• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Standpunten Kennisgroep verzekeringsproducten gewijzigd

23 februari 2026 door redactie

Aanpassen ODV-uitkeringsperiode na verlagen AOW-leeftijd

De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft een aantal standpunten gewijzigd.

KG:070:2022:3 Ingegane oudedagsverplichting en omzetting in lijfrenterekening: minimale uitkeringsduur: dit standpunt is aangepast in verband met wetswijzigingen.

De dga heeft een oudedagsverplichting bij zijn eigen bv, waarvan de uitkeringen zijn ingegaan. De dga wil de ODV omzetten in een lijfrenterekening. De dga is op dat moment zestien jaar ouder dan zijn AOW-leeftijd.

Vragen

  1. Wat is in deze situatie de minimale uitkeringsduur van de lijfrenterekening, indien het gezamenlijke bedrag aan termijnen in een kalenderjaar hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel a, onder 3o, van de Wet IB 2001?
  2. Wat is in deze situatie de minimale uitkeringsduur van de lijfrenterekening, indien het gezamenlijke bedrag aan termijnen in een kalenderjaar niet hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel a, onder 3o, Wet IB 2001?

Antwoorden

  1. De minimale uitkeringsduur is vier jaar.
  2. De minimale uitkeringsduur is vijf jaar.

KG:070:2023:2 Vervreemden/splitsen van een kapitaalverzekering eigen woning in het kader van echtscheiding: dit standpunt is verduidelijkt en toegespitst op de KEW.

Een man en zijn partner hebben op beider naam een kapitaalverzekering eigen woning. Het tegoed op de KEW behoort aan beiden voor de helft toe. De man en vrouw scheiden. In het echtscheidingsconvenant is bepaald dat de man de eigen woning en de eigenwoningschuld krijgt toebedeeld. Die toedeling heeft al plaatsgevonden. De vrouw woont in een huurwoning. Bij de aanbieder heeft nog geen wijziging in de tenaamstelling van de KEW plaatsgevonden. De KEW staat dus nog zowel op naam van de man als de vrouw.

Vragen

  1. Wordt de KEW geacht volledig tot uitkering te komen wanneer één van beide verzekeringnemers, niet zijnde fiscaal partners, geen eigen woning meer heeft in de zin van artikel 3.111 van de Wet IB 2001?
  2. De man wil zijn helft van de KEW afkopen op het moment dat beiden nog verzekeringnemer zijn. Kan de man gebruikmaken van de uitkeringsvrijstelling?
  3. Kan de vrouw voor de fictieve uitkering van de KEW gebruikmaken van de uitkeringsvrijstelling op het moment dat zij geen eigen woning meer heeft?
  4. De vrouw wil haar deel van de verzekering na haar verhuizing naar een huurwoning afkopen op het moment dat beiden nog verzekeringnemer zijn. Wat zijn de fiscale gevolgen?

Antwoorden

  1. Nee. De KEW komt niet volledig fictief tot uitkering, maar slechts voor de helft, namelijk voor het aandeel van de verzekeringnemer die geen eigen woning meer heeft.
  2. Ja. De man kan voor zijn helft van de KEW gebruikmaken van de uitkeringsvrijstelling, als wordt voldaan aan de in artikel 10bis.6, eerste lid, Wet IB 2001 gestelde voorwaarden.
  3. Ja. Als de vrouw geen eigen woning meer heeft, komt de KEW fictief voor de helft tot uitkering, zie antwoord 1. De vrouw kan voor haar helft van de KEW gebruikmaken van de uitkeringsvrijstelling zonder dat de uitkering heeft gediend voor aflossing van de EWS (artikel 10bis.6, tweede lid, onderdeel a, Wet IB 2001).
  4. Haar helft van de verzekering valt na haar verhuizing in box 3 en kan daarna zonder heffing van inkomstenbelasting worden afgekocht.

