• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Kwade trouw ondanks opgeven verzwegen inkomsten

12 mei 2016 door Rachida Lachhab

In beginsel spreekt men van kwade trouw indien een belastingplichtige de inspecteur opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt of deze opzettelijk de juiste inlichtingen heeft onthouden. Volgens de rechtbank kan van kwade trouw ook sprake zijn indien de belastingplichtige willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangifte onjuist was.

Een eigenaresse van een kleinschalig gezinsvervangend tehuis hield zich bezig met het begeleiden, verzorgen en verplegen van verstandelijk gehandicapten en kinderen met een medische handicap. Voor haar activiteiten ontving zij persoonsgebonden budget (PGB)-vergoedingen. Deze vergoedingen had zij niet in haar aangiften inkomstenbelasting vermeld. Zij nam vervolgens contact met de inspecteur om alsnog de PGB-vergoedingen op te geven. De inspecteur stelde een boekenonderzoek in en legde aan de hand daarvan navorderingsaanslagen op. De eigenaresse vond dat de navorderingsaanslagen en de vergrpijboete onterecht waren opgelegd omdat er geen nieuw feit was en ook geen sprake was van kwade trouw.

De rechtbank was van oordeel dat er sprake was van een navordering rechtvaardigend nieuw feit en van kwade trouw. De eigenaresse moest zich bewust zijn geweest van het feit dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de ingediende aangiften onjuist waren. Zij had zich daardoor niet laten weerhouden om de aangiften te doen zoals zij had gedaan en had zich aldus willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans onjuiste aangiften te doen. Hierdoor bleef ook de vergrijpboete in stand, welke door de inspecteur bij uitspraak op bezwaar reeds wegens vrijwillige verbetering gematigd was.

Meer informatie: Rechtbank Den Haag, 22 februari 2016 (gepubliceerd op 4 mei 2016), ECLI:NL:RBDHA:2016:3769

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Verleggingsregeling niet van toeppassing zonder bewijs
Volgende artikel
Geen samenhangende zaken: hogere pkv voor WOZ-specialist

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

btw en verhuur zeiljachten

Liquidatieverlies niet aftrekbaar bij gestaakt onderneming

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de bv niet overtuigend heeft aangetoond dat de onderneming van de Ltd nog niet gestaakt was bij voeging in de fiscale eenheid. Het liquidatieverlies kan daarom in 2019 niet in aftrek worden gebracht.

landbouwvrijstelling

Fagoed-methode niet voor erfpachtrecht met kooprecht

Hof Amsterdam oordeelt dat de man zich niet kan beroepen op het Fagoed-arrest. Hij heeft geen grond verkocht en geen geld ontvangen, waardoor geen sprake is van een situatie die overeenkomt met een geïndexeerde geldlening.

corporaties

Budgettaire effecten uitzondering vastgoed in box 3 toegelicht

Staatssecretars Heijnen licht de budgettaire gevolgen toe van de voorgestelde fiscale uitzondering voor vastgoed in box 3.

ziekenhuis-belastingdienst

Standpunt over vergoedingen coassistent

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de vergoedingen die een coassistent ontvangt.

ECLI:NL:RBMNE:2025:6952 Rechtbank Midden-Nederland, 23-12-2025, UTR 24/7561 & UTR 24/7562

De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waardes van de onroerende zaken niet te hoog zijn vastgesteld. Nu eiser geen concrete beroepsgronden heeft ingediend, heeft de rechtbank geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de door de heffingsambtenaar vastgestelde waardes. Het beroep is kennelijk ongegrond. Meer informatie:... lees verder

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×