• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Verzoek van zorgverlener om VAR-WUO terecht afgewezen

23 april 2015 door robbert verleun

De fiscus wees het verzoek om een VAR-WUO van een zorgverlener, die werkzaamheden via een zorgaanbieder verrichtte, volgens de rechter terecht af. De zorgverlener kon namelijk niet aannemelijk maken dat sprake was van het zelfstandig uitoefenen van een beroep. 

De zorgverlener in kwestie verrichtte AWBZ-zorg in natura. Hij sloot geen rechtstreekse overeenkomsten af met het zorgkantoor, maar werd wel via het zorgkantoor uitbetaald. In 2014 gaf de fiscus, in tegenstelling tot 2013, een VAR-loon af. De zorgverlener ging daartegen in beroep. De inspecteur stelde dat de zorgverlener geen belang had bij deze procedure omdat de situatie in 2015 was gewijzigd. De rechter verwierp deze stelling en wees de inspecteur op het volgende. Volgens het voorstel van de Wet invoering Beschikking geen loonheffingen is de geldigheidsduur van de VAR-verklaringen voor 2014 verlengd tot de datum van inwerkingtreding van de uit dit wetsvoorstel voortvloeiende wet. De rechter sloot niet uit dat belanghebbende hetzelfde soort werkzaamheden onder dezelfde condities zou verrichten in 2015. Belanghebbende had dus belang bij deze procedure. De rechter ging echter niet mee in het standpunt van de zorgverlener dat hier sprake was van het zelfstandig uitoefenen van een beroep. Hij was namelijk niet afhankelijk van het zelfstandig aantrekken van cliënten en liep bijna geen risico met betrekking tot debiteuren of investeringen in bedrijfsmiddelen. Zijn beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, want volgens de rechtbank had de inspecteur niet bewust en weloverwogen zijn standpunt bepaald voor de VAR over 2013. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel mocht niet baten. De zorgverlener kon volgens de rechter niet aannemelijk maken dat sprake was van begunstigend beleid of een oogmerk tot begunstiging.

 

Wet: artikel 3.156 Wet IB 2001

Meer informatie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 maart 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:2051

Filed Under: Fiscaal nieuws, IB-ondernemer, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Uitspraak onjuist bekendgemaakt? Beroepstermijn start later
Volgende artikel
Geen ongelijke behandeling gehuwde en ongehuwde mantelzorgers

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Telemarketingwerk telt niet mee voor het urencriterium

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat telemarketingactiviteiten onvoldoende samenhangen met de bouw- en schilderwerkzaamheden van een ondernemer om tot dezelfde onderneming te behoren. De telemarketingactiviteiten vormen ook zelfstandig geen onderneming, waardoor de gewerkte uren niet meetellen voor het urencriterium.

herinvesteringsreserve

Agrarische activiteiten blijven bron van inkomen ondanks verliezen

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de agrarische activiteiten van een vof in 2019 en 2020 nog steeds een bron van inkomen vormen. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat een objectieve voordeelsverwachting ontbreekt.

verlies ondernemer

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het box 3-vermogen van de man terecht heeft gecorrigeerd wegens duurzaam overtollige liquiditeiten in zijn eenmanszaak. Slechts €165.000 van de bank- en spaartegoeden geldt als werkkapitaal; het restant is overtollig en valt in box 3.

belangen aandelen

Standpunt bijgeschreven vergoeding cumulatief preferente aandelen en financieringstoets lucratief belang

De kennisgroep ROW heeft de vraag beantwoord of de bijgeschreven vergoeding op de cumulatief preferente aandelen meetelt voor de financieringstoets van artikel 3.92b, vierde lid, Wet IB 2001.

verbouwing huis

Verbouwing van vier panden kwalificeert als box 1-winst

Rechtbank Den Haag oordeelt per pand of sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer. Voor vier van de zeven panden is dat het geval, waardoor de resultaten daaruit terecht als winst uit onderneming in box 1 zijn belast.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Cursus Contracteren en managen van AI-systemen | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing | PE Accreditatie

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×