• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Ondernemersfaciliteiten in de overdrachtsbelasting

30 oktober 2012 door Giniraynha Poulina

De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs het besluit op de toepasbaarheid van ondernemingsfaciliteiten in de overdrachtsbelasting geactualiseerd. Dit besluit is op een aantal punten verruimd en het bevat ook twee nieuwe goedkeuringen.

Wanneer is overdrachtsbelasting verschuldigd?

Wie de economische en/of juridische eigendom van een onroerende zaak of van een beperkt recht daarop verkrijgt, is 6% (bij woningen 2%) overdrachtsbelasting verschuldigd over de verkoopprijs. In de overdrachtsbelasting is in een aantal gevallen ook de verkrijging van aandelen, certificaten en lidmaatschapsrechten in een zogenoemd onroerendezaaklichaam (OZL) belast. Het gaat dan om een lichaam dat op het moment van verkrijging of op enig moment in het jaar voorafgaand aan die verkrijging:

  • voor minimaal 50% van de bezittingen bestaat uit binnen- en/of buitenlandse onroerende zaken; en
  • ten minste 30% van de bezittingen uit Nederlandse onroerende zaken bestaat; en
  • ten minste 70% van de totale onroerende zaken voor 70% of meer dienstbaar zijn aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van die onroerende zaken.

 

Vrijstellingen

In bepaalde gevallen is er sprake van een verkrijging, maar die verkrijging is dan op grond van de wet op belastingen in het rechtsverkeer vrijgesteld. In het onlangs geactualiseerd besluit gaat de staatssecretaris in op de vrijstellingen die gelden bij:

  • bedrijfsopvolging binnen de familiesfeer;
  • fusie, splitsing en interne reorganisatie van een bedrijf;
  • inbreng in een vennootschap, die geen nv of bv is;
  • inbreng bij omzetting van een IB-onderneming in een nv of bv.

 

Bedrijfsopvolging

De wet op belastingen in het rechtsverkeer voorziet in een vrijstelling voor gevallen waarbij een onderneming waarvan een onroerende zaak deel uitmaakt, wordt voortgezet door (klein)kinderen of broers en zussen. In het oude besluit dat dateert uit 2010 is deze vrijstelling verruimd. Deze kring van familieleden werd uitgebreid met de aanstaande echtgenoot/echtgenote van de voortzettende ondernemer. Sindsdien geldt deze vrijstelling ook bij de overdracht van een onderneming aan een familielid, gevolgd door de inbreng van die onderneming door dit familielid in een personenvennootschap met zijn of haar aanstaande echtgenoot of met een ander familielid van de oorspronkelijke ondernemer. Hieraan is wel de voorwaarde verbonden dat het huwelijk met de aanstaande echtgenoot binnen zes maanden moet plaatsvinden.

 

Reorganisatie

Het kan ook gebeuren dat binnen concernverband onroerende zaken in het kader van een reorganisatie van de ene concernvennootschap naar de andere concernvennootschap overgaan. In beginsel is de verkrijgende concernvennootschap dan overdrachtsbelasting verschuldigd. Maar ook voor deze situatie bestaat een vrijstelling. Deze vrijstelling van overdrachtsbelasting geldt onder voorwaarden bij onder meer interne reorganisaties. Het gaat hier om situaties waarbij overdracht van een onroerende zaak plaatsvindt binnen een deel van een concern onder de topvennootschap, waarna binnen drie jaar een wijziging optreedt binnen het concern. Denk hierbij aan een moeder/dochterfusie of liquidatie, als gevolg waarvan geen concern meer bestaat. De staatssecretaris keurt goed dat de vrijstelling in stand mag blijven op voorwaarde dat de moedervennootschap voor de resterende periode blijft bestaan. In het geactualiseerd besluit geeft de staatssecretaris aan dat met de resterende periode wordt bedoeld het gedeelte van de driejaarstermijn die nog niet is verstreken op het moment van de fusie of liquidatie.

