• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Verwijzingsprocedure kost de Staat weer schadevergoeding

12 oktober 2016 door Remco Latour

Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijkt dat het voor de Staat soms maar beter kan zijn om de belanghebbende de immateriële schadevergoeding toe te kennen waar deze om vraagt. De minister van Veiligheid en Justitie zal namelijk ieder keer dat in een procedure de redelijke termijn wordt overschreden, een immateriële schadevergoeding moeten betalen.

In dit geval was de Raad voor de Rechtspraak (RvdR) in cassatie gegaan tegen een veroordeling tot het betalen van een immateriële schadevergoeding vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. De RvdR stelde dat zij maar een vergoeding van € 1.500 in plaats van € 2.000 hoefde te betalen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond en verwees de zaak naar Hof Amsterdam. Dit hof kwam uiteindelijk ook tot het oordeel dat de immateriële schadevergoeding € 2.000 moest bedragen. Zie: ‘Betaling schadevergoeding RvdR kan nog staartje hebben’. Tussen het arrest van de Hoge Raad en het oordeel van Hof Amsterdam was echter een periode van een jaar en ruim tien maanden verstreken. Aangezien een verwijzingsrechter binnen een jaar na de verwijzing uitspraak moet doen, was dus opnieuw sprake van een overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad veroordeelde daarom de minister van Veiligheid en Justitie tot het betalen van een immateriële schadevergoeding van € 1.000.

 

Wet: artikel 8:95 Awb

Meer informatie: Hoge Raad, 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2264

Filed Under: Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Jumbo wint Family Business Legacy Award
Volgende artikel
Hof mag ongespecificeerd getuigenaanbod niet snel passeren

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Centrum levensbelangen in Nederland maakt buitenlands vermogen belast

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het centrum van de levensbelangen van een man in Nederland ligt, ondanks zijn woning en inschrijving in Duitsland. De inspecteur mag bovendien navorderen omdat pas later blijkt dat de man aanzienlijke buitenlandse bank- en beleggingstegoeden niet heeft aangegeven.

deadline bezwaar vergoeding

Zeswekentermijn voor hoger beroep niet strijdig met EU-recht

De Hoge Raad oordeelt dat de wettelijke beroepstermijn van zes weken niet in strijd is met het Unierecht. De combinatie van de vaste termijn en de mogelijkheid om een termijnoverschrijding verschoonbaar te achten, waarborgt voldoende toegang tot de rechter.

UBO-register

Wijzigingsbesluit toegang UBO-registers voor bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak

Dit besluit regelt welke bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak toegang krijgen tot de UBO-registers als zij UBO-informatie nodig hebben voor een wettelijke of Europeesrechtelijke taak. Ook wordt de Douane toegevoegd aan de bevoegde autoriteiten met toegang tot de registers.

Wet betaalbare huur

Belastingrechter niet bevoegd bij geschil over huurtoeslag

Hof Den Haag kan in een procedure over de aanslag IB/PVV niet oordelen over het recht op huurtoeslag. De vraag of het rechtsherstel voor box 3 doorwerkt naar de vermogenstoets voor de huurtoeslag blijft daarom onbeantwoord.

trustees

Standpunt omkering en verzwaring bewijslast ingetrokken

Het standpunt “KG:206:2023:2 Vragen over omkering en verzwaring van de bewijslast naar aanleiding van arrest HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:767” is ingetrokken. Aan dit standpunt is het belang komen te ontvallen met het arrest van de Hoge Raad van 9 oktober 2026, ECLI:NL:HR:2026:1484.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

AGENDA

Online cursus Auto van de zaak | PE Accreditatie

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×