• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Nettopensioenregeling in de tweede pijler

17 februari 2015 door

Werknemers met een inkomen van meer dan een ton, zijn sinds begin van dit jaar beperkt in hun pensioenopbouw. Door de nieuwe regels geldt de omkeerregel niet meer als pensioen wordt opgebouwd over het loon dat meer bedraagt dan € 100.000. Wel staat een nieuwe mogelijkheid van nettopensioen of nettolijfrente open. Wat houdt dit in?

Sinds 1 januari 2015 geldt fiscaal een begrenzing van het loon waarover pensioenopbouw op basis van de omkeerregel mogelijk is. Voor 2015 is dit maximum €100.000 per dienstbetrekking.

Dit betekent dat maximaal over € 100.000 aan pensioengevend loon pensioen kan worden opgebouwd op basis van de omkeerregel. Voor werknemers met een hoger loon kan over het loon boven € 100.000 alleen netto worden gespaard in box 3. Het grensbedrag zal jaarlijks worden geïndexeerd. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor.

 

Bijsparen

Werknemers met een inkomen boven de ton kunnen fiscaalvriendelijk bijsparen met een nettopensioen (tweede pijler) of met nettolijfrente (derde pijler). Een nettolijfrente of nettopensioen verschilt van een regulier pensioen. De premies voor de nettolijfrente en nettopensioen worden namelijk betaald uit het nettoloon. Premies voor een regulier aanvullend pensioen worden betaald uit het brutoloon. Het fiscaalvriendelijke zit ‘m erin dat de premie (inleg) is vrijgesteld van belasting in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). Ook betaalt de spaarder over de latere uitkering van de nettolijfrente of het nettopensioen geen belasting.

 

Overigens mag de dga geen nettolijfrente of nettopensioen in eigen beheer uitvoeren. Hij kan wel deelnemen aan een nettolijfrente, maar deelname aan een nettopensioen is voor de dga geen optie.

 

Nettopensioen

Hoe werkt het nettopensioen? Werknemers met een pensioengevend loon boven € 100.000 kunnen op vrijwillige basis sparen voor een nettopensioen. Gespaard wordt uit het nettoloon, premies zijn niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. De hoogte van de premie wordt bij het nettopensioen gebaseerd op een beschikbare premiestaffel. De maximale hoogte van de premie is vastgelegd in een staffelbesluit.

De werkgever houdt de premie in op het nettoloon en draagt deze af aan de pensioenuitvoerder. Nettopensioen kan worden aangeboden door een pensioenfonds, levensverzekeraar of Premiepensioeninstelling. Tijdens de opbouwfase is de waarde van het nettopensioen vrijgesteld in box 3. Met de waarde die is opgebouwd, moet de werknemer levenslange uitkeringen aankopen. Over deze uitkeringen is geen loonbelasting/inkomstenbelasting meer verschuldigd.

 

Vrijwillige deelname

Voorwaarde voor zowel het nettopensioen als de nettolijfrente is dat de deelname vrijwillig is. Voor het nettopensioen is in de Pensioenwet geregeld is deze alleen als vrijwillige pensioenregeling mag worden uitgevoerd. Daarnaast volgt uit de fiscale wetgeving dat als een werkgeversbijdrage voor het nettopensioen wordt verstrekt, de werkgever deze bijdrage ook moet verstrekken aan werknemers in vergelijkbare omstandigheden die niet kiezen voor het nettopensioen. Hiermee is voorkomen dat de keuze voor deelname aan het nettopensioen indirect wordt gestimuleerd via een bijdrage van de werkgever. In beide gevallen wordt de bijdrage die de werkgever verstrekt bij de werknemer aangemerkt als loon.

 

Wet: artikel 5.17 en verder Wet IB 2001

Meer informatie: ministerie van Financiën, staffelbesluit 17 december 2014, BLKB2014/2132M

Filed Under: Financiële planning, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Campingbedrijf was geen onroerende-zaaklichaam
Volgende artikel
Terugval opbrengsten Vpb te wijten aan willekeurige afschrijving

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Hoge Raad

Uitspraak Hoge Raad in twee zaken niet-bezwaarmakers box 3-heffing op 25 juni

Op donderdag 25 juni 2026 om 10.00 uur doet de Hoge Raad mondeling uitspraak in twee zaken van niet-bezwaarmakers tegen hun box 3-heffing. De zaken zijn door de staatssecretaris van Financiën geselecteerd om uit te procederen in een zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure.

grensarbeid

Geen cassatie na uitspraak over kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen

De staatssecretaris van Financiën heeft besloten geen beroep in cassatie in te stellen tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de toepassing van de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen (KBB).

nieuwe pensioenwet; transitie

Eerste Kamer neemt wetsvoorstel Wet herziening bedrag ineens aan

De Eerste Kamer heeft 16 juni ingestemd met de Wet herziening bedrag ineens. Daarmee wordt het mogelijk dat mensen bij pensionering maximaal 10 procent van hun pensioen in één keer opnemen.

verlies op certificaten

Tweede NnavV Wet werkelijk rendement box 3

Het kabinet houdt vast aan de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028. Het wetsvoorstel belast het werkelijke rendement uit sparen en beleggen en moet een einde maken aan de tekortkomingen van het huidige forfaitaire stelsel. Tegelijkertijd benadrukt staatssecretaris Eerenberg dat de voorgestelde vermogensaanwasbelasting slechts een tussenstap is naar een volledige vermogenswinstbelasting.

kapitaalverlies

Herverdeling box 3 onmogelijk na onherroepelijke aanslag

De Hoge Raad oordeelt dat fiscale partners de verdeling van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen niet meer kunnen wijzigen als hun aanslagen al onherroepelijk vaststaan. Achterwaartse verliesverrekening maakt dat niet anders.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×