• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

V&A voorlopige bedragen AOW-franchises, AOW-bedragen artikel 10aa UBLB en maximum pensioengevend loon per 1 januari 2026

9 december 2025 door redactie

bedrag ineens pensioen

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft V&A 25-008 gepubliceerd. 

In dit V&A 25-008 zijn de voorlopige bedragen opgenomen van de voor 2026 geldende AOW-franchises, AOW-bedragen van artikel 10aa UBLB en het maximum pensioengevend loon. Voor alle bedragen geldt het voorbehoud van de definitieve vaststelling van de bedragen in of op basis van wet- en regelgeving.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 5 december 2026 de ‘Rekenregels per 1 januari 2026’ gepubliceerd. In Bijlage 5 bij de rekenregels zijn de bedragen van de AOW-uitkeringen per 1 januari 2026 opgenomen.

Op basis van de AOW-uitkeringen van Bijlage 5 zijn de voorlopige vanaf 1 januari 2026 geldende AOW-franchises, AOW-bedragen van artikel 10aa van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB) en het maximum pensioengevend loon berekend.

Hierna zijn in onderdeel 1 de voorlopige bedragen vermeld voor pensioenregelingen die voldoen aan het nieuwe fiscale pensioenkader van de Wet toekomst pensioenen (Wtp). In onderdeel 2 zijn de voorlopige bedragen vermeld voor de op 30 juni 2023 bestaande pensioenregelingen die vallen onder het overgangsrecht van artikel 38q van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB). In onderdeel 3 is het voorlopige bedrag vermeld van het maximum pensioengevend loon.

Voor alle voorlopige bedragen geldt uitdrukkelijk het voorbehoud van de definitieve vaststelling in of op basis van wet- en regelgeving.

1. Pensioenregelingen Wtp

De hierna opgenomen bedragen gelden voor pensioenregelingen die voldoen aan hoofdstuk IIB van de Wet LB zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de Wtp per 1 juli 2023.

a. Voorlopige AOW-franchise artikel 18a, derde lid, Wet LB

De AOW-franchise van artikel 18a, derde lid, Wet LB per 1 januari 2026 is voorlopig vastgesteld op € 19.172. Dit bedrag is berekend door de per 1 januari 2026 geldende AOW-uitkering (incl. vakantietoeslag) voor gehuwde personen zonder toeslag te vermenigvuldigen met de factor 100/75.

Deze AOW-franchise geldt voor pensioenregelingen die voldoen aan hoofdstuk IIB van de Wet LB zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de Wtp per 1 juli 2023.

Voor bovenvermelde AOW-franchise voor 2026 geldt nog wel het voorbehoud van de definitieve vaststelling van de AOW-uitkering.

b. Voorlopige AOW-franchises artikel 10aa UBLB per 1 januari 2026

AOW-franchise artikel 10aa, eerste lid, UBLB

Indien voor de toepassing van artikel 18a, eerste lid, van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast vanwordt het in artikel 18a, derde lid, van de wet bedoelde bedrag vervangen door
meer danmaar niet meer dan
–27,216%€ 15.308
27,216%28,608%€ 17.283

AOW-franchise artikel 10aa, tweede lid, UBLB

Indien de belastingplichtige bij het einde van het kalenderjaaren voor de toepassing van artikel 38r, eerste lid, van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast vanwordt het in artikel 18a, derde lid, van de wet bedoelde bedrag vervangen door
niet meer dan€ 15.308
15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is17,2% 
20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is18,0% 
25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is19,1% 
30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is20,5% 
35 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is22,1% 
40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is24,0% 
45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is25,9% 
50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is28,1% 
55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is30,7% 
60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is33,6% 
65 jaar of ouder is36,3% 

AOW-franchise artikel 10aa, derde lid, UBLB

Indien de belastingplichtige bij het einde van het kalenderjaaren voor de toepassing van artikel 38r, eerste lid van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast vanwordt het in artikel 18a, derde lid, bedoelde bedrag vervangen door
meer danmaar niet meer dan€ 17.283
15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is17,2%18,1% 
20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is18,0%18,9% 
25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is19,1%20,0% 
30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is20,5%21,6% 
35 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is22,1%23,3% 
40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is24,0%25,2% 
45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is25,9%27,3% 
50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is28,1%29,6% 
55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is30,7%32,2% 
60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is33,6%35,3% 
65 jaar of ouder is36,3%38,1% 

Voor bovenvermelde voorlopige AOW-franchises van artikel 10aa UBLB voor 2026 geldt nog wel het voorbehoud van de definitieve vaststelling van de bedragen in artikel 10aa UBLB.