 

Inbreng in een bv: de vereisten

De inbreng van onroerende zaken die tot een onderneming behoren, in een bv is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Als voorwaarde geldt onder meer dat alle zaken die tot het ondernemingsvermogen behoren en die een functie vervullen binnen de onderneming ingebracht moeten worden in de bv tegen uitreiking van aandelen. De bv waarin de onderneming is ingebracht moet bovendien gedurende tenminste drie jaren na de inbreng worden voortgezet. De inbrenger(s) mogen voor een bedrag gelijk aan tien procent van wat op de aandelen wordt gestort, worden gecrediteerd. Bij inbreng van een onderneming van een samenwerkingsverband in een bv moeten de inbrengers geheel of voor minstens 90% in dezelfde verhouding in het aandelenkapitaal gerechtigd zijn als in het vermogen van het samenwerkingsverband.

 

Inbreng in een vennootschap, die geen nv of bv is

Om in aanmerking te komen voor een vrijstelling bij inbreng van een onderneming in een vennootschap die geen in aandelen verdeeld kapitaal heeft, geldt ook een aantal voorwaarden. Zo moet de inbreng plaatsvinden tegen bijschrijving op de kapitaalrekening van de vennootschap van een bedrag dat ten minste 90 procent is van de waarde in het economische verkeer van het vermogen van de ingebrachte onderneming of de boekwaarde van dat vermogen. De staatssecretaris heeft daarbij benadrukt dat de vrijstelling niet geldt als de inbreng van het ondernemingsvermogen voor een deel plaatsvindt tegen de waarde in het economische verkeer en voor een deel onder voorbehoud van stille reserves. Uit het geactualiseerd besluit blijkt nu dat dit verbod ook van toepassing is als sprake is van een inbreng van één of meer vermogensbestanddelen. In dat geval wordt de boekwaarde vermeerderd met het niet voorbehouden deel van de stille reserves.

 

Vrijstelling bij omzetting

De staatssecretaris keurt ook onder voorwaarden goed dat een vrijstelling geldt bij inbreng in een nv of bv van een windturbineonderneming, met uitzondering van (een recht van opstal op) de ondergrond van de windturbine. Hiermee wil de staatssecretaris een goedkeuring in de inkomstenbelasting ook laten doorwerken in de overdrachtsbelasting.

Meer informatie: ministerie van Financiën, 16 oktober 2012, BLKB/2012/611M

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
NOB: Forfaitair aflossingssysteem mag tijd kosten
Volgende artikel
Misbruik van recht kan ook bij constructie met derden

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Verhuur padel- en squashbaan is vrijgesteld van btw

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de verhuur van squash- en padelbanen aan particuliere sporters vrijgestelde verhuur van onroerende zaken is. De verhuur is daarom niet belast als het geven van gelegenheid tot sportbeoefening tegen 9% btw.

ondernemer-betalen

Nieuwe factsheet: btw en onbetaalde ontvangen facturen

Er is een nieuwe factsheet gepubliceerd over de btw-gevolgen wanneer een klant een ontvangen factuur niet betaalt. De factsheet geeft duidelijkheid over wanneer btw mag worden afgetrokken en wanneer eerder afgetrokken btw moet worden terugbetaald.

app toeslagen

Contractuele band bepaalt btw-teruggaaf fiscale eenheid

Een fiscale eenheid heeft bij niet-betaling van toestelkrediet alleen recht op btw-teruggaaf als contractueel vaststaat dat de niet-betaalde termijnen rechtstreeks verband houden met de levering van het telefoontoestel. De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak en verwijst de zaak naar Hof Amsterdam.

Betalingsonmacht B.V.

Fraudespel ambtenaar leidt tot btw-heffing zonder aftrek

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een bv geen recht heeft op aftrek van voorbelasting bij doorfacturering van privéaankopen van een ambtenaar. De bv is daarnaast de gefactureerde btw aan de gemeente verschuldigd op grond van art. 37 Wet OB.

tuinbouw

Standpunt reikwijdte verleggingsregeling

De Kennisgroep omzetbelasting heeft een vraag beantwoord over de reikwijdte van de verleggingsregeling bij loonwerk.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Nationaal Btw Congres 2026

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Masterclass Overdrachtsbelasting

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×