Een dga die geen bijtelling aangeeft voor privégebruik van de auto, moet aantonen dat de schatting van de inspecteur fout is. De rechtbank oordeelt dat de correcties voor gebruikelijk loon en onverklaarde stortingen terecht zijn.
Een man is in 2020 enig aandeelhouder en bestuurder van een juridisch adviesbureau. Hij verricht werkzaamheden voor de bv en ontvangt hiervoor loon van € 12.000. In zijn aangifte ib/pvv 2020 geeft hij een verzamelinkomen van € 4.931 aan. De inspecteur legt een aanslag op naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 63.931. De inspecteur corrigeert het inkomen met € 34.000 vanwege gebruikelijk loon en met € 25.000 wegens onverklaarde bankstortingen. De man gebruikt een Mercedes op naam van een andere bv waarvan hij ook enig aandeelhouder is. Hij erkent op de zitting dat hij ten onrechte geen bijtelling voor het privégebruik van deze auto heeft aangegeven. De man is betrokken bij een strafrechtelijk onderzoek van de FIOD naar witwassen. Het geschil betreft de vraag of de aanslagen ib/pvv en Zvw 2020 te hoog zijn opgelegd.
Omgekeerde en verzwaarde bewijslast
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. De man heeft bewust geen bijtelling aangegeven voor het privégebruik van de auto met cataloguswaarde van € 89.353. De bijtelling had € 19.657 moeten zijn. Hierdoor is de volgens de aangifte verschuldigde belasting zowel absoluut als relatief aanzienlijk lager dan de werkelijk verschuldigde belasting. De rechtbank acht aannemelijk dat de man dit wist, mede gelet op zijn professionele achtergrond. Dit betekent dat hij overtuigend moet aantonen dat de schatting van de inspecteur onjuist is.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur een redelijke schatting heeft gemaakt. Het gebruikelijk loon van € 46.000 is terecht in aanmerking genomen. De man slaagt er niet in overtuigend aan te tonen dat moet worden uitgegaan van een lager gebruikelijk loon. Ook de correctie van € 25.000 voor onverklaarde bankstortingen acht de rechtbank redelijk. Alleen al de contante stortingen van € 16.451 en € 3.800 en het voordeel privégebruik auto komen ver boven de € 25.000 uit. De man heeft geen tegenbewijs geleverd en heeft niet overtuigend aangetoond dat de aanslagen te hoog zijn. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Wet: art. 12a Wet LB 1964 en art. 27e AWR
Bron: Rechtbank Gelderland, 26-11-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:10168, AWB 24/5355 en 24/5433 | NDFR





Geef een reactie