. Zijn dochter woonde in een andere woning. Het echtpaar en hun dochter hadden het plan om voor gezamenlijke een manege te gaan exploiteren en het fokken en trainen van paarden. Het echtpaar had daarvoor een accommodatie laten bouwen bij hun woning. De bouw hadden zij gefinancierd met een hypothecaire lening. Zou de accommodatie voor de paarden een aanhorigheid zijn van de eigen woning, dan zou de rente aftrekbaar zijn. De Inspecteur komt door de grootte van de accommodatie, de eigen inrit en de parkeergelegenheid tot de conclusie dat de accommodatie niet bij de woning behoort. Bovendien woont de hoofdgebruiker, de dochter, niet in de woning bij haar ouders, zodat niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat de accommodatie in gebruik is bij de bewoners van de woning. Ten slotte is ook geen sprake van dienstbaar zijn aan de woning omdat tussen de woning en de accommodatie geen functioneel verband bestaat, aldus de Inspecteur. Hof Arnhem-Leeuwarden volgt in zijn uitspraak van 27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1895, de inspecteur en staat geen renteaftrek van de lening voor de accommodatie toe.

 

Wet: art. 3.30a, 3.111, 3.120 en art. 5.3 Wet IB 2001 en art. 14 WBR

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Eigen woning, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Rooskleurige markt maakt riskante lening zakelijk
Volgende artikel
Belastingdienst start nieuw portaal voor ondernemers

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Nultarief accijnsgoederen mag niet afhangen van fiscaal vertegenwoordiger

Hof Den Haag oordeelt dat het nultarief voor accijnsgoederen niet mag worden geweigerd enkel omdat een buitenlands gevestigde bv geen fiscaal vertegenwoordiger heeft aangesteld. Die eis is in strijd met het Unierecht.

Standpunt kwalificatie artistieke creatie in de vorm van muurschildering

De Kennisgroep omzetbelasting heeft de vraag beantwoord of het aanbrengen van een artistieke creatie in de vorm van een muurschildering kwalificeert als het schilderen van een woning.

douane aanpak accijnsfraude

Besluit Toelichting Tabel II (btw-nultarief) geactualiseerd

Het besluit van 8 februari 2026 actualiseert en vervangt het eerdere Besluit Toelichting Tabel II van 20 december 2023. Het betreft beleidsregels over de toepassing van het btw-nultarief zoals opgenomen in Tabel II bij de Wet op de omzetbelasting 1968.

Appartementsrecht kwalificeert voor 70% als woning

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een voormalig winkel-/kantoorappartement voor 70% als woning geldt voor de overdrachtsbelasting. Voor dat deel mag het 2%-tarief worden toegepast, voor het overige 30% het algemene tarief van 10,4%.

vvv en btw

Intrekking besluit Heffing omzetbelasting verenigingen voor vreemdelingenverkeer

Het besluit Heffing van omzetbelasting ten aanzien van verenigingen voor vreemdelingenverkeer van 1 januari 2002, nr. CPP2001/2155M, wordt per 1 januari 2027 ingetrokken.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass in de Eigenwoningregeling

Opleidingen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus ViDA – btw in het digitale tijdperk

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×