De ingroei van elektrische auto’s verloopt tot nu toe conform voorspellingen, maar stagneert in de particuliere sector. Staatssecretaris Bertram informeert de Kamer over maatregelen voor elektrisch rijden, laadinfrastructuur, schoon en emissieloos bouwen en mobiel erfgoed.
Zonder aanvullende maatregelen stagneert de ingroei van nieuwe en gebruikte elektrische auto’s in de particuliere sector. Het kabinet werkt daarom aan een inkomensafhankelijke inruilregeling.
De openingsdatum en definitieve voorwaarden van de regeling worden op een later moment bekendgemaakt. Wel heeft het kabinet alvast de voorlopig voorgestelde subsidiebedragen en enkele voorwaarden bekendgemaakt.
In het eerste jaar bedraagt de subsidie € 6.000 voor individuele aanvragers met een verzamelinkomen tussen € 12.500 en € 27.533. Bij een verzamelinkomen tussen € 27.534 en € 35.793 bedraagt de subsidie € 4.000. De subsidiebedragen voor de daaropvolgende jaren worden later vastgesteld.
Om voor de regeling in aanmerking te komen, moet de bestaande brandstofauto minimaal één jaar op naam van de aanvrager staan. Daarnaast moet het gaan om een personenauto met emissieklasse 0 tot en met 4. De auto moet worden ingeleverd bij een RDW-erkend sloopbedrijf.
Voor de aanschaf van een gebruikte elektrische auto geldt een oorspronkelijke catalogusprijs van € 12.000 tot en met € 60.000. De subsidie kan ook worden gebruikt voor private lease van een gebruikte elektrische auto. Hiervoor gelden grotendeels dezelfde voorwaarden. Aanvullend moet het leasecontract onder het Keurmerk Private Lease vallen.
Het doel is de regeling eind september 2026 in consultatie te brengen en bij voorkeur in het laatste kwartaal van 2026 open te stellen.
Meer geld voor laadinfrastructuur
Voor de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPriLa) was in 2026 aanvankelijk € 87,5 miljoen beschikbaar. Omdat het subsidiebudget voor stationaire batterijen was uitgeput, is het budget met € 35 miljoen verhoogd. Daarmee zijn extra middelen beschikbaar voor zowel laadinfrastructuur als investeringen in stationaire batterijen.
Ook wordt verder gewerkt aan Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB). Samen met 180 convenantpartners werkt het ministerie stap voor stap richting een stille, schone bouwplaats. De Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel heeft tot nu toe voor 4.300 duurzame machines gezorgd. Volgens de evaluatie is de regeling legitiem en doeltreffend en speelt zij een belangrijke rol in de verduurzamingstransitie van bouwbedrijven.
Oldtimers en bio-LNG
Het kabinet erkent daarnaast het uitzonderingskarakter van oldtimers als mobiel erfgoed. Oldtimers hebben een structurele vrijstelling voor milieuzones en tot 2030 een vrijstelling voor zero-emissiezones. Omdat elektrificatie vaak geen optie is, wordt voor verduurzaming waar mogelijk ingezet op biobrandstoffen en op synthetische brandstoffen zoals e-fuels.
Voor voertuigen die rijden op bio-LNG kunnen de MIA en VAMIL vanaf 2026 niet meer worden gebruikt. Volgens de Europese staatssteunkaders kan alleen nog steun worden gegeven aan emissievrije voertuigen. Bio-LNG-voertuigen gelden als ‘schoon’, maar niet als ‘emissievrij’.
Bron: Kamerbrief Duurzaam vervoer, 21 september 2026, nr. IENW/BSK-2026/172011, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 21 september 2026 en RTL Nieuws





Geef een reactie