• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Ontstaan recht op teruggaaf relevant voor fiscale eenheid

12 februari 2014 door Remco Latour

De Hoge Raad heeft benadrukt dat het recht op een teruggaaf van afgedragen btw bij het verbreken van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting overgaat naar de ondernemer die dat recht rekent tot zijn bedrijfsvermogen. Dit kan ertoe leiden dat een werkmaatschappij btw kan terugvragen die de fiscale eenheid heeft afgedragen.

In de voorafgaande zaak had Hof Den Haag al geoordeeld dat een moedermaatschappij te laat het verzoek om teruggaaf van btw had ingediend als het recht op teruggaaf was ontstaan tijdens de fiscale eenheid (zie: ‘Geen recht op btw-teruggaaf wegens te laat ingediende verzoeken’ ). Was dit recht later ontstaan, dan zou de werkmaatschappij recht hebben op de teruggaaf. Toen de moedermaatschappij in cassatie ging, stelde zij dat het recht op teruggaaf toch aan haar toekwam. Op het moment waarop de werkmaatschappij de facturen had opgesteld, behoorde zij nog tot de fiscale eenheid. De fiscale eenheid had dan ook de btw afgedragen. Maar volgens de Raad was pas gebleken dat een paar afnemers niet zouden betalen nadat de werkmaatschappij de fiscale eenheid had verlaten. Het recht op aftrek was dus ontstaan na het einde van de fiscale eenheid. Omdat de vorderingen op de afnemers toen behoorden tot het bedrijfsvermogen van de werkmaatschappij, kon alleen zij de btw terugvragen. Dat de moedermaatschappij de btw had afgedragen, was niet van belang.

 

Wet: artikel 7, vierde lid OB 1968

Beschikking: artikel 3a, tweede lid, Uitv.besch. OB 1968

Meer informatie: Hoge Raad, 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:226

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Fiscus mag aandelenstorting toch niet bestempelen als lening
Volgende artikel
FNV Belastingservice wijst op naheffing arbeidskorting

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Geen steun in EU voor btw-nultarief op diergeneeskundige zorg

Het kabinet erkent de zorgen over de stijgende kosten van diergeneeskundige zorg, maar ziet op dit moment geen mogelijkheden om de btw op deze zorg naar 0% te verlagen. Een verkenning onder EU-lidstaten laat zien dat er onvoldoende steun bestaat voor aanpassing van de Europese btw-richtlijn.

geruisloos doorgeschoven voortgezet ondernemerschap

Uitstel invoering nieuwe procedure teruggaaf buitenlandse btw

De nieuwe procedure voor het terugvragen van buitenlandse btw wordt later ingevoerd dan gepland. De beoogde invoering vanaf het tweede kwartaal van 2026 blijkt niet haalbaar. Tot de nieuwe procedure van kracht wordt, blijft de huidige werkwijze gelden. Ondernemers hoeven op dit moment niets aan te passen.

Wet betaalbare huur

Onvoorziene omstandigheden rechtvaardigen alsnog 2%-tarief overdrachtsbelasting

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een man toch recht heeft op het 2%-tarief overdrachtsbelasting voor een woning die hij nooit als hoofdverblijf gebruikt. De combinatie van financiële druk en mentale problemen vormt een onvoorziene omstandigheid na de verkrijging.

Wijziging Besluit Ondernemingsfaciliteiten: verruiming voortzettingseis binnen concern

Met dit besluit wijzigt de staatssecretaris van Financiën het Besluit Ondernemingsfaciliteiten. De wijziging herstelt een onbedoelde beperking die was ontstaan bij de actualisatie van het besluit per 17 oktober 2024 en verruimt de toepassing van twee vrijstellingen in de overdrachtsbelasting.

Inpandige praktijkruimte is aanhorigheid van de woning

Een voormalige huisartsenpraktijk in een villa is een aanhorigheid bij de woning. Daarom geldt voor de hele verkrijging het lage tarief van 2% overdrachtsbelasting.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Overdrachtsbelasting

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×