Een voormalige huisartsenpraktijk in een villa is een aanhorigheid bij de woning. Daarom geldt voor de hele verkrijging het lage tarief van 2% overdrachtsbelasting.
Een man koopt op 1 juli 2020 samen met zijn partner een villa voor € 810.000. Hij verkrijgt 75% van de eigendom en zijn partner 25%. De villa bestaat uit een woongedeelte van 246 m², een voormalige inpandige praktijkruimte van 62 m² en een vrijstaande dubbele garage. De praktijkruimte heeft een aparte buiteningang naast de voordeur en is ook via twee interne ingangen vanuit het woongedeelte bereikbaar. Tot 2018 is de ruimte gebruikt als huisartsenpraktijk. Bij de verkrijging is over de hele koopsom 2% overdrachtsbelasting betaald. De inspecteur legt een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting over 2020 op, omdat volgens hem de praktijkruimte niet onder het woningtarief valt. In geschil is of voor deze ruimte het verlaagde tarief geldt.
Aanhorigheid kan inpandig zijn
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de praktijkruimte een aanhorigheid bij de woning is. Tussen partijen staat vast dat de ruimte bij de woning hoort, daarbij in gebruik is en daaraan dienstbaar is. Volgens het hof maakt het niet uit dat de praktijkruimte zich binnen de buitenmuren van de villa bevindt. Een andere uitleg zou tot een onlogisch verschil leiden tussen een losstaande of aangebouwde praktijkruimte en een inpandige praktijkruimte, terwijl het gebruik bij de verkrijging hetzelfde is. Voor de beoordeling als aanhorigheid kijkt het hof naar de objectieve situatie op het moment van verkrijging. De oorspronkelijke niet-woningbestemming van de ruimte is daarvoor niet beslissend. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Wet: art. 14 Wbr
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-05-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3198, 24/1231 | NDFR





Geef een reactie