• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Vordering en valutacontract bij samenhang samen waarderen

3 september 2015 door Remco Latour

Stel dat een onderneming kort na het verkrijgen van een vordering in een vreemde valuta een termijncontract met betrekking tot diezelfde valuta sluit, waarbij de einddatum samenvalt met de aflossing op de vordering. In zo’n geval zullen de Belastingdienst en de belastingrechter al snel concluderen dat het valutatermijncontract samenhangt met de vordering. Deze twee activa moet men dan gezamenlijk waarderen.

Tot dit oordeel kwam ook Rechtbank Zeeland-West-Brabant in de volgende zaak. Een tussenholding was gevoegd in een fiscale eenheid vennootschapsbelasting en had twee deelnemingen verkocht. De verkoopsom luidde in dollars. De koper bleef de koopsom schuldig. Iets meer dan een maand later sloot de tussenholding een valutatermijncontract af. Dit contract hield in dat de bv een bedrag in dollars zou leveren tegen een overeengekomen wisselkoers. Toen het valutatermijncontract afliep werd een tweede contract gesloten. De rechtbank merkte op dat de bv het eerste valutatermijncontract kort na het verkrijgen van een vordering in dollars had afgesloten. Het bedrag van het contract was ook gelijk aan het bedrag van de vordering en de einddatum viel samen met de eerste aflossing op de vordering. Dit was ook het geval bij het tweede valutatermijncontract. Dit alles wees volgens de rechtbank op een samenhang tussen het verkrijgen van een vordering in dollars en het aangaan van de valutatermijncontracten. De bv was de contracten aangegaan om aan risicobeperking (hedging) te doen. De fiscale eenheid moest daarom de vordering en het termijncontract samen waarderen. Zij mocht geen verlies op het eerste valutatermijncontract opgeven en tegelijkertijd de ongerealiseerde valutawinst op de vordering negeren.

Meer informatie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2015 (gepubliceerd 24 augustus 2015), ECLI:NL:RBZWB:2015:4695

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Rechtspersoon niet aansprakelijk voor leeggehaalde bv?
Volgende artikel
VAR aanvragen voor 2016 niet nodig

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

balans

Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 gepubliceerd

De staatssecretaris van Financiën heeft het Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 gepubliceerd. Het besluit vervangt het eerdere beleidsbesluit en bevat nieuwe standpunten en voorbeelden over de toepassing van de hybridemismatchmaatregelen van afdeling 2.2A Wet Vpb 1969, met name ten aanzien van Amerikaanse CFC-regimes, vaste inrichtingen en cost-plusstructuren.

valuta

Standpunt beoordeling laagbelastheid vrije beleggingen: CFC-heffing telt niet mee

De Kennisgroep deelnemingsvrijstelling heeft de vraag beantwoord of rekening wordt gehouden met een bij de belastingplichtige geheven CFC-heffing voor de beoordeling of de vrije beleggingen van het lichaam waarin een deelneming wordt gehouden laagbelast zijn. Volgens de Kennisgroep deelnemingsvrijstelling wordt met deze CFC-heffing geen rekening gehouden.

Pillar2

Standpunt kwalificatie Société Anonyme Libanaise

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Société Anonyme Libanaise vergelijkbaar is.

rente Vpb

Belastingrente Vpb verlaagd na arrest Hoge Raad over rentepercentage

Rechtbank Noord-Holland verlaagt de belastingrente voor de vennootschapsbelasting omdat het wettelijke minimumtarief van 8% en 10% onverbindend is. De rente moet worden berekend volgens het algemene belastingrentepercentage.

Betalingsonmacht B.V.

Standpunt boekwaarde-eis

De Kennisgroep winstbepaling heeft een standpunt ingenomen over de boekwaarde-eis van artikel 3.54, tweede lid, Wet Inkomstenbelasting 2001.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

AGENDA

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×