Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de erven van een man niet aannemelijk maken dat het werkelijke rendement in box 3 lager is dan het forfaitaire rendement volgens de Herstelwet. Daardoor blijft de aanslag ib/pvv 2018 in stand.
Een man en zijn partner zijn in 2018 fiscaal partners. Hun vermogen bestaat onder meer uit banktegoeden van ruim € 509.000, beleggingen van € 1.324.016 en buitenlands onroerend goed van € 145.367. De inspecteur legt voor 2018 een aanslag ib/pvv op met een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 39.596. Na bezwaar en een beschikking rechtsherstel wordt dit bedrag aangepast. De man stelt dat zijn werkelijke rendement lager is, onder meer door koersverliezen op beleggingen. Tijdens de procedure overlijdt hij en zetten zijn erven de zaak voort. In geschil is of aannemelijk is dat het werkelijke rendement in box 3 lager is dan het volgens de Herstelwet berekende rendement.
Werkelijk rendement volgens Hoge Raad
Het hof verwijst naar de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024 over box 3. Daaruit volgt dat moet worden gekeken naar het werkelijke rendement op het totale box 3-vermogen. Daarbij moet het saldo van positieve en negatieve resultaten van alle vermogensbestanddelen in het betreffende jaar worden genomen. Kosten mogen bij de berekening van het werkelijke rendement niet in aftrek komen. Ook rust de bewijslast op de belastingplichtige die stelt dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.
Onvoldoende onderbouwing rendement
Volgens het hof hebben de erven hun stelling onvoldoende onderbouwd. Zij hebben wel cijfers over begin- en eindwaarden van de beleggingsportefeuilles verstrekt, maar niet duidelijk gemaakt of de waardeveranderingen samenhangen met stortingen of onttrekkingen. Ook zijn de gepresenteerde cijfers niet met stukken onderbouwd. Daardoor is niet aannemelijk dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitair berekende rendement.
Het hoger beroep van de inspecteur is daarom gegrond.
Wet: art. 5.2 Wet IB 2001
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-03-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1330, 23/1158 | NDFR






Geef een reactie