2. Pensioenregelingen onder overgangsrecht artikel 38q Wet LB

De hierna opgenomen bedragen gelden voor de op 30 juni 2023 bestaande pensioenregelingen waarop het overgangsrecht van artikel 38q Wet LB van toepassing is.

a. Voorlopige AOW-franchises van artikel 18a, zevende lid, Wet LB (tekst 30 juni 2023) per 1 januari 2026

Enkelvoudig gehuwdGehuwd met
maximale toeslag
Ongehuwd
Middel-loonEind-loonMiddel-loonEind-loonMiddel-loonEind-loon
19.17221.69438.34443.38827.90631.578

Deze AOW-franchises gelden voor pensioenregelingen onder de werking van het overgangsrecht van artikel 38q Wet LB.

Voor bovenvermelde AOW-franchises voor 2026 geldt nog wel het voorbehoud van de definitieve vaststelling van de AOW-uitkeringen.

b. Voorlopige AOW-bedragen van artikel 10aa UBLB (tekst 30 juni 2023) per 1 januari 2026

MiddelloonEindloon
Indien bij een middelloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast vanwordt het in artikel 18a, zevende lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 75% vanIndien bij een eindloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast vanwordt het in artikel 18a, zevende lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 66,28% van
meer danmaar niet meer dan meer danmaar niet meer dan 
–1,701%15.308–1,483%17.321
1,701%1,788%17.2831,483%1,570%19.554

Deze AOW-bedragen gelden voor pensioenregelingen onder de werking van het overgangsrecht van artikel 38q Wet LB.

Voor bovenvermelde voorlopige AOW-bedragen van artikel 10aa UBLB voor 2026 geldt nog wel het voorbehoud van de definitieve vaststelling van de bedragen in artikel 10aa UBLB.

3. Voorlopig bedrag maximum pensioengevend loon artikel 18ga Wet LB per 1 januari 2026

Het maximum pensioengevend loon van artikel 18ga Wet LB per 1 januari 2026 is voorlopig vastgesteld op € 137.800.

Dit maximum pensioengevend loon van artikel 18ga Wet LB geldt zowel voor pensioenregelingen die voldoen aan hoofdstuk IIB zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de Wtp als voor pensioenregelingen onder de werking van het overgangsrecht van artikel 38q Wet LB.

Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioenen, 9 december 2025

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
A-G: Geen pleitbaar standpunt bij opzettelijke btw-carrouselfraude
Volgende artikel
Standpunt kwalificatie Israëlische Ltd.

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

schijnzelfstandigheid; opheffen handhaningsmoratorium

Kabinet schrapt deel zzp-wet

Het kabinet wil de onrust rond nieuwe wetgeving voor zelfstandigen verminderen. Daarom wordt een deel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) geschrapt en wordt gewerkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet.

dga-salaris

Evaluatie gebruikelijkloonregeling

Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding om het normbedrag generiek te verhogen of te differentiëren. Staatssecretaris Eerenberg licht de uitkomsten van het vervolgonderzoek over de gebruikelijkloonregeling toe. De gebruikelijkloonregeling verplicht een dga om een zakelijk arbeidsinkomen in aanmerking te nemen en daarover loonheffing in box 1 te betalen. Het gebruikelijk loon is het... lees verder

salaris

3e uitgave cijferbijlage Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft in de bijlage met de tarieven, bedragen en percentages loonheffingen vanaf 1 januari 2026 tabel 15 (Loonkostenvoordelen) aangepast.

salaris

Gebruikelijk loon dga volgt meest verdienende werknemer

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het gebruikelijk loon van een dga terecht heeft vastgesteld op het loon van de best verdienende werknemer.

minimumjeugdlonen per 1 januari 2024

Besluit premie arbeidsinschakeling geen loon in 2026

Dit besluit bevestigt dat een in 2026 betaalde premie arbeidsinschakeling aan bijstandsgerechtigde jongeren onder de 27 jaar niet tot het loon voor de loonbelasting behoort. Hiermee wordt vooruitgelopen op de per 1 januari 2027 in werking tredende wijziging van de Participatiewet.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×