• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Liechtensteinse Stiftung geen afgescheiden vermogen

3 februari 2012 door Wencke van Dijk

De oprichting van een Liechtensteinse Stiftung bood de begunstigden geen fiscale voordelen. Reden hiervoor was dat de Stiftung niet voldoende zelfstandigheid had ten opzichte van haar oprichter dan wel zijn erfgenamen.

Een doelvermogen (bijvoorbeeld een trust, SPD of Stiftung) wordt in het leven geroepen om vermogen ‘af te scheiden’ van het overige vermogen. Men doet dit vaak om het afgescheiden vermogen expliciet te bestemmen voor het doen van uitkeringen aan bijvoorbeeld familieleden. Wanneer in het verleden het doelvermogen aan bepaalde voorwaarden voldeed, was het ‘zelfstandig’. Het was dan mogelijk om de heffing van erfbelasting te vermijden. Ook voor de heffing van de inkomstenbelasting had de zelfstandigheid van een doelvermogen gevolgen. Sinds 1 januari 2010 is de regelgeving voor doelvermogens aanzienlijk aangescherpt waardoor de fiscale gevolgen minder interessant zijn.

In een recente zaak bij Hof Den Haag ging het om een vader die in 1996 een ‘Stiftung’ naar het recht van Liechtenstein had opgericht. Doel van deze Stiftung was het afscheiden van vermogen en het bestemmen van dit vermogen voor bepaalde begunstigden. Uit het vermogen van de Stiftung werd in 2002 een uitkering aan dochter gedaan. In 2003 overleed vader. Zijn erfgenamen waren zijn dochter en zoon.

Het hof leidde uit diverse feiten en omstandigheden af dat vader de beschikkingsmacht over het in de Stiftung ingebrachte vermogen had behouden. Volgens het hof was het de bedoeling van vader dat de Stiftung voor hem een werktuig zou vormen om over het daarin ingebrachte vermogen naar eigen goeddunken te beschikken. Na het overlijden van vader zou de Stifting voor de erfgenamen dezelfde functie hebben. Het was niet de bedoeling dat de Stiftung of haar organen enige zelfstandige bevoegdheid hadden, zowel wat betreft de besluitvoering als de uitvoering.

Het hof noemde voor deze onzelfstandigheid drie redenen:

  • er was een uitkering aan de dochter gedaan zonder dat de ‘Stiftungsrat’ (het beslisorgaan binnen de Stiftung) hier echt bij betrokken was;
  • hetzelfde gold voor de toevoeging van moeder aan de lijst van begunstigden;
  • er was een brief van de zoon aan de Belastingdienst waaruit bleek dat hij er op rekende als erfgenaam bij het overlijden van vader ook een deel van het Stiftungsvermogen te verkrijgen.

 

Door deze onzelfstandigheid zag het hof de uitkering van de Stiftung aan de dochter als een uitkering van vader aan zijn dochter. Er was geen sprake van een periodieke uitkering in de zin van de inkomstenbelasting (box 1). De effectenportefeuille die dochter met het bedrag van de uitkering had aangeschaft en de bankrekening waar het restant van de uitkering op stond, behoorden tot het belastbare box 3 inkomen van dochter. Verder had dochter in 2002 geen box 3 vermogensrechten ten aanzien van de Stiftung.

Na het overlijden van vader in 2003 moest dochter een deel van het Stiftungsvermogen tot haar belastbare box 3 vermogen rekenen. Ook dit was een gevolg van de onzelfstandigheid van de Stiftung.   

Meer informatie: Hof ’s-Gravenhage, 11 januari 2012, LJN: BV2117

Filed Under: Estate Planning, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Bedrijfsauto aan partner verhuurd? Toch bijtelling
Volgende artikel
Eenmalige verhoging pensioenrichtleeftijd leidt tot fiscale aanpassingen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

landbouwnormen 2022

‘KGS doet geen afbreuk aan bedoeling familievrijstelling’

Het kabinet ziet geen aanleiding om het kennisgroepstandpunt over gefaseerde bedrijfsoverdracht aan te passen. Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt vragen over de gevolgen van het standpunt voor agrarische bedrijfsopvolging.

BOR

Standpunt BOR, 5%-marge (oud) bij beleggingsvermogen en verval BOR-vrijstelling

De Kennisgroep successiewet heeft vragen beantwoord over de berekening van de 5%-marge van artikel 35c, eerste lid, letter c, SW 1956 (oud) als de BOR-vrijstelling deels vervalt door niet voldoen aan het voortzettingsvereiste.

Standpunten DSR, BOR, toerekening van ondernemingsvermogen bij (in)direct gehouden tracking stocks

De Belastingdienst heeft een aantal standpunten gepubliceerd over DSR, BOR en de toerekening van ondernemingsvermogen bij (in)direct gehouden tracking stocks.

Wet betaalbare huur

Standpunt schenkbelasting bij schenking vrij-van-recht en overdrachtsbelasting

De Kennisgroep successiewet heeft een vraag beantwoord over de wijze van berekenen van de verschuldigde schenkbelasting bij een schenking vrij-van-recht in combinatie met verrekening van overdrachtsbelasting. 

biologisch kind; vrijstelling

Standpunt legitieme portie en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze de erfgenamen in hun aangifte rekening moeten houden met een legitieme portie, die op de peildatum nog niet is opgeëist door de legitimaris.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Stoomcursus Relatievermogensrecht – Civiel en fiscaal – Het hele relatievermogensrecht in één dag!

Basiscursus Estate planning

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

AGENDA

Verdiepingscursus Internationale estate planning

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Stoomcursus Estate planning praktisch ingezet

Masterclass communicatie voor de fiscale professional – pitchen, moeilijke gesprekken & presenteren

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×