• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

NOW: aanvraag, vaststelling en wijzigingen

27 januari 2022 door Anne-Marie Noordenbos

coronasteun

Het percentage loonsomvrijstelling blijft 15% in de NOW-6. Minister van Gennip informeert de Tweede Kamer over de NOW-6 en de stand van zaken van het vaststellings- en terugvorderingsproces NOW.

De belangrijkste parameters van de NOW-6 komen sterk overeen met de voorgaande NOW-5; de omzetdrempel blijft 20%, het vergoedingspercentage blijft 85% en de maximale omzetverliesgrens wordt opgehoogd van 80% naar 90%. Daarnaast blijft het maximaal te vergoeden loon op tweemaal het maximale dagloon staan. De referentie omzetperiode in de NOW-6 wordt in beginsel berekend door de omzet van 2019 te delen door vier (in plaats van de omzet in 2019 gedeeld door zes, zoals in de NOW-5 het geval was). Door te delen door vier kan de omzetdaling over de drie maanden waarop de NOW-6 betrekking heeft (januari, februari en maart 2022) goed afgezet worden tegen een vierde deel van de omzet van 2019, het jaar van vóór de coronacrisis.

Starters

Voor starters (gestart na 1 januari 2019, maar uiterlijk op 1 oktober 2021) en in het geval van overnames wordt hiervan afgeweken, conform de NOW-5. Het is, net als in de NOW-5, niet mogelijk om zelf een periode te kiezen waarin omzetverlies is geleden. Voor de NOW-6 zijn de maanden januari, februari en maart 2022 daarom de maanden waarin omzetverlies moet zijn geleden. De referentiemaand voor de loonsom wordt in de NOW-6 oktober 2021.

Loonsomvrijstelling

In de brief van 14 december jl. stond dat over het percentage loonsomvrijstelling in de NOW-6 nog besluitvorming zou plaatsvinden. Het kabinet heeft besloten om dit percentage net als in de NOW-5 te houden op 15%. Als het percentage loonsomvrijstelling zou worden verlaagd – naar bijvoorbeeld 10% zoals in de NOW-4 – zouden werkgevers die hun personeelsbestand in november en december hebben laten krimpen met meer dan 10%, hier in de NOW-6 nadelige effecten van ondervinden. Dit komt omdat de loonsomreferentiemaand van de NOW-6 oktober 2021 is en dus vóór de maanden met de verwachte mutaties in de loonsom (november en december) ligt. De mutaties in het personeelsbestand van november en december zullen daarom indirect van invloed zijn op de berekening van de loonsomvrijstelling van de NOW-6. Dit kan in bepaalde situaties leiden tot negatieve effecten op de subsidie die voor de werkgever waarschijnlijk onverwacht en lastig uitlegbaar zijn.

Definitie loonsom

In de brief van 14 december jl. is gemeld dat de Polisadministratie van UWV per 1 januari 2022 is veranderd. Dit heeft gevolgen voor de definitie van de loonsom die wordt gebruikt om de hoogte van de NOW-subsidie te bepalen. In de nieuwe situatie bevat de loonsom waarmee gerekend wordt meer posten (zoals vakantietoeslag). Deze posten worden in tegenstelling tot de berekeningswijze van de eerdere NOW-regelingen bij de loonsom opgeteld. Hierdoor valt de loonsom hoger uit. De forfaitaire opslag wordt daarom 30% in plaats van 40%, zoals in de NOW-2 tot en met NOW-5 het geval was. Een hogere loonsom met een forfaitaire opslag van 40% zou leiden tot een hogere subsidie. Door de forfaitaire opslag te verlagen met 10 procentpunt wordt dit effect geneutraliseerd. Ondernemers die na 1 februari 2020 maar uiterlijk 30 september 2021 zijn gestart, kunnen in aanmerking komen voor de NOW-5. Ook in de NOW-6 zullen deze startende ondernemers gebruik kunnen maken van de NOW als aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Echter zal de uiterste startdatum in de NOW-6 één dag opschuiven; ondernemers die gebruik willen maken van de NOW-6 dienen uiterlijk 1 oktober 2021 te zijn gestart. De datum kan ten opzichte van de NOW-5 met één dag worden opgeschoven, omdat de loonsom referentiemaand niet langer september 2021, maar oktober 2021 is. Tegelijkertijd moet er wel sprake zijn van ten minste één maand referentieomzet in de relatief zuivere omzetperiode, zijnde juli tot en met oktober 2021.

