• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Sommige werkgevers zijn nooit klein geweest

26 juni 2018 door Remco Latour

Vaak zal een startende werkgever voor de heffing van de premie werknemersverzekeringen kwalificeren als een kleine werkgever. Toch is het mogelijke dat een bedrijf op grote schaal begint en meteen als grote werkgever kwalificeert.

Premies werkgeversverzekeringen

Werkgevers zijn verplicht de volgende premies voor de werknemersverzekeringen te betalen:

  • premie Werkloosheidswet-Algemeen werkloosheidsfonds;
  • de sectorpremie;
  • premie Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo-premie);
  • basispremie Wet Arbeidsongeschiktheid/Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten/Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WAO/IVA/WGA); en
  • de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk).

 

Gedifferentieerde premie Whk

De gedifferentieerde premie Whk bestaat uit de premiecomponent WGA en de premiecomponent ZW voor flexibele dienstbetrekkingen (ZW-flex). De fiscus stelt de hoogte van de gedifferentieerde premie vast, maar de manier waarop dat gebeurt is afhankelijk van de grootte van de werkgever. Voor de heffing van deze premie worden werkgevers ingedeeld in de categorieën klein, middelgroot en groot.

 

Groottecategorieën

In beginsel bepaalt het premieloon van de werkgever in 2016 de groottecategorie waarin hij valt voor het jaar 2018. Hierbij gelden de volgende grenzen:

  • bij een premieloon tot en met € 328.000 kwalificeert de werkgever als een kleine werkgever;
  • bij een premieloon van meer dan € 328.000 maar niet meer dan € 3.280.000 kwalificeert de werkgever als een middelgrote werkgever; en
  • bij een premieloon van meer dan € 3.280.000 kwalificeert de werkgever als een grote werkgever.

Voor andere jaren geldt in principe dat het premieloon in het tweede kalenderjaar voor het desbetreffende kalenderjaar bepalend is.

 

Te betalen premies

De fiscus stelt de hoogte van de gedifferentieerde premie Whk voor kleine werknemers vast per sector. Kwalificeert de werkgever als middelgroot, dan berekent de fiscus de verschuldigde gedifferentieerde premie Whk als een gewogen gemiddelde van de individueel vastgestelde premiepercentages en de sectorale premiepercentages. Daarbij geldt de volgende formule:

premie = (1-C) x sectoraal premiepercentage + C x individueel premiepercentage.

Hierbij is C:

het premieloon van de werkgever in 2016 -/- de premieloongrens klein/middelgroot

premieloongrens middelgroot/groot -/- premieloongrens klein/middelgroot

 

De Belastingdienst stelt de gedifferentieerde premie Whk individueel vast in het geval van een grote werkgever. Het percentage is per premiecomponent afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidsrisico in de desbetreffende onderneming.

 

Grenzen aan de individuele premiepercentages

Bij het vaststellen van de individuele premiepercentages is de Belastingdienst per premiecomponent gebonden aan de volgende grenzen:

  • voor de premiecomponent WGA  geldt een minimumpercentage van 0,18% en een maximumpercentage van 3,00%;
  • voor de premiecomponent ZW-flex geldt een minimumpercentage van 0,10% en een maximumpercentage van 1,64%. Voor sector 52 (Uitzendbedrijven) geldt echter een afwijkend maximumpercentage voor de premiecomponent ZW-flex van 8,03%.

 

Startende werkgever

In het kalenderjaar waarin een bedrijf anders dan in het kader van een overgang werkgever is geworden en in de twee daaropvolgende kalenderjaren kwalificeert de werkgever als een startende werkgever. Voor een startende kleine werkgever is het gedifferentieerde premiepercentage Whk het totaal van zijn sectorale premiepercentages voor de premiecomponenten WGA en ZW-flex. De fiscus stelt het premiepercentage Whk voor een startende middelgrote werkgever op het totaal van de gewogen gemiddelden van de rekenpercentages en de sectorale premiepercentages voor de premiecomponenten WGA en ZW-flex. Voor een startende grote werkgever is het premiepercentage Whk het totaal van de rekenpercentages voor de premiecomponenten WGA en de ZW-flex. In 2018 leidt dit tot een premiepercentage van 1,22%.

 

Altijd startende kleine werkgever?

De Belastingdienst merkt een werkgever die in 2017 of later is gestart altijd aan als startende kleine werkgever. Maar het lijkt erop dat de belastingrechter dit standpunt soms niet honoreert. De Belastingdienst had namelijk in een zaak voor de Hoge Raad een werkgever die in 2014 was begonnen voor dat jaar aangemerkt als kleine werkgever. De Belastingdienst merkte deze B.V. aan als kleine werknemer, omdat zij in 2012 geen premieloon had genoten. De Hoge Raad oordeelt dat vóór 1 januari 2014 een werkgever in een andere groottecategorie was in te delen dan volgens de hoofdregel het geval zou zijn. Inmiddels is de wet- en regelgeving gewijzigd. Maar uit niets blijkt dat de wetgever de mogelijk van afwijking van de hoofdregel heeft willen afschaffen. Daarom moet de speciale regeling voor de indeling van startende werkgevers dezelfde mogelijkheid tot afwijking van de hoofdregel bieden als de oude regelgeving. In dit geval was het verwachte premieplichtig loon van de B.V. meer dan € 4 miljoen. De B.V. kwalificeerde daardoor meteen als een grote werkgever.

 

Wet: art. 38 Wfsv

Besluit: artt. 2.5, 2.6 en 2.17 Besluit Wfsv

Meer informatie: HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:670

Filed Under: Arbeid & loon, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Vooraankondiging arresten 29 juni 2018
Volgende artikel
Wet DBA: het vervolg

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

schijnzelfstandigheid; opheffen handhaningsmoratorium

Kabinet schrapt deel zzp-wet

Het kabinet wil de onrust rond nieuwe wetgeving voor zelfstandigen verminderen. Daarom wordt een deel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) geschrapt en wordt gewerkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet.

dga-salaris

Evaluatie gebruikelijkloonregeling

Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding om het normbedrag generiek te verhogen of te differentiëren. Staatssecretaris Eerenberg licht de uitkomsten van het vervolgonderzoek over de gebruikelijkloonregeling toe. De gebruikelijkloonregeling verplicht een dga om een zakelijk arbeidsinkomen in aanmerking te nemen en daarover loonheffing in box 1 te betalen. Het gebruikelijk loon is het... lees verder

salaris

3e uitgave cijferbijlage Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft in de bijlage met de tarieven, bedragen en percentages loonheffingen vanaf 1 januari 2026 tabel 15 (Loonkostenvoordelen) aangepast.

salaris

Gebruikelijk loon dga volgt meest verdienende werknemer

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het gebruikelijk loon van een dga terecht heeft vastgesteld op het loon van de best verdienende werknemer.

minimumjeugdlonen per 1 januari 2024

Besluit premie arbeidsinschakeling geen loon in 2026

Dit besluit bevestigt dat een in 2026 betaalde premie arbeidsinschakeling aan bijstandsgerechtigde jongeren onder de 27 jaar niet tot het loon voor de loonbelasting behoort. Hiermee wordt vooruitgelopen op de per 1 januari 2027 in werking tredende wijziging van de Participatiewet.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×