Uit de uitgelekte Prinsjesdagplannen blijkt dat het nieuwe box 3-stelsel voorlopig lijkt te worden geparkeerd in de Eerste Kamer. Tegelijkertijd draait het kabinet verschillende bezuinigingen op de sociale zekerheid deels terug, trekt het € 1,5 miljard uit voor koopkrachtmaatregelen en gaan hogere inkomens meer belasting betalen.
Box 3 mogelijk geparkeerd
Het wetsvoorstel voor belasting over het werkelijke rendement, dat per 2028 zou moeten ingaan en waarbij ook ongerealiseerde waardestijgingen zouden meetellen, stuit op politieke bezwaren en lijkt voorlopig niet verder te worden behandeld. De coalitie zou meer tijd willen nemen voor een stelsel waarin belasting pas verschuldigd is bij daadwerkelijk gerealiseerde vermogenswinst. Het uitstel kan de schatkist jaarlijks 2,4 tot 2,5 miljard euro aan begrote inkomsten kosten zolang er geen alternatief is. Over een algemene verhoging van de vermogensbelasting, waar coalitiepartij D66 op aandringt en de VVD zich fel tegen verzet, staat niets concreets in de stukken.
Sociale zekerheid verzacht, hogere inkomens meer belast
De geplande verhoging van de AOW-leeftijd gaat niet door. Het maximumdagloon voor uitkeringen gaat nog wel omlaag, maar met 7,5 procent in plaats van de eerder voorgenomen 20 procent. De bezuiniging op de WW-duur (van twee naar één jaar) wordt een jaar uitgesteld tot 2029, net als het afschaffen van de tegemoetkoming voor mensen in de WIA. De verhoging van het eigen risico met 60 euro schuift eveneens door naar 2028, wat circa 1 miljard euro kost.
Om dit te dekken, laat het kabinet hogere inkomens meer belasting betalen en wordt bezuinigd op de omvang van de overheid. Daarnaast is 1,5 miljard euro beschikbaar voor koopkrachtreparatie, 1,5 miljard eenmalig voor infrastructuurprojecten, extra geld voor ontwikkelingshulp en een langzamere afbouw van de accijnskorting op diesel en benzine. PRO en de vakbonden zijn nog niet tevreden; op Prinsjesdag worden alle plannen definitief gepresenteerd.


Geef een reactie