Aanvraagloket achtste periode NOW-6

Het aanvraagloket voor de NOW-6 wordt opengesteld van 14 februari tot en met 13 april 2022. Dat betekent dat werkgevers vanaf 14 februari aanstaande bij UWV een aanvraag voor de NOW-6 kunnen doen via het daarvoor ontworpen formulier dat via www.uwv.nl beschikbaar wordt gesteld.

Aanpassing voor overnames

Er geldt een beslistermijn van dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Na de aanvraag zal het voorschot in drie termijnen worden uitbetaald door UWV. In de praktijk wordt ernaar gestreefd om de eerste betaling van het voorschot binnen twee à vier weken na ontvangst van de volledige aanvraag te realiseren. Voorts is er een wijziging met betrekking tot de NOW-2 t/m 5, die zal worden verwerkt in de NOW-6. Deze aanpassing heeft betrekking op het begrip ‘overname’. Gebleken is dat zuivere aandelentransacties, waarbij het bedrijf hetzelfde blijft, maar enkel een andere aandeelhouder (of aandeelhouders) krijgt, in de basis niet vallen onder de in artikel 7:662 BW bedoelde overgang van een onderneming, waar in de NOW-regelingen naar wordt verwezen. Dat betekent dat wanneer een bedrijf middels een zuivere aandelentransactie een bedrijf heeft overgenomen, geen gebruik kan worden gemaakt van de startersmethodiek voor de referentieomzet-berekening. Door de wijziging is dat straks wel mogelijk. Mocht het omwille van de tijd niet haalbaar zijn om dit in de NOW-6 mee te nemen, dan wordt dit zo spoedig mogelijk daarna in een aparte wijzigingsregeling aangepast. Omdat voor de NOW-1 het vaststellingsloket al is gesloten wijzigen we de NOW-1 op dit punt niet, maar wordt per geval beoordeeld of er nadelige gevolgen zijn die onevenredig uitpakken en of het in bepaalde gevallen mogelijk is de startersregeling toe te passen.

Bron: Kamerbrief NOW-6 en stand van zaken vaststellings- en terugvorderingsproces NOW, Ministerie SZW, 26 januari 2022

Filed Under: Arbeid & loon, Covid-19, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Loket achtste periode NOW open op maandag 14 februari
Volgende artikel
Thuiswerkvergoeding toekennen kan problematisch zijn

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

arbeidsrecht

Kabinetsreactie evaluatie werkkostenregeling: aanpassing belastingvrije personeelskorting

Het kabinet wil de werkkostenregeling (WKR) verder vereenvoudigen en de administratieve lasten voor werkgevers verminderen. Naar aanleiding van de evaluatie door SEO Economisch Onderzoek worden verschillende aanpassingen onderzocht of voorbereid.

IVA-uitkering

Aanpassing samenvoegbepaling en eindheffing WIA-vergoeding

Staatssecretaris Eerenberg heeft een conceptregeling met een wijzing van de loonbelasting naar de Tweede Kamer gestuurd.

Looneis 30%-regeling ziet ook op vastgelegd vervolgsalaris

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat voor de looneis van de 30%-regeling niet alleen het tijdelijke opleidingsloon telt. Omdat bij indiensttreding al vaststaat dat de helikopterpiloot na haar opleiding een hoger salaris krijgt, voldoet zij aan de looneis.

Personal training dga valt onder arbovrijstelling

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de kosten voor personal training en een sportschoolabonnement van de dga onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen vallen. Dat geldt alleen voor de dga zelf en niet voor het abonnement van zijn partner, die geen werknemer is.

RSU’s tellen mee bij excessieve vertrekvergoeding

Hof Den Haag oordeelt dat de aandelen en betalingen uit RSU-regelingen pas in 2017, 2018 en 2019 zijn genoten. De inspecteur mag deze voordelen daarom meenemen in de grondslag voor de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Pitstop Actualiteiten Loonheffing

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

AGENDA

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×