• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Overlap klantenkring voegt activiteiten niet samen

30 januari 2019 door Remco Latour

Voldoet een ondernemer niet aan het urencriterium, maar verricht hij naast zijn ondernemingswerkzaamheden nog andere activiteiten voor dezelfde afnemers als die van de onderneming? Dan zou het mooi zijn als die andere activiteiten meetellen voor het urencriterium. Helaas maakt een recente zaak voor Hof Den Haag duidelijk dat het lastig is om andere activiteiten bij de ondernemerswerkzaamheden te trekken.

Zo liep een vrouw die in het kader van haar onderneming als gastouder actief was tegen het urencriterium aan. Zij verrichtte namelijk gemiddeld maar twee dagen in de week werkzaamheden als gastouder. De vrouw meende dat zij het gebrek aan uren kon aanvullen door haar werkzaamheden rond de verkoop van zelfgemaakt speelgoed mee te tellen. De vrouw stelde dat deze werkzaamheden in het verlengde van haar ondernemingsactiviteiten lagen. Zij leverde namelijk een service en een bepaald gemak aan ouders door kinderopvang en speelgoed aan te bieden.

Het hof volgt deze redenering niet. Dat de klantenkring van de kinderopvang en de speelgoedverkoop een gedeeltelijke overlap vertonen, maakt nog niet dat beide activiteiten bij elkaar horen. Het hof bekijkt daarom of de vrouw met het maken en verkopen van speelgoed een afzonderlijke onderneming drijft. Dit is niet het geval, constateert het hof. De omzetten en resultaten zijn daarvoor te gering en het hof verwacht evenmin een verbetering. Omdat het maken en verkopen van speelgoed geen ondernemingsactiviteiten zijn, tellen de daaraan bestede uren niet mee voor het urencriterium.

 

Wet: art. 3.6 en 3.8 Wet IB 2001

Meer informatie: Gerechtshof Den Haag 16 januari 2019, (gepubliceerd 25 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:47

Filed Under: Fiscaal nieuws, IB-ondernemer, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Belastingvoordeel elektrische auto's € 700 miljoen
Volgende artikel
Vaste inrichting mag meerdere ratio’s btw-aftrek gebruiken

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

wet excessief lenen

Dividendbesluit in 2020 blokkeert oude box 2-verrekening

Hof Den Haag oordeelt dat een dividenduitdeling van € 1,75 miljoen pas in 2020 is genoten, omdat pas toen rechtsgeldig tot uitkering is besloten. De aandeelhouder kan de uitdeling niet met terugwerkende kracht toerekenen aan eerdere jaren om verdamping van box 2-verliezen te voorkomen.

faillissement

Liquidatie bv leidt tot heffing over pensioen en stamrecht

Rechtbank Gelderland oordeelt dat door liquidatie van een bv het daarin ondergebrachte pensioen en stamrecht zijn prijsgegeven. Voor zover de aanspraken voor verwezenlijking vatbaar zijn, moeten zij tot het inkomen worden gerekend.

Zelfstandigenaftrek vereist controleerbare urenregistratie

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een ondernemer niet aannemelijk maakt dat hij aan het urencriterium voldoet. Een globaal overzicht van met name indirecte uren is daarvoor onvoldoende.

binnenvaartschip subsidie

Prejudiciële vragen over verzekeringsplicht Rijnvarende met twee werkgevers

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de verzekeringsplicht van een Rijnvarende die aan boord van hetzelfde schip voor twee werkgevers werkt.

10% criterium lucratief belang

Borgstellingsverlies aftrekbaar als negatief resultaat

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een borgstellingsverlies van € 37.500 aftrekbaar is als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de borgstelling bij het aangaan of later onzakelijk is geworden.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen | PE Accreditatie

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen | PE Accreditatie

AGENDA

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen | PE Accreditatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×