Het hof oordeelt dat een waardestijging van het vruchtgebruik van een Nederlandse woning in 2017 leidt tot belastbaar box 3-inkomen. Voor 2018 is geen sprake van box 3-inkomen omdat het vruchtgebruik in waarde daalt.
Een man woont in 2017 en 2018 in België. Hij heeft het recht van vruchtgebruik van een in Nederland gelegen woning. De woning staat hem voor eigen gebruik ter beschikking en wordt in beide jaren niet verhuurd. De waarde van het vruchtgebruik bedraagt op 1 januari 2017 € 181.440, op 1 januari 2018 € 182.160 en op 1 januari 2019 € 164.480. De inspecteur legt navorderingsaanslagen ib over 2017 en 2018 op en rekent daarbij inkomen uit sparen en beleggen toe. De rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt het box 3-inkomen voor beide jaren vast op nihil. De inspecteur gaat in hoger beroep. In geschil is of de rechtbank het inkomen uit sparen en beleggen over 2017 terecht op nihil heeft gesteld.
Waardeverandering hoort bij werkelijk rendement
Hof ’s-Hertogenbosch sluit aan bij recente rechtspraak van de Hoge Raad over het werkelijke rendement in box 3. Positieve en negatieve waardeveranderingen van vermogensbestanddelen behoren tot dat rendement, ook als deze nog niet zijn gerealiseerd. Dat geldt ook voor onroerende zaken en daarmee samenhangende rechten, zoals het vruchtgebruik. Het eigen gebruik van de woning leidt niet tot belastbaar rendement, omdat dit voordeel volgens de Hoge Raad niet te kwantificeren is. Voor de waardeverandering kijkt het hof naar het verschil tussen de waarde van het vruchtgebruik aan het begin en het einde van het jaar. In 2017 stijgt die waarde met € 720. Dat bedrag vormt het belastbare inkomen uit sparen en beleggen.
Geen box 3-inkomen in 2018
Voor 2018 is tussen partijen niet langer in geschil dat het inkomen uit sparen en beleggen nihil is. De waarde van het vruchtgebruik daalt in dat jaar, zodat geen sprake is van een positief rendement. Het hof verklaart het hoger beroep van de inspecteur voor 2017 gegrond en voor 2018 ongegrond. De navorderingsaanslag over 2017 wordt verminderd tot een box 3-inkomen van € 720.
Wet: art. 5.3 Wet IB 2001
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 10-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3539, 24/420 en 24/421 | NDFR
Online cursus toepassing box 3 in de praktijk
In dit praktijkgerichte webinar van mr. Eric van Uunen gaan we niet uitgebreid in op de technische details van de box 3-heffing zelf. In plaats daarvan richten we ons op wat écht relevant is voor jouw adviespraktijk: het proactief begeleiden van klanten bij het optimaliseren van hun box 3-positie.





Geef een reactie