Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een bv die vastgoed verhuurt aan een franchiseketen voldoet aan de doeleis voor een onroerendezaakrechtspersoon. Dat de franchiseketen het pand doorverhuurt aan een dochter-bv die er een supermarkt exploiteert, maakt de verhuur niet tot eigen gebruik binnen het concern.
Een vader en zoon exploiteren aanvankelijk samen een supermarkt. De bv van de vader bezit later het vastgoed waarin de supermarkt wordt geëxploiteerd. Zij verhuurt het pand voor vijftien jaar aan een franchiseketen, die het vervolgens onderverhuurt aan de zoon en later aan diens supermarkt-bv. Na een juridische fusie bezit de bv daarnaast de aandelen in deze supermarkt-bv. Vader wil zijn certificaten van aandelen in de bv uiteindelijk aan zijn zoon schenken. De inspecteur stelt in vooroverleg dat de bv een onroerendezaakrechtspersoon (OZR) is en dat de verkrijging van de certificaten daarom met overdrachtsbelasting is belast. De zoon betaalt in 2022 € 256.880 overdrachtsbelasting en maakt vervolgens bezwaar. In geschil is met name of aan de doeleis van art. 4 WBR is voldaan.
Geen eigen gebruik binnen concern
Het hof stelt vast dat de bv het pand verhuurt aan een derde die niet tot haar concern behoort. Daardoor is het vastgoed niet dienstbaar aan de eigen bedrijfsvoering van de bv. De franchiseketen heeft bovendien een zelfstandig belang bij de huur: zij wil kunnen waarborgen dat op deze locatie een vestigingspunt van haar formule blijft bestaan. Ook als de franchise- of onderhuurovereenkomst met de supermarkt-bv eindigt, blijft de hoofdhuurovereenkomst bestaan. Dat de franchise- en huurovereenkomsten onderling samenhangen, is daarom onvoldoende om door de franchiseketen heen te kijken en de situatie te behandelen als verhuur binnen het eigen concern. De bv voldoet aan de doeleis en kwalificeert als OZR. Over de verkrijging van de certificaten is daarom overdrachtsbelasting verschuldigd.
Wet: art. 4, eerste lid, onderdeel a en vierde lid, onderdeel a WBR
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-10-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6862, 24/2033 | NDFR





Geef een reactie