KG:070:2023:14 Aftrekbaarheid premies lijfrente meerderjarig invalide (klein)kind: dit standpunt is uitgebreid met vragen 4 en 5.

De belastingplichtige en zijn partner hebben een invalide (klein)kind. Er wordt een lijfrente afgesloten als bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001. Het (klein)kind is op de polis opgenomen als verzekerde en enige begunstigde. De belastingplichtige (hierna: de (groot)ouder) betaalt de premies voor de lijfrente.

Vragen

  1. Bij wie zijn de premies voor de lijfrente aftrekbaar, als het (klein)kind als verzekeringnemer is opgenomen en de (groot)ouder als premiebetaler?
  2. Bij wie zijn de premies voor de lijfrente aftrekbaar, als de (groot)ouder als verzekeringnemer is opgenomen?
  3. Is een bancaire variant voor de lijfrente mogelijk?
  4. Is de premieaftrek ook mogelijk als het (klein)kind op het moment van premiebetaling nog niet invalide is, maar gelet op de medische prognose wel invalide zal zijn op het moment dat de uitkeringen ingaan?
  5. Is de premieaftrek aan een vastgesteld maximumbedrag gebonden?

Antwoorden

  1. De premies zijn aftrekbaar bij de (groot)ouder die als premiebetaler op de polis is opgenomen.
  2. De premies zijn aftrekbaar bij de (groot)ouder die als verzekeringnemer op de polis is opgenomen.
  3. Nee. Een bancaire variant is voor deze lijfrente niet mogelijk.
  4. Ja, als voldoende duidelijkheid bestaat over de te verwachten toekomstige invaliditeit van het (klein)kind.
  5. Nee. In de Wet IB 2001 is geen getalsmatig maximum opgenomen. Er geldt echter wel een bepaalde mate van begrenzing van de premieaftrek. De lijfrente moet (kunnen) voorzien in het levensonderhoud van het (klein)kind.

Bron: Belastingdienst, 20 februari 2026

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Handleiding becon-uitstel 2025 gepubliceerd
Volgende artikel
Vooraankondiging arresten Hoge Raad 27 februari 2026

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Banken werken aan maatregelen voor leningen en hypotheken

Beleggingspolis telt niet als banktegoed bij box 3-herstel

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een premievrije beleggingspolis die volledig is belegd op een kapitaalmarktrente-rekening geen banktegoed is voor de Wet rechtsherstel box 3. De vrouw krijgt wel rechtsherstel op basis van het werkelijk behaalde rendement.

Handboek loonheffingen 2020

Beleidsbesluit fiscale behandeling van DRV-uitkeringen

De staatssecretaris van Financiën heeft naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 19 juni 2026 beleid gepubliceerd over de fiscale behandeling van uitkeringen van de Deutsche Rentenversicherung (DRV). Het besluit werkt uit wanneer een DRV-aanspraak in box 1 dan wel box 3 valt en bevat praktische goedkeuringen voor de waardering en bewijsvoering.

aangifte belasting 2024

Banken kunnen nieuwe box 3-aangifte in 2028 niet vooraf invullen

Nederlandse banken kunnen bij invoering van een nieuw box 3-stelsel in 2028 de belastingaangifte niet vooraf invullen. De sector heeft onvoldoende tijd om de IT-systemen daarvoor aan te passen. Dat zegt Medy van der Laan, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), tegen BNR.

startersvrijstelling

Hypotheekvorderingen zijn geen banktegoeden in box 3

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat hypothecaire geldleningen aan familieleden voor het rechtsherstel box 3 geen banktegoeden zijn. De vorderingen behoren tot de overige bezittingen.

wet excessief lenen

Eerste Kamer kritisch over snelle invoering vermogenswinstbelasting

Op 5 oktober spraken minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg van Financiën met de Eerste Kamercommissie voor Financiën over de voortgang van de Wet werkelijk rendement box 3. De Eerste Kamer was kritisch over de zorg

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Future Fit Professionals

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

AGENDA